Afshin Ellian: 'De strijd tegen het islamitisch terrorisme is een strijd waaraan noch het oosten noch het westen zich kan onttrekken.'

Terreurbestrijding lastig door vele knelpunten

Het islamitisch terrorisme is de ernstigste dreiging in de moderne Nederlandse ge-schiedenis, aldus de Leidse rechtsfilosoof prof. Afshin Ellian. Hij woonde het proces tegen de Hofstadgroep bij en deed onder-zoek naar terrorismebestrijding. Hij consta-teert dat een effectieve terreurbestrijding ernstig belemmerd wordt door de huidige inrichting van onze rechtstaat. In zijn oratie van 18 april deed hij aanbevelingen voor een
slagvaardiger antiterrorismebeleid.

Problemen en knelpunten
In zijn oratie somde Ellian de vier problemen op die naar zijn mening een effectieve terreurbestrijding het meest in de weg staan. Daarnaast besprak hij een viertal maatschappelijke knelpunten,  die opgelost moeten worden om de sociale cohesie in de samenleving te bevorderen. Die cohesie is noodzakelijk om zo weinig mogelijk voeding te geven aan de ontwikkeling van islamitisch-terroristische overtuigingen bij jongeren. Voor het aanpakken van deze knelpunten ontbreekt op dit moment nog een brede maatschappelijke consensus.

Strijd tegen islamitisch terrorisme gaat lang duren


Rechtbanktekening van de Hofstadgroep (tekening Felix Guérain)

Ellian concludeert dat de strijd tegen het islamitisch terrorisme niet op korte termijn gewonnen kan worden. De uiteindelijke oplossing moet komen van de islamitische wereld, waar nu al een strijd gaande is over een democratische rechtsorde en een cultuur waarin mensenrechten gerespecteerd worden. Een gedemocratiseerde islamitische wereld zal niet langer de structurele leverancier zijn van islamitisch terrorisme. De strijd voor een democratische islamitische rechtsorde en tegen het islamitisch terrorisme is een strijd met vele risico's en valkuilen, waaraan noch het oosten noch het westen zich kan onttrekken.

De vier grootste problemen bij terreurbestrijding

  1. Leemtes in de wet
    Ellian vindt het onbegrijpelijk dat het oproepen tot het plegen van aanslagen (opruiing) weliswaar strafbaar is, maar (nog) niet geldt als een terroristisch misdrijf. Hetzelfde geldt voor het bezoeken van terroristische trainingskampen. Dat deze zaken niet worden aangemerkt als terroristische misdrijven, valt niet de rechter te verwijten, maar de wetgever.
     
  2. Onduidelijkheid over mogelijkheden contraterreur
    De Hofstadgroep heeft volledig zijn gang kunnen gaan tot het moment van de arrestatie. Wetgever en bestuurders moeten de vraag beantwoorden hoever men mag gaan in het uitoefenen van contraterreur, d.w.z. het verstoren van de handelingen van potentiële terroristen. Hoe kan de overheid preventief bestuursrechtelijk tegen hen optreden? Welke mogelijkheden moet de overheid krijgen m.b.t. controle, meldplicht, preventieve aanhouding? Er is nog geen onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van contraterreur in relatie tot het recht.
     
  3. Vreemdelingenrecht
    Ellian vindt dat de IND en de vreemdelingenpolitie inadequaat gehandeld hebben met betrekking tot de Hofstadgroep. Hun geestelijk leider, Abu Khaled, de rondtrekkende predikant, had op een bijzondere wijze bewaakt moeten worden, voordat hij definitief het land werd uitgezet.
     
  4. Operationele kwesties
    De slagkracht van het anti-terreurbeleid zal heel zwak zijn zolang de onderlinge informatie-uitwisseling en coördinatie niet goed geregeld zijn. Ellian onderschrijft het voorstel van collega Cyrille Fijnaut, die ervoor pleit de huidige versnipperde structuur van de Nederlandse politie om te vormen tot een nationaal politiekorps. Wel is er een nieuwe Dienst Speciale Interventies (DSI), waarin speciale eenheden van politie en defensie samenwerken, die als coördinerende interventiemacht snel moet kunnen opereren in dreigende situaties.

Vier maatschappelijke knelpunten

  1. Een nationaal plan over integratie ontbreekt
    Het bevorderen van de integratie van moslims is van belang voor de nationale veiligheid, omdat dat de negatieve maatschappelijke gevolgen van een eventuele terreuraanslag zal beperken. Sinds Pim Fortuyn vinden alle politieke partijen integratiepolitiek belangrijk, maar het is de grote partijen nog niet gelukt om het eens te worden over een aantal cruciale zaken. De integratie is een nationaal probleem en vraagt om een nationale aanpak: een beschavingsoffensief waarbij burgerschap centraal staat en niet religie.
     
  2. Infiltratie politieke islam in moskeeën en onderwijs
    De infiltratie van de politieke islam begint altijd in de moskeeën en in het onderwijs, aldus Ellian. Hij vindt het naïef en gevaarlijk als politici en media daar onvoldoende rekening mee houden. Weliswaar waarborgt de Grondwet de mogelijkheid van het bijzonder onderwijs, maar het mag niet zo zijn dat de inhoud van dat onderwijs in strijd is met andere grondrechten. De islam bevat voorschriften die de schending van mensenrechten inhouden, zoals het niet erkennen van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen en tussen homo's en hetero's. Ellian vindt dat een kind het recht heeft om te worden onderwezen over de rechten van de mens en over de vrede. Hij pleit voor een nieuw verplicht vak voor alle basisscholen: de rechten van de mens. Islamitische kinderen die van hun godsdienstleraar horen dat homo's naar de hel gaan en dat man en vrouw niet gelijkwaardig behandeld moeten worden, horen dan tenminste óók bij het vak 'de rechten van de mens' dat allen die zich in Nederland bevinden voor en door de wet gelijk aan elkaar zijn en dat discriminatie een strafbaar feit is.
     
  3. Vertrouwenscrisis bij burgers na aanslag
    De burgers zijn er niet van overtuigd dat de overheid de problemen m.b.t. integratie en terrorisme-bestrijding goed aanpakt. Een vertrouwenscrisis na een mogelijke aanslag zou een ernstige dreiging voor de rechtsorde kunnen betekenen. Religieus-etnische conflicten zijn daarbij niet uitgesloten.
     
  4. Wetgeving rond internet schiet tekort
    Rechercheren en contraterreuractiviteiten worden zinloos als men via internet ongestoord nieuwe jihad-strijders kan blijven rekruteren. Ellian: 'Internet is een bloeiende bazaar waarin gehandeld wordt in haat.' Er zijn internationale verdragen nodig om het terrorisme en radicalisering op internet te kunnen bestrijden.

Link
Oratietekst (pdf)

18 april 2006/DH