Drie dimensies in de psychiatrie


Gerrit Glas: 'Voor filosofen is de psychiatrie een soort proeftuin waar dingen zijn uitvergroot.'

'Studenten psychiatrie vinden het fijn om te horen dat ze geen softie zijn als ze aandacht hebben voor de menselijke kant van het vak', stelt filosoof en psychiater Gerrit Glas. Hij beweegt zich op het grensvlak tussen twee disciplines.

 

De mogelijkheid om dat te doen krijgt hij met de persoonlijke, strategische leerstoel Wijsgerige aspecten van de psychiatrie, die hij sinds 1 maart 2006 bekleedt. De leerstoel werd hem toegekend vanwege zijn wetenschappelijke verdiensten en is 'strategisch', omdat het terrein van onderzoek en onderwijs nieuw en veelbelovend is. 'Studenten psychiatrie vinden het fijn om te horen dat ze geen softie zijn als ze aandacht hebben voor de menselijke kant van het vak.'

Legitimatie
De naam van de leerstoel wekt misschien de indruk dat het hier gaat om een vak dat ver van de praktijk af staat. Glas legt uit dat het tegendeel waar is: 'In deze discipline houd je je bezig met vragen die dagelijks spelen in het werk van een psychiater. Voor hen gelden drie fundamentele vragen. Hoe verhoudt de theorie zich tot de praktijk, oftewel op wat voor manier en tot op welke hoogte verklaart een wetenschappelijke theorie het gedrag van een patiënt? De tweede vraag is hoe lichaam en geest zich tot elkaar verhouden. Iedereen weet immers dat lichaam en geest zich uiten op elkaars terrein. Het derde vraagstuk heeft betrekking op de ethiek van het vak psychiater. Wat is de legitimatie van zo'n professie, die zich bij een gedwongen opname het recht toekent om iemand op basis van zijn ziekte uit de maatschappij te halen?'

Persoonlijkheid
Niet alleen halen psychiaters nuttige informatie uit de filosofie, het werkt ook andersom. 'Voor filosofen is de psychiatrie een interessant vak', legt Glas uit. 'Het is een soort proeftuin waar dingen zijn uitvergroot.' Als voorbeeld noemt hij patiënten met een dissociatieve identiteitsstoornis, wat vroeger meervoudige persoonlijkheidsstoornis heette. Dit zijn mensen die afwisselend twee (of meer) van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden kunnen aannemen. Glas: 'De vraag is of je kunt zeggen dat die mensen uit verschillende personen bestaan. Hoe verhouden persoonlijkheid en 'persoon zijn' zich eigenlijk tot elkaar? Persoonlijkheidsstoornissen is een aandachtsgebied waarmee ik mij als psychiater bezighoud.'

Prototypen
Het vak Wijsgerige aspecten van de psychiatrie staat erg in de belangstelling, zeker internationaal. Hoopgevend vindt Glas, want uiteindelijk wil hij graag een andere benadering van patiënten bewerkstelligen. 'Zodra een vak technischer wordt en meer door wetenschap gedreven, verengt zich de blik. Daaraan wil ik tegenwicht bieden. Ik ben voorstander van een meer holistisch perspectief. Hoe? Door medici achter de diagnose te laten kijken. Veel medici denken dat ze er zijn als ze een diagnose hebben gesteld. Maar eigenlijk komen ze dan niet verder dan het platte vlak. Daarachter zit nog de hele menselijke kant. Vandaar de titel van mijn oratie: Psychiatrie in 3-D.'

Antropologische dimensie
Om te illustreren wat hij bedoelt met die driedimensionale werkelijkheid, beschrijft Glas de benadering van iemand die angstig is. 'Hij zou een typische patiënt met een paniekstoornis kunnen zijn. Maar luister je verder naar zijn verhaal, dan zegt de stoornis ook iets over de persoon. De angst drukt bijvoorbeeld uit dat hij twijfelzucht heeft, geen beslissingen kan nemen, of het gevoel heeft in een isolement te verkeren. De klinische en de vakwetenschappelijke ontsluiting komen dus eerst, daarachter ligt de antropologische dimensie: wat drukt de angst uit?' Dit is de boodschap die Glas wil overbrengen. Het onderwijs is daarvoor een goed middel. Glas: 'Ik merk dat studenten psychiatrie het fijn vinden om te horen dat deze menselijke kant intrinsiek deel uitmaakt van het vak. Ik probeer te bestrijden dat de geneeskunde een objectieve kern met een subjectieve rand heeft.'

Biografie
Gerrit Glas (1954) studeerde geneeskunde en filosofie. Hij is werkzaam als psychiater in de Zwolse Poort (Zwolle) en promoveerde in 1991 op het proefschrift Concepten van angst en angststoornissen. Een vakfilosofische en psychiatrische studie. Glas publiceert op de grensvlakken tussen geneeskunde, filosofie, neurowetenschappen, maatschappij en ethiek. Bijzondere interessegebieden zijn: angst, het kwaad, het thema 'verbondenheid', filosofie van de neurowetenschappen, biologisering van het mensbeeld, theorieën over het zelf en persoonlijkheid, de filosofen Herman Dooyeweerd en Søren Kierkegaard. Sinds 1992 is Glas als bijzonder hoogleraar Reformatorische wijsbegeerte verbonden aan de faculteit wijsbegeerte van de Universiteit Leiden.

Oratie prof.dr. G. Glas
Titel: Psychiatrie in 3-D
Vrijdag 7 december, 16.15 uur
Poortgebouw, Rijnsburgerweg 10

Aanmelden voor de oratie van Gerrit Glas

(4 december 2007/Ingrid Brons)