|
Europees licht op de biologische klok | |
| In januari is EUCLOCK gestart: 34 onderzoekers van 29 verschillende universiteiten en bedrijven uit 11 Europese landen gaan onderzoeken hoe de biologische klok wordt gelijkgezet als reactie op licht. De Europese Gemeenschap heeft hiervoor 16 miljoen euro beschikbaar gesteld. Nederlandse deelnemers zijn het LUMC, de Rijksuniversiteit Groningen, het Erasmus Medisch Centrum en het Personal Health Institute International. |
|
|
Dr. Joke Meijer, neurofysiologe binnen moleculaire celbiologie in het LUMC, is de Leidse onderzoeksleider. Een interview. Waarom dit project? Ook bij mensen zijn er nog duidelijke seizoensritmen aanwezig, en een groot aantal lichaamsfuncties vertonen 24-uurs ritmen: hormoonspiegels, prestatievermogen, genexpressie, activiteit van verschillende hersengebieden en organen. De biologische klok is genetisch uitgerust om een ritme van ongeveer 24 uur te genereren. Bij avondmensen is dit ritme trouwens wat langer dan bij ochtendmensen. | |
| Maar de klok moet wel bijgestuurd worden door licht, anders zouden onze ritmen langzaam uit de pas gaan lopen met de omgeving. De klