Speurtocht naar het ontstaan van alzheimer

De ziekte van Alzheimer komt veel voor, is niet in een vroeg stadium te diagnosticeren, en is niet te genezen. Die combinatie is frustrerend. Een consortium onder leiding van LUMC-neuroradioloog Mark van Buchem gaat technieken ontwikkelen om Alzheimer vroeg vast te stellen en te begrijpen. Pas dan kunnen medicijnen worden ontwikkeld.


De nieuwe 7 Tesla MRI-scanner in het LUMC is ultragevoelig. Maar dat betekent niet dat je er meteen alles mee kunt zien wat zich in het hoofd afspeelt. Om er alzheimer-eiwitten mee te kunnen detecteren moeten eerst nieuwe moleculaire technieken worden ontwikkeld. Daar hebben de onderzoekers vijf jaar voor gekregen.
Geheugenpoli
'Alzheimer is een langzaam progressieve ziekte', zegt Van Buchem. 'De veranderingen in de hersens beginnen al 15 jaar voordat je symptomen krijgt. De eerste symptomen zijn problemen met het geheugen, waarmee mensen zich bij de geheugenpoli melden. Dat kan een voorbode zijn van alzheimer, maar het hoeft niet. Het hoeft nog niet eens een voorspeller te zijn van een vorm van dementie. Pas als een patiënt volledig dement is, kun je met behulp van neuropsychologische tests met een redelijke betrouwbaarheid concluderen dat hij alzheimer heeft, en niet een andere vorm van dementie. Maar dan is genezing allang uitgesloten.'

Moleculair
Het consortium heeft 15 miljoen euro gekregen, met de opdracht in vijf jaar een techniek of een combinatie van technieken te ontwikkelen om alzheimer wel in een vroeg stadium te kunnen vaststellen en op moleculair niveau te kunnen zien hoe de ziekte ontstaat. Het is, volgens de formule van de laatste jaren, een publiek-privaat samenwerkingsverband. Niet alleen universitair medische centra en universiteiten doen mee, maar ook een aantal bedrijven. Dit is om de band tussen fundamenteel onderzoek en toepassing het best te waarborgen.

MRI
Het belangrijkste wapen van het LUMC is de nieuwe hooggevoelige MRI-scanner die vorig jaar werd geplaatst. Hij heeft een magneetveldsterkte van 7 Tesla. Dit is een van de krachtigste systemen voorhanden. 'Die 7T-scanner is de reden dat we in dit project zijn gestapt', zegt Van Buchem.

Eiwit
Kenmerkend voor alzheimer zijn de ophopingen van een eiwit, amyloid-bèta, in de hersenen. Van Buchem: 'We gaan twee sporen volgen. Wat we eerst gaan doen, is proberen amyloid-ophopingen te detecteren die uit zichzelf genoeg contrast hebben om ze met de scanner te kunnen zien. Bij proefdieren kan dat al. Maar dat zijn kleine dieren, die je in een proefdierscanner met een nog grotere veldsterkte legt. De grote vraag is nu: kan het ook bij mensen? Het tweede onderdeel, waarmee we ook al zijn begonnen, is het ontwikkelen van heel specifieke kunstmatige contrastmiddelen voor amyloid. Maar dat wordt een veel langer traject.'


Prof.dr. Mark van Buchem: 'Een screeningsprogramma op alzheimer is nog heel ver weg'
Veel verschillende informatie
Het grote voordeel van MRI, vergeleken met de speciale PET-technieken die momenteel zeer veelbelovend zijn als het gaat om het zichtbaar maken van amyloid, is dat je er heel veel verschillende informatie in een keer mee krijgt, legt Van Buchem uit. 'Over de structuur van de hersenen, over het metabolisme, en hopelijk dus ook over die eiwitten. Bovendien zijn voor deze PET-technieken behalve scanners bijzondere apparaten nodig, cyclotrons, en die zijn slechts in een zeer beperkt aantal ziekenhuizen aanwezig.'

Ballast overboord
Van Buchem: 'Wat bijna nooit gebeurt, gaan we nu doen: een aantal verschillende nieuwe methoden en technieken ontwikkelen, die we aan het eind van de rit met elkaar gaan vergelijken, zodat we kunnen vaststellen welke techniek de meeste waarde heeft, en we de ballast overboord kunnen gooien. Hier in het LUMC nemen we de MRI voor onze rekening, maar anderen ontwikkelen nieuwe PET-technieken om eiwitten mee te detecteren, technieken voor de analyse van hersenvocht en nieuwe psychologische tests. Ook technieken die nu al gebruikt worden gaan we inzetten en testen.'

Eerste stap
Zal er ooit een bevolkingsonderzoek naar alzheimer komen? Voorlopig niet, waarschuwt Van Buchem. 'De eerste stap is het ontwikkelen van een sensitieve en specifieke techniek, zodat we meer over het ziektebeeld te weten komen. Daar hebben we vijf jaar voor gekregen. Vervolgens moeten we zorgen dat we die mensen ook iets te bieden hebben, in de zin van behandeling. Pas als aan die randvoorwaarden is voldaan wordt een screeningsprogramma relevant. Dat is dus nog heel ver weg.'

Translational molecular medicine
De 15 miljoen voor het onderzoek komt uit de pot van het Center for Translational Molecular Medicine. Partners in het consortium zijn onder meer het VU Medisch Centrum, dat PET-technieken ontwikkelt, het Nijmeegse Radboud MC, dat hersenvocht gaat analyseren, en het Academisch Ziekenhuis Maastricht, dat goed is in het ontwikkelen van gevoelige psychologische tests.

(22 april 2008/HP)