De illustere Lipsius

In maart 1578 kwam de Vlaming Joost Lips (1547-1606) naar Leiden om er hoogleraar te worden in de oude geschiedenis en het recht. Hij zou dertien jaar in dienst blijven bij de Universiteit Leiden, waarvan vier jaar als rector magnificus. De Leidse Universiteitsbibliotheek herdenkt zijn vierhonderdste sterfdag (23 maart 1606) met een tentoonstelling.
  

 
Lipsius, postuum geschilderd in opdracht van de Leidse universiteit

Professor van het eerste uur
De UB brengt met deze Lipsius-tentoonstelling een eresaluut aan een van de grootste geleerden die aan de Leidse universiteit verbonden zijn geweest. Toen Joost Lips - zijn geleerdennaam was Justus Lipsius - in 1578 naar Leiden kwam, was de universiteit nog maar drie jaar jong.
Lipsius behoorde tot de professoren van het eerste uur die de universiteit hielpen uitbouwen tot een gerenommeerd instituut met een internationale reputatie. Vooral door zijn uitgebreide internationale correspondentienetwerk leverde Lipsius een belangrijke bijdrage aan het imago van de jonge Leidse universiteit.

 
Inscriptie van Lipsius in het Album amicorum van Janus Dousa, de vriend die hem naar Leiden haalde


Good catch, Janus
Lipsius’ benoeming paste binnen de benoemingspolitiek van het universiteitsbestuur van die dagen. Heel bewust benoemde zij in korte tijd een aantal eminente geleerden op uitzonderlijke, riante voorwaarden, onder het goed-Hollandse motto dat de kost voor de baat uit gaat. Bestuurder Janus Dousa beschouwde het als zijn grootste verdienste dat hij de universiteit met Lipsius haar eerste beroemdheid had geschonken. Hij vond dat een grotere verdienste dan zijn bevelhebberschap tijdens het beleg van de Spanjaarden.

Capabel rector
Lipsius was nog maar een jaar in dienst als hoogleraar toen hij tot rector magnificus werd verkozen. Hij ontpopte zich tot een bijzonder capabele en ondernemende rector. Hij nam het initiatief tot belangrijke vernieuwingen op het gebied van onderwijs en universitair bestuur.


Inschrijvingsregister voor studenten; vanaf februari 1580 schrijft Lipsius de studenten eigenhandig in

En hij zorgde dat de studenten (weer?) netjes werden ingeschreven. Hij legde daarvoor het Album inscriptionem (zie ill.) aan, en hij begon met een nieuw boek waarin de handelingen van de senaat werden opgetekend (senaat, d.w.z. alle professoren, inclusief de rector magnificus en de vertegenwoordigers van de faculteiten). Hij nam het voortouw in het zoeken van geld en goede docenten.  Ook ijverde hij voor de oprichting van een speciaal college waar talentvolle studenten op kosten van de Hollandse en Zeeuwse steden opgeleid konden worden voor leidende functies. Met Lipsius’ vertrek in 1591 kwam er een einde aan een van de creatiefste perioden uit de geschiedenis van de Leidse universiteit, aldus universiteitshistoricus Willem Otterspeer (Groepsportret met dame, deel 1, p. 176).


Geliefd hoogleraar
Lipsius stond bekend als vriendelijk en gemakkelijk te benaderen. Iedere middag trok hij twee uur uit speciaal voor jonge studenten. Hij omschreef zichzelf als ‘vriendelijk, gemakkelijk te benaderen, iemand voor wie je respect, maar geen vrees hoefde te hebben’. Lipsius ijverde voor een gezamenlijke eettafel voor studenten, want hij vond dat kennis en een moreel voorbeeld zich het beste lieten overdragen in de intensieve omgang met studenten. Voor de studenten die Lipsius bij zich op kamers had, ontwierp hij een gedetailleerd dagrooster van studie en lectuur.

Bestseller-auteur
Lipsius was dé grote vertegenwoordiger van het late humanisme in de Nederlanden. Hij kende de Romeinse geschiedenis als geen ander en zijn publicaties werden in heel Europa veel gelezen en hoog geprezen. In zijn Leidse periode (1578-1591) schreef hij enkele van zijn belangrijkste werken. Het succesvolst was De constantia in publicis malis (Over standvastigheid bij algemene rampspoed), dat hij in 1584 publiceerde. Bij de opening van het Lipsiusgebouw werd dit werk door literatuurwetenschapper Frans-Willem Korsten als bestseller getypeerd. Het behoort tot de meest gelezen boeken van de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw en er werden zo’n tachtig edities en vertalingen van gemaakt.

Het Musaeum Lipsianum
In de vitrines van de UB liggen vele bijzondere stukken die voor het grootste deel afkomstig zijn uit het zogenoemde Musaeum Lipsianum, de verzamelde boeken en handschriften uit de nalatenschap van Lipsius. Getoond worden onder meer afbeeldingen van Lipsius en van zijn vrienden, handgeschreven aantekeningen en brieven van Lipsius en drukken van zijn wetenschappelijke werk. Ook het eerste inschrijvingsregister voor Leidse studenten is te bewonderen, alsmede een vogelvluchtkaart waarop onder meer de woningen van Lipsius en die van zijn vrienden te zien zijn, maar ook het Academiegebouw en de tuin van Lipsius. Die tuin van is overigens gelegen op de plek waar nu het Lipsiusgebouw staat. Dankzij de medewerking van de Lakenhal is ook het album amicorum van Jan van Hout op de tentoonstelling te zien. Lipsius schreef een bijdrage in Van Houts vriendenboek.

De tentoonstelling is van 16 maart tot en met 28 mei 2006 gratis te bezichtigen in de Tielehal tijdens de openingsuren van de bibliotheek , ma-vr 8.30-22.00 uur; za 9.30-17.00 uur; zo 13.00-17.00 uur.

Lipsius-kenner Jeanine De Landtsheer schreef de catalogus Lieveling van de Latijnse taal. Justus Lipsius te Leiden herdacht bij zijn vierhonderdste sterfdag. Het werk verschijnt in de serie Kleine publicaties van de Universiteitsbibliotheek Leiden, nr. 72 en is voor € 17,50 te koop bij de receptie van de Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27, 2311 BG Leiden, telefoon 071 527 28 00 of te bestellen via e-mail: ommen@library.leidenuniv.nl

14 maart 2006/DH