Oratie prof.dr. A. Algra

Vrijdag 3 februari, 16.15 uur
Academiegebouw, Rapenburg 73

Titel: Hoofdzaken 
Tekst van de oratie (pdf)

Prof.dr. A. Algra (1953) per 1 februari 2005 benoemd tot hoogleraar in de Faculteit der Geneeskunde om werkzaam te zijn op het vakgebied van de Klinische epidemiologie van trombosebehandeling en trombosepreventie

Ale Algra werd op 6 juli 1953 geboren in Nieuw-Amsterdam. Met als doel biomedical engineer te worden studeerde hij van 1971 tot 1974 natuurkunde aan de Universiteit Utrecht. In 1974 deed hij in zijn kandidaatsexamen. Vanaf 1974 zette Algra zijn studie voort aan de faculteit geneeskunde van de Erasmus Universiteit wat in 1981 resulteerde in het behalen van het artsexamen. Tijdens de geneeskundestudie was hij werkzaam als student-assistent op de afdeling cardiologie van het Thoraxcentrum. Deze werkzaamheden zette hij vanaf 1981 voort als wetenschappelijk medewerker bij deze afdeling.

24 uurs-elektrocardiogrammen
Algra was betrokken bij het ontwikkelen van computerprogramma's voor het automatisch analyseren van 24 uurs-elektrocardiogrammen. Rond 1983 raakte hij geïnspireerd door het werk van de onderafdeling klinische epidemiologie van het Thoraxcentrum. Dat leidde tot het volgen van de opleiding tot Master of Science in Epidemiology aan de Harvard School of Public Health te Boston in 1984/85.

Daarna combineerde Algra zijn technische kennis van de 24 uurs-elektrocardiografie  en die van de epidemiologie in een onderzoek over elektrocardiografische risicofactoren voor plotselinge dood, waarop hij in 1990 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam promoveerde.

Vanaf 1990 is hij verbonden als klinisch epidemioloog aan de afdeling neurologie van het UMC Utrecht, eerst full-time, later in een gedeelde aanstelling bij de afdeling klinische epidemiologie van het Julius Centrum, eveneens in het UMC Utrecht.

Secundaire preventie
Hoofdlijn van Algra's onderzoek is secundaire preventie van arteriële trombose, in het bijzonder die na cerebrale ischemie. Hij was en is betrokken bij grote multicenter clinical trials op dit terrein.

In 1999/2000 was hij visiting professor bij de afdeling Clinical Neurosciences van de University of Western Ontario in London, Ontario, Canada. Terug in Nederland zette hij zijn onderzoekslijn over secondary stroke prevention voort door middel van een programmasubsidie van NWO. Daarnaast verricht hij ook etiologisch en prognostisch onderzoek op dit terrein, waarbij in de laatste jaren ook genetische kenmerken van patiënten zijn betrokken. Op dit laatste terrein werkt hij nauw samen met professor Frits Rosendaal van de afdeling Klinische epidemiologie van het LUMC. Deze samenwerking heeft per 1 februari 2005 geleid tot zijn benoeming tot hoogleraar binnen deze afdeling.

(31 januari 2006)