Historicus in opdracht van de tijd

 
Henk te Velde: 'Politieke cultuur is meer dan franje; het bepaalt wat er op de politieke agenda komt.'

Hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis Henk te Velde houdt zich bezig met de Nederlandse politieke cultuur in de negentiende en twintigste eeuw. Hij ziet het als een 'opdracht van de tijd' dat zo te doen dat het voor een hedendaags publiek kennis, inzicht en verheldering oplevert. Te Velde werkt vanaf augustus 2005 aan de Universiteit Leiden. Hij is de opvolger van Jan Bank. Hiervoor was hij hoogleraar in Groningen, waar hij een Pioniersubsidie verwierf. In zijn oratie van vrijdag 12 mei gaat hij in op regenten en de betekenis van het begrip regentenmentaliteit. 

Geen commentator in algemene dienst
Te Velde: 'Jan Romein sprak van 'geschiedenis in opdracht van de tijd', omdat iedere historicus nu eenmaal leeft in het heden en daar zijn vragen vandaan haalt. Als marxist gaf hij daar een eigen uitleg aan, maar in mijn geval probeer ik geschiedenis op zo'n manier uit te leggen dat ook een publiek van niet-historici er iets aan heeft. Door inzicht in het functioneren van politiek in het verleden, kan ook meer begrip ontstaan voor politiek in het heden. Als je je zoals ik bezighoudt met politieke cultuur, dan kan dat niet anders. Ik balanceer daarmee wel regelmatig op de grens van het terrein dat mij als historicus vertrouwd is, het verleden, en het publieke domein van de hedendaagse politiek, dat natuurlijk mijn vak niet is. Ik wil beslist geen commentator in algemene dienst worden, maar wel wil ik de afstand tot het publieke domein graag zo klein mogelijk houden.'  

Wat is politieke cultuur?
Te Velde was de eerste in Nederland die het terrein van politieke cultuur uitvoerig is gaan verkennen. Wat is politieke cultuur precies? Te Velde legt uit dat er meerdere

 
De koffiekamer van de Tweede Kamer in de jaren 1880, getekend door P. Josselin de Jong. Eigen Haard 1887

definities van het begrip zijn, maar dat hij zich het meest thuisvoelt bij de antropologische definitie. Zo ongeveer zoals een antropoloog een bepaalde stam in een bepaald gebied bestudeert, zo kijkt Te Velde naar de verschillende domeinen van de politiek, bijvoorbeeld het parlement, de partijen en de verhouding tussen politici en kiezers. Hij stelt dan vragen als: hoe gaan politici om met de min of meer informele regels die in de politiek gelden? Of: hoe overtuigen Tweede-Kamerleden elkaar nu eigenlijk? Wat geldt als een goede redevoering en waarom? Wanneer verloopt een debat wanordelijk en wanneer niet?

Waarom stem je wat je stemt?
Om dit soort vragen te beantwoorden kun je kijken naar de officiële regels, zoals het reglement van orde, maar je kunt je ook afvragen welke onuitgesproken opvattingen en regels er heersen. Dit soort vragen kun je stellen bij het functioneren van het parlement of bij de manier waarop politici en achterban met elkaar omgaan, en je kunt ook kijken naar de politieke partijen. Wat maakt dat mensen zich thuisvoelen bij een partij? 
De klassieke opvatting is dat bijvoorbeeld een PvdA-stemmer op die partij stemt omdat hij meent dat die partij zijn belangen het beste behartigt en omdat die partij de ideologie van het socialisme aanhangt. Maar, zo vraagt Te Velde zich af: 'Dachten mensen in het verleden niet veel meer: dit is mijn plek, hier voel ik mij thuis? En waar zit hem dat dan in? Dat ze iets herkennen? En wat is dat dan? Symbolen? Dingen die vertrouwd zijn? Of herkennen ze iets in een bepaalde politieke leider, zoals destijds in Pim Fortuyn?  De mensen hadden het idee: híj zegt precies wat ik altijd heb gedacht! Maar is dat nu wel zo? Is het niet veeleer dat hij een aantal dingen bij elkaar zet en die zo verwoordt dat het de mensen overtuigt?'

