13 Miljoen voor onderzoeksnetwerk bottumoren

 

Prof.dr. Pancras Hogendoorn

EuroBoNeT, het network of excellence met als thema: pathologie, biologie en genetica van bottumoren, krijgt in vijf jaar 13 miljoen euro subsidie van de Europese Unie. Aan het project doen 24 instellingen mee. Het Leids Universitair Medisch Centrum is wetenschappelijk coördinator onder leiding van patholoog Pancras Hogendoorn.

Hoge sterfte
Kwaadaardige primaire bottumoren komen relatief vaak bij kinderen en jong-volwassenen voor. De sterfte is gemiddeld 40 procent van de ziektegevallen; dat is zeker voor kinderen erg hoog vergeleken met sterfte door andere soorten kanker. Om de behandeling te verbeteren is meer kennis nodig over de biologie van deze tumoren. Maar ze komen zo weinig voor, dat niemand voldoende kennis, voldoende technologie én voldoende materiaal in huis heeft om uitvoerig onderzoek te doen.

Bundeling van krachten
In het nieuwe project bundelen onderzoekers uit verschillende landen hun krachten. Ze gaan gezamenlijk werken aan: kraakbeentumoren, botvormende tumoren, reusceltumoren en zogenaamde Ewing-sarcomen. Kraakbeentumoren zijn langzaam groeiende kraakbeen producerende tumoren, die alleen te behandelen zijn door (ingrijpende) chirurgie. De kans op 5 jaar overleving varieert tussen 50-90%.

Botvormende tumoren komen vooral voor bij kinderen en ouderen. De behandeling gebeurt met chemotherapie en chirurgie, waarbij de kans op langdurige overleving rond de 60-80% ligt. Reusceltumoren zijn lokaal agressieve tumoren die het bot aantasten, waarbij er een grote kans is dat de tumor terugkomt. Ewing-sarcomen zijn bottumoren die voorkomen rond de leeftijd van 10-20 jaar. Behandeling gaat door middel van chemotherapie, chirurgie en eventueel bestraling. De kans op langdurige overleving ligt rond de 60%.

 

Een Ewing-sarcoom aan een kaak

Uitwisseling van kennis
De onderzoekers zullen kennis, technieken en tumormateriaal uitwisselen en allemaal dezelfde onderzoeksmethoden en statistische methoden gebruiken, zodat ze de resultaten kunnen combineren en vergelijken. De Europese subsidie biedt de mogelijkheid om gezamenlijke bijeenkomsten te financieren voor informatie-uitwisseling, zowel onderling als naar patiënten en beleidsmakers. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor extra personeel, apparatuur en opleiding, zoals uitwisseling van studenten en onderzoekers tussen de verschillende participerende deelnemers.

Deelnemers
De vier grootste deelnemers in het onderzoekstraject naar het bewegingsapparaat zijn, naast het LUMC, Műnster (osteosarcomen), Oxford (reusceltumoren) en Bologna (Ewing-sarcomen). Het LUMC doet aan alle vier de onderzoekslijnen mee, maar het zwaartepunt ligt in Leiden op de kraakbeentumoren.

Zie ook het artikel in Cicero (pdf) van 15 mei 2006

(16 mei 2006/SH)