Romeins bronzen tafelantiek
Bij een opgraving in Nistelrode, Noord-Brabant, hebben Leidse archeologen een zogenoemd depot gevonden. Waarschijnlijk heeft een herenboer, op de vlucht voor schermutselingen in het grensgebied van het Romeinse rijk, in het midden van de derde eeuw van onze jaartelling zijn tafelbrons begraven. De bronzen schat is in 2004 gevonden en nu, na de conservering, van 8 april tot en met 26 augustus te zien in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO).
Archol
De vondst van het bronsdepot werd gedaan tijdens een opgravingsproject in 2004. 'We zijn toen een half jaar bezig geweest. Inmiddels zijn op de bewuste plek een snelweg en een nieuwbouwwijk gebouwd', vertelt Richard Jansen die de leiding had over de het project. De opgraving werd in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd door Archol BV (Archeologisch Onderzoek Leiden), het opgravingsbedrijf van de Faculteit der Archeologie.

De bronzen schat zoals hij na 1800 jaar onder de grond tevoorschijn is gekomen.

En zo ziet de schat eruit na de conservering.
Arme grond
Het depot bestaat uit een dertigtal objecten: borden, schalen, wijnzeven, kannen, steelpannen, scheplepels en drie kandelaars. De objecten zijn uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Dat komt voornamelijk doordat ze met zorg door de voormalige eigenaar zijn opgestapeld en verborgen in een kuil. Jansen: 'We denken dat dat komt, omdat de objecten zo waren begraven dat er geen water in kon blijven staan. De kans dat dat wel was gebeurd is groot want de bodem bestaat hier uit arme grond van rivierzand met veel grind, waar het regenwater vrij snel doorheen loopt. Was er water in de objecten blijven staan, dan was er waarschijnlijk heel weinig van overgebleven. Bovendien zijn het alleen bronsobjecten. Als er ijzer tussen had gezeten, was er een microklimaat ontstaan, waarbij alles door wederzijdse invloed veel meer was gaan oxideren.'
Conservering
'Het is al verbazingwekkend hoe ze uit de grond zijn gekomen', zegt Jansen, 'maar tijdens de conservering bij restauratie-atelier Archeoplan in Delft zijn ze nog mooier geworden. De objecten zijn meer gaan glimmen, wat een mooi effect geeft onder een lamp.' Oorspronkelijk was het vaatwerk glanzend en goudkleurig. In de loop van de tijd is de goudkleur hier en daar veranderd in lichtbruin en diepgroen.
Herenboer
Kunnen we deze vondst tegenwoordig een echte schat noemen, voor de persoon die hem 1800 jaar geleden begroef, was het ook al een heel waardevol bezit. Waarschijnlijk was de eigenaar een herenboer. Hij woonde in een kleine landelijke nederzetting die tijdens de opgraving blootgelegd is. Jansen: 'Eén huis springt eruit. Dat heeft een andere opzet. Het is een zogenoemd porticushuis, met een soort veranda van houten zuilen rondom. De bewoner van deze boerderij vormde de elite binnen zijn gemeenschap. Hij onderhield de handelscontacten met de stad. We hebben veel Romeins importaardewerk en munten gevonden en een groot aantal metalen objecten die ook allemaal van Romeinse makelij zijn.'

Een wijnzeef is na 1800 jaar onder de grond nog opvallend goed geconserveerd.

Na behandeling heeft de zeef nog aan glans gewonnen.
Rooftochten
Of de eigenaar van het porticushuis ook de eigenaar van de bronzen schat is geweest, is niet zeker, want de schat is een eind buiten de nederzetting begraven. Mogelijk was hij op de vlucht voor de schermutselingen die vanaf het midden van de derde eeuw regelmatig plaatsvonden langs de limes (grenzen) van dit deel van het Romeinse rijk. In die tijd waren de Romeinse troepen vaak nodig om in andere delen van het rijk de orde te bewaren. Van hun afwezigheid werd dankbaar gebruik gemaakt door Germaanse stammen die rooftochten over de grens organiseerden. Jansen vindt het jammer dat er nog nooit directe bewijzen gevonden zijn dat nederzettingen uit die tijd hals over kop verlaten zijn. Een verbrande boerderij zou prachtig zijn. Er zijn wel meer van zulke depots gevonden, maar het blijft een zeldzaam verschijnsel. Jansen: 'Ik vind het een fascinerende gedachte dat iemand daar 1800 jaar geleden heel bewust op zijn knieën heeft gezeten om die voorwerpen te verbergen en dat jij, als onderzoeker, na al die tijd de eerste bent die de voorwerpen weer ziet.'
Slijtagesporen
De objecten zijn gedurende lange tijd intensief gebruikt. Dat is te zien aan reparaties en slijtagesporen op de handvatten. De oudste objecten dateren van het eind van de eerste eeuw en de jongste van het begin van de derde eeuw. 'Het is een verzameling die zich mogelijk langzaam heeft opgebouwd', vertelt Jansen. 'Een deel is gemaakt in Gallische bronssmederijen en het andere deel komt uit het Rijnland.' Dat het om echt Romeins vaatwerk gaat, is onder meer te zien aan de afbeeldingen van Romeinse helden en goden. Jansen: 'De vraag is welke betekenis de afbeeldingen voor de eigenaar hadden. In Nijmegen, ongeveer vijftien kilometer van de nederzetting vandaan, woonden natuurlijk ook Romeinen. De bewoners van de nederzettingen waren echter geromaniseerde Bataven.' Een van de schalen draagt de gegraveerde afbeelding van de held Hercules. 'Magusanus was de belangrijkste god van de Bataven en die werd afgebeeld in de persoon van Hercules', zegt Jansen. 'Die afbeelding zal dus voor de eigenaar wel een speciale betekenis hebben gehad.'
De bronzen schat is van 8 april tot en met 26 augustus 2006 te zien in het Rijksmuseum van Oudheden. Tijdens het Museumweekend (8 en 9 april) is het museum gratis toegankelijk.
Op zaterdag 20 mei staat de schatvondst centraal in het televisieprogramma 'Nieuw in Nederland' (AVRO, Ned. 1, 16.30 uur).
4 april 2006/SH
