Nieuws uit Afrika

o o o

Het verloop van de seizoenen. De afloop van het oude studiejaar en de aanloop naar het volgende. Mensen die na een jaar werk op vakantie gaan, zich laten verbranden en daarna weer als herboren aan de slag gaan. Een 17de eeuws pand op de hoek van het Rapenburg en de Groenhazengracht. Wat meer in richting van het Academiegebouw een kapsalon. En tenslotte Harry Potter. Wat al deze zaken gemeen hebben zal ik uit de doeken doen in deze column en misschien nog wel meer.

o o o

Kees Verduin

o o o

Wanneer ik dit half juli schrijf is er net een (voorlopig?) einde gekomen aan een aantal zeer warme dagen, terwijl ook de rest van Europa zucht onder ‘de koperen ploert’. De zomer is de tijd om een periode van werk af te sluiten en op grote schaal trekt men dan naar andere (en meestal warmere) oorden om zich daar aan de zon te offeren. Hoe bruiner en / of aangebrander men terugkomt, des te geslaagder is de vakantie geweest. Daarna is het meestal uitpakken, post sorteren en wassen en dan weer met frisse moed aan de slag. Dat het thema van zich periodiek verbranden en daarna opnieuw beginnen geen moderne uitvinding is zal ik in het hiernavolgende laten zien.

Het was eind juni toen ik naar de Bibliotheca Thysiana fietste om daar met een groepje een rondleiding te krijgen. Deze bibliotheek is op Rapenburg 25 gehuisvest, in een pand dat speciaal voor de boekenverzameling van Jan Thys is gebouwd. Toen deze op 31 jarige leeftijd overleed, bleek uit zijn testament dat het aanzienlijk bedrag van 20.000 gulden besteed moest worden aan de bouw en het onderhoud van het pand en dat er daarnaast nog geld was voor de uitbreiding van de collectie.

We kregen een rondleiding van Paul Hoftijzer en neusden in bijzondere boeken, zoals Hartmann Schedels Weltchronik en de Astronomicon Caesareum van Apianus, met prachtige uitklap- en draaiconstructies, die daar te kijk lagen. Ook de boekenmolen kende ik als soort alleen van een afbeelding uit het werk van Agostino Ramelli. Het apparaat werd aanbevolen voor mensen met een slechte gezondheid of met jicht. De boekenmolen lijkt me echter eerder een aanleiding tot zappen avant la lettre voor couch-potatoes avant la lettre. Toen werd de aandacht gevestigd op een kleurige afbeelding van een feniks boven de boekenkasten aan de achterwand. Men meent hierin een verwijzing te kunnen zien naar de dood van Jan Thys, waaruit de bibliotheek geboren is. Er ontspon zich een korte discussie over de levensduur van de feniks (één of vijfhonderd jaar?), en deze discussie heeft mede aan de basis van dit stukje gelegen.

Als ik mij goed herinner, ging in het begin van de 80’er jaren de kapsalon op Rapenburg 47 in vlammen op, om na enige tijd als haarstudio ‘Phoenix’ een tweede leven te beginnen. Dit zou waarschijnlijk geheel aan mij voorbij zijn gegaan, als er niet iemand, die ik kende, boven deze kapsalon woonde. En zo is er een tweede feniks aan het Rapenburg.

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat de feniks de lijm is tussen de elementen van dit stukje. De klassiek feniks die we via Griekse en Romeinse teksten kennen, stamt uit Egypte (of Arabie). De eerste meldingen komen via Hesiodius en de oer-toerist Herodotus die overigens zegt dat hij het niet gelooft. Tacitus doet ook zijn duit in het zakje, maar ook hij houdt zich op de vlakte over de waarachtigheid van het verhaal.

De verschillende Griekse en Romeinse verhalen beschrijven de feniks doorgaans als een vogel waar maar één (levend) exemplaar van is en die zeer oud wordt. Aan het eind van zijn leven maakt de vogel een nest uit welriekende takken, mirre en wierrook, laat het ontbranden en wordt uit de as wedergeboren. Een variant op dit verhaal vertelt dat de feniks het nest bevrucht (!), vervolgens sterft en dat er een nieuwe feniks geboren wordt. Deze nieuwe feniks draagt zijn dode ouder in een ei, gemaakt van mirre, naar Egypte alwaar de ouder verbrand wordt. Wat is er verder over de feniks bekend? Van sommige aspecten, zoals hoe oud de feniks wordt, zijn er teveel verschillende waarden om op te noemen (variërend van 350 t/m 12954 jaar, met een voorkeur voor 500 jaar). Aan de andere kant is er veel te weinig bekend over hoe bijvoorbeeld de vogel er uitzag. Hij zou het formaat van een arend hebben en getooid met purperen en gouden veren, maar niemand heeft hem ooit gezien. Dit maakt het geheel natuurlijk alleen maar interessanter en mysterieuzer en geeft meer ruimte tot speculatie.

Na de Grieken en Romeinen lijven de Christelijke auteurs de feniks in. In het zeer populaire boekje Physiologus (2de eeuw CE), dat een verzameling beschrijvingen van dieren bevat en ten grondslag ligt aan de middeleeuwse bestiaria, wordt de relatie tussen de wedergeboorte van de feniks en de opstanding van Christus gelegd. Deze traditie handhaaft zich tijdens de middeleeuwen en wordt overgenomen door Thomas van Cantimpre in zijn De Natura Rerum (1228-1244). Jacob van Maerlant werkt Cantimpre’s werk om tot de Der Naturen Bloeme (1266-1269). De onderstaande regels uit dit leerdicht beschrijven de verbranding en de wedergeboorte van de feniks:

....
Dus bernede inder minnen viere
onse fenix in derre maniere,
ontier endi t'asschen bequam.
Dats dat hi ende nam.
Ten derden daghe es hi verresen,
ende voer t'hemele na desen.
Endit volghet ter erster
vormen,want fenix asschen comen te wormen
ende dar na comen plumen ende vlogle,
ende vlieghet ghelijc andren vogle.
....

Het was pas in de 17de eeuw dat Thomas Browne in zijn Pseudodoxia Epidemica (1672) de feniks definitief tot een verzinsel degradeerde. Dat hij zich hierbij onder andere baseerde op teksten uit het Oude Testament was voor zijn tijdgenoten zeker een sterk argument.

Het voorgaande zou misschien kunnen suggereren dat de feniks een exclusief Grieks-Romeinse overlevering is. Dit is echter verre van waar. Ook andere culturen kennen vergelijkbare vogels. De Joodse legenden spreken van de Milcham, die, als enige wezen in het paradijs, zich niet door Eva liet overreden om van de verboden vrucht te eten. Als beloning liet God de vogel in een ommuurde stad leven waar hij 1000 jaar oud kon worden en zich via verbranding weer kon regenereren. De Islam kent de mythische vogel Simorgh. In de Manteq ot-teyr (de samenspraak van de vogels) van de Soefi-dichter Farid Ud-Din Attar ondernemen een grote groep vogels een queeste om deze Simorgh te vinden en hem tot hun koning te maken. Aan het eind van het verhaal, benaderen de dertig vogels die reis overleeft hebben de troon van de Simorgh terwijl ze hun reflecties in het spiegelende gelaat van de Simorgh zien. Dan realiseren zij zich dat zij en de Simorgh één zijn. Er is hier overigens sprake van een woordspeling: Simorgh betekent namelijk ‘dertig vogels’. Last but not least is er de Egyptische Bennu die als feniks beter bekend is geworden. De Egyptische overlevering laat de vogel echter elk jaar, en in sommige varianten zelfs elke dag, opnieuw geboren worden.

Dat de naam Feniks niet alleen a) een vogel aanduidt, maar ook b) een dadelpalmboom, c) de opvoeder van Achilles en d) de zoon van Cadmus, waarnaar later Phoenicie vernoemd werd, maakte het allemaal niet gemakkelijker. Met name de dadelpalm heeft de eerste bijbelvertalers duchtig parten gespeeld. Merk op dat woorden Phoenicie en purper, de kleur van de feniks, ook gerelateerd zijn en dat Bennu ook de Egyptische naam voor een dadelpalmboom is. Ook aardig om te vermelden is dat Thomas Brownes bloemrijke taalgebruik aan een latere auteur de omschrijving ‘purple passages’ ontlokte.

In Harry Potter and the Chamber of Secrets heeft Harry zijn eerste ontmoeting met Fawkes, de huisfeniks van Dumbledore. Tot Harry’s grote schrik lijkt de vogel spontaan in brand vliegen. Dumbledore stelt Harry gerust en vertelt dat hem dat het Fawkes’ tijd was om te verbranden. Dumbledore vertelt bovendien (het blijft een docent) dat een feniks zware lasten kan tillen, trouw is en dat zijn tranen kunnen genezen. De naam Fawkes verwijst waarschijnlijk naar Guy Fawkes die 4 november 1604 heeft geprobeerd om met 36 vaten buskruit het Engelse parlementsgebouw op te blazen. Ter herinnering hiervan vieren de Engelsen elk jaar op 5 november ‘Guy Fawkes’-dag en steken poppen van stro, zogenaamde Guy’s, in brand.

Als psycholoog zou je na al dit gepraat over opbranden en weer als herboren een nieuw leven beginnen, kunnen afvragen: “wat moet ik hiermee?”. Zoals slangen periodiek vervellen omdat ze uit hun vel groeien, zo veranderen ook mensen periodiek van baan, van woonplaats, van belangstelling, van relatie (‘the seven year itch’) om zodoende weer ‘opnieuw te beginnen’. Dit zou je misschien als ‘feniksgedrag’ kunnen omschrijven. In het kader van de feniks kun je ook nog fantaseren over het verschijnsel ‘burnout’, maar aangezien volgens oude 17de eeuwse ideeën teveel fantaseren uiteindelijk leidt tot waanzin (zie bijv. Thomas Hobbes' Leviathan), is het nu tijd misschien om er een punt achter te zetten.

o o o