Taalkunde: uitdaging voor vwo’ers
| ||||||||||||
Commissie Braet
Hans Hulshof is al meer dan 25 jaar bezig voor elkaar te krijgen dat taalkunde een vak wordt in het middelbaar onderwijs. In 1991 trad hij toe tot de Commissie Braet voor de vernieuwing van het eindexamen Nederlands. Deze commissie stelde unaniem voor het onderdeel taalkunde bij wijze van experiment in het examenprogramma op te nemen. ‘We hebben vijf jaar lang gedacht dat het vak wel ingevoerd zou worden als onderdeel van het schoolvak Nederlands, vertelt Hulshof, ‘maar in 1996 schoot de toenmalige staatssecretaris Tineke Netelenbos het voorstel af. Ervoor in de plaats kwam argumentatieleer, dat vond ze wel voldoende.’
Nederlands inhoudsloos taalvaardigheidsvak
‘Het was een grote teleurstelling voor taalkundig Nederland’, zegt Arie Verhagen, hoogleraar Nederlandse taalkunde. Hulshof: ‘Zelfs Braet die een taalbeheerser is, was een groot voorstander van het vak. Hij heeft er later in de kranten nog vaak over geschreven.’ Antoine Braet is UHD taalbeheersing in Leiden en emeritus hoogleraar retorica aan de Universiteit van Amsterdam.
De afgelopen tien jaar zijn er weliswaar allerlei persoonlijke initiatieven genomen om taalkunde in het vwo te onderwijzen maar die hadden geen officiële status. Er kwamen dan ook geen schoolboeken, want het vak was niet opgenomen in het curriculum. Tot uiteindelijk vorig jaar meer vrijheid werd geboden aan scholen om zelf hun vakken in te richten. ‘Trouwens ook wel, omdat men het Studiehuis zat is’, zegt Hulshof. ‘Nederlands dreigt af te zakken tot een inhoudsloos taalvaardigheidsvak.’ ‘De tendens is nu te zoeken naar stof die intellectueel uitdagend is’, vult Verhagen aan.
Subsidie
Twee jaar geleden gaven Hulshof en Verhagen een college schooltaalkunde. Daarin participeerde ook Maaike Rietmeijer. Bekeken werd hoe het vak taalkunde voor het vwo vorm gegeven zou kunnen worden. Op basis van het college en het materiaal dat Hulshof al op de plank had liggen in verband met zijn oude wens, besloten de drie een methode voor het vwo te gaan maken. Verhagen: ‘Dat werd extra gestimuleerd door de nieuwe richtlijnen van het ministerie van Onderwijs.’ Met de nieuwe richtlijnen wordt meer vrijheid aan scholen gegeven om vakken inhoudelijk in te vullen. Taalkunde werd aangemerkt als een van de lacunes in de bestaande eindexameneisen.
Voor de invulling werd zelfs subsidie beschikbaar gesteld door het ministerie. Verhagen: ‘Maar daarvoor kwamen wij jammer genoeg weer niet in aanmerking. Wel hebben we subsidie gekregen van de Gratamastichting, het LUF en onze eigen faculteit.’ Met die subsidie kon Maaike Rietmeijer voor een jaar aangesteld worden als redacteur.
|
|
Een illustratie uit hoofdstuk 2 over taalvariatie |
Pittig boek
Het resultaat is een pittig boek. ‘Niet pittiger dan een scheikunde- of natuurkundeboek, maar voor Nederlands is dit pittig’, geeft Verhagen toe. ‘Het sluit naar zijn vorm ook meer aan bij vakken als biologie of scheikunde dan bij de bestaande methoden voor Nederlands.’ Rietmeijer: ‘Er zit wel een opbouw in niveau in het boek, maar de hoofdstukken hoeven niet in een vaste volgorde gegeven te worden. De docent kan ook veel van zijn eigen interesse laten afhangen.’ Voor het onderdeel taalkunde zou minimaal 10% van de beschikbare uren mogen worden ingeruimd, dat is 48 uur in drie jaar. ‘Die 48 uur is voor de kern van het boek’, zegt Hulshof. ‘Maar er zitten veel schrijfopdrachten in, die in het schrijfdossier opgenomen kunnen worden. Hierdoor kan de aandacht voor taalkundige onderwerpen nog behoorlijk uitgebreid worden en in het schoolexamen worden getoetst.’
Andere insteek
De moderne schoolboeken zijn erop ingericht, dat de leerlingen zelf aan de slag kunnen en dat de docent alleen nog wat hoeft te coachen en te zorgen dat de leerlingen werken. De auteurs hebben duidelijk voor een andere insteek gekozen. ‘Bij ons wordt de docent weer iemand die uitlegt en toevoegt en die ziet wat de klas nodig heeft’, zegt Rietmeijer. ‘Ik geef college schooltaalkunde aan docenten van middelbare scholen, en ik merk een enorme behoefte onder docenten om zelf weer aan de slag te gaan. Ze kiezen tenslotte uit liefde voor een vak. Met dit vak taalkunde krijgen ze weer het gevoel iets te kunnen overdragen.’
|
Een voorbeeld van een vraag en opdracht uit hoofdstuk vijf over pragmatiek: Wat is de bedoeling van de zin ‘Ik heb nog maar een tientje’ in het volgende gesprekje? Waar leid je dat uit af? Bespreek het antwoord in een groep of klassikaal.
|
Handreiking
Het boek is uitgebreid getest op middelbare scholen. Hoofdstukken zijn uitgezet bij docenten die er in de klas mee aan de slag zijn gegaan.
Met de nieuwe richtlijnen van het ministerie zijn er meerdere initiatieven ontstaan om te komen tot een leermethode taalkunde voor het middelbaar onderwijs, maar dit is voorlopig het enige schoolboek. Te verwachten valt dat andere schoolboekenuitgevers binnenkort ook wel met methodes op de markt komen. Het vak taalkunde wordt op vrijwillige basis gegeven. Om te bereiken dat docenten het oppakken, is er behoefte aan materiaal dat een duidelijke handreiking biedt. Volgens de auteurs is een boek - met een docententenhandleiding - dan toch het beste. Ook is het goed te gebruiken op de hbo-lerarenopleidingen, zeker zolang studenten in hun eigen vooropleiding nog geen aandacht aan taalkunde hebben kunnen besteden.
(2 mei 2006/SH)




