Renovatie Sterrewacht
Restauratie Sterrewacht
De Leidse Sterrewacht krijgt een grote opknapbeurt. Tot eind 2010 wordt het gebouw teruggebracht tot hoe het er in 1924 uit heeft gezien. Na de restauratie gebruikt de Universiteit Leiden de verschillende ruimtes als leslokalen en studiezalen.
• Restauratie Sterrewacht
• Telescoopkoepels
• Exacte tijd
• Klimaatcellen
• Oude foto’s
• Einstein
• Sterren kijken
Restauratie Sterrewacht

De Leidse Sterrewacht krijgt een grote opknapbeurt. Tot eind 2010 wordt het gebouw teruggebracht tot hoe het er in 1924 uit heeft gezien. Na de restauratie gebruikt de Universiteit Leiden de verschillende ruimtes als leslokalen en studiezalen. Het zal even wennen zijn, het nieuwe uiterlijk van de Sterrewacht. Voorheen was de witte gevel blikvanger. Vanaf april 2010, wanneer de restauratie van de buitenzijde klaar is, zullen vooral de vernieuwde zinken koepels blinken in het zonlicht. De gevel krijgt een wat donkerder kleur. Deze veranderingen zijn onderdeel van een grootscheepse restauratie van het ruim 150 jaar oude monumentale pand.
Telescoopkoepels

Op 6 april 2009 heeft minister Plasterk de officiële start van de restauratie gemarkeerd. Als machinist van een grote mobiele kraan heeft de minister de grote koepel van de zogenaamde 10 duims kijker van het dak naar beneden getakeld. Hierna zijn ook de kleinere koepels van het dak gehaald. Tijdens een eerdere restauratie waren enkele koepels beplakt met een zwart bitumen dakbedekking (ook de ramen, die in een steeds sterker verlichte stad zorgden voor slecht zicht door de kijkers). De daken zijn nu weer voorzien van een in segmenten zink opgebouwde dakbedekking, zoals die ook op oude foto's is te zien. De renovatie van de koepels is inmiddels gereed: ze zijn op 11 maart 2010 teruggeplaatst. Voor het verslag van dit feestelijke moment, zie de Nieuwsbrief
Exacte tijd
Als de werkzaamheden voltooid zijn – in november 2010 is ook de binnenkant klaar – ziet het universiteitsgebouw eruit als in 1924. ‘We kozen ervoor de Sterrewacht niet te herstellen tot de oorspronkelijke staat, want elk gebouw verandert’, vertelt projectleider Theo Kes. Als voorbeeld noemt hij dat de Sterrewacht na twintig jaar werd uitgebreid. In de nieuwbouw werd onder meer de exacte tijd bijgehouden voor de scheepvaart. Dergelijke aanbouwen hebben een historische waarde en vormen daarom een onderdeel van het monument. Architect Gerard Smit voegt toe: ‘In 1924 was het gebouw zo groot als het nu is. Daarna zijn er geen bijzondere toevoegingen meer geweest.’
Klimaatcellen
De restauratie was hard nodig, vinden de projectleider en architect. Want nadat de vakgroep sterrenkunde in 1970 verhuisde naar het Bio Science Park, is weinig onderhoud gepleegd. Het gebouw werd gedeeltelijk bewoond en gedeeltelijk volgebouwd met klimaatcellen waarin de vakgroep biologie planten kweekte. Toen de biologen afgelopen juli naar het Sylvius Laboratorium verhuisden, kon de restauratie dankzij een subsidie van de overheid direct beginnen.
Oude foto’s

Hoe de buitenkant eruit moest komen te zien, was snel duidelijk. Het beleid bij restauratie van monumenten is dat oude bouwtechnieken in ere worden gehouden, tenzij er een goede reden is om dat niet te doen. Een voorbeeld van een vernieuwing zijn de pionvormige balusters die op de dakrand van de eerste verdieping staan. ‘De houten originelen hebben we nu van kunststeen nagemaakt. Dat is veel duurzamer’, stelt Smit. Dankzij oude foto’s en onderzoek naar verflagen werden de kleuren achterhaald: kozijnen worden weer donkergroen en crème. Het stuc wordt grijsgroen.
Einstein
De binnenkant was lastiger, vooral omdat de nieuwe gebruiker nog niet bekend was. Dit heeft bijvoorbeeld een consequentie voor de verlichting en aanleg van elektriciteit. Zeker was dat de bibliotheek waar Einstein ooit heeft gewerkt, bibliotheek zou blijven. Uiteindelijk besloot de universiteit het centrum voor colleges te gebruiken en de vleugels in te richten als studiezalen.
Sterren kijken
Helemaal nieuw is het bezoekerscentrum in de kelder – ook goed toegankelijk voor mindervaliden. Bezoekers kunnen vanuit dit centrum via de nieuwe lift en trap het gebouw doorsteken naar de vier kijkers – de zogenoemde zesduim, tienduim en twee kleinere kijkers. De kijkers 'fotograaf' en 'zunderman' staan in losse observatoria in de tuin. Alle kijkers worden na hun onderhoudsbeurt weer beheerd door de Werkgroep Leidse Sterrewacht (WLS) die gebruik wil stimuleren onder een breed publiek. Want ook al zijn de antieke kijkers niet meer geschikt voor wetenschappelijk onderzoek, een avondje sterren kijken gaat nog prima!
Terug naar de startpagina 