Geen franje of cultureel randje
Politieke cultuur is volgens Te Velde dus meer dan franje of een cultureel randje. Het gaat om machtskwesties. De politieke cultuur is wezenlijk, want deze kan verklaren waarom bepaalde dingen wel op de politieke agenda komen en andere niet. 
Politieke cultuur is een tamelijk abstract begrip. Kenmerkend voor de politieke cultuur van een bepaald moment is dat de vormen en regels waardoor ze gekenmerkt wordt, veelal onuitgesproken blijven. Pas als er belangrijke verschuivingen in de politieke cultuur plaatsvinden, worden die tot dan toe onuitgesproken opvattingen vaak verwoord. En dan wordt het voor Te Velde interessant.

De campagne van Verdonk
De perikelen in de verkiezingscampagne van de VVD kunnen dat illustreren. Kay van der Linde, de huidige campagneleider van Rita Verdonk, en de oud-campagneleider van Pim Fortuyn,  baseert zijn stijl van campagnevoeren op zijn ervaringen in Amerika. Daar zijn campagnes veel sterker gericht op de persoon en veel minder op de inhoud van het partijprogramma. Nog voor hij voor Fortuyn ging werken, solliciteerde Van der Linde bij de VVD, waar Dijkstal toen fractieleider was. Dijkstal ging niet met Van der Linde in zee omdat zijn plan voor de campagne hem te Amerikaans en populistisch was: veel televisie, weinig inhoud en weinig aandacht voor het partijprogramma. Daar had Dijkstal geen zin in. En Verdonk nu kennelijk wel. 
Te Velde: 'Zoiets zou heel interessant zijn om vanuit mijn perspectief te onderzoeken, omdat het een breuk markeert. In zo'n breuk worden impliciete vooronderstellingen expliciet gemaakt. Dijkstal expliciteerde waarom de stijl van campagnevoeren hem niet aanstond. Ik ben geïnteressseerd in die overgangen.'

Internationaal perspectief
In 2002 publiceerde Te Velde een boek over stijlen van politiek leiderschap in Nederland vanuit een internationaal vergelijkend perspectief. Die internationale benadering wil hij verder uitbouwen in zijn manier van onderzoek doen. Hij is daarbij niet primair op zoek naar de dingen waarin Nederland afwijkt van andere landen, maar zoekt juist naar overeenkomsten en naar overname van dingen uit het buitenland. Te Velde: 'Als ik kijk naar de politieke cultuur in Nederland, dan heb ik niet de neiging om te zeggen: dat is allemaal verzuiling, dat is typisch Nederlands en dat vind je nergens. Veel lijkt op ontwikkelingen elders, alleen daar heet het anders.'

Parlement is Frans-Britse coproductie
Te Velde is bezig met een studie over het ontstaan en de ontwikkeling van het moderne parlement. Daarvoor vergelijkt hij parlementaire culturen in West-Europa vanaf de vroege negentiende eeuw. Voor de ontwikkeling van een parlement is een bepaalde cultuur nodig: mensen moeten met elkaar van mening verschillen, anders heb je geen discussie, maar ze moeten het wel met elkaar eens zijn over de manier waaróp ze van mening verschillen. Te Velde: 'Als dat niet het geval is, heb je een burgeroorlog, of op zijn minst ruzie en vechtpartijen, maar geen parlement. Het nationale parlement is een Brits-Franse uitvinding, waar door en na de Franse Revolutie nieuwe elementen in terecht gekomen zijn, zoals het verschil tussen links en rechts.'

Nieuwe mensen, nieuw elan
In september gaan de leden van de sectie Vaderlandse geschiedenis een lezingenreeks geven over het poldermodel en de Nederlandse identiteit. Te Velde: 'We hebben hier met Arjan Nobel zelfs een aio die echt onderzoek doet hoe een bepaalde polder bestuurd is in het verleden. Het is interessant om eens te kijken hoe Nederlands dat poldermodel nu eigenlijk echt is!'
Onlangs zijn een paar nieuwe mensen de sectie komen versterken: Dennis Bos (19e en 20e eeuw) en Judith Pollmann (vroeg-moderne tijd, de opvolgster van Simon Groenveld). Te Velde: 'Dat er, niet alleen binnen de sectie, maar ook bij de opleiding de laatste tijd zoveel nieuwe mensen zijn aangesteld, was voor mij naast de ervaring van de zittende mensen trouwens een belangrijke overweging om naar Leiden te komen: nieuw elan, een nieuwe dynamiek. We kunnen hier echt iets opbouwen!'  

Links

(9 mei 2006/DH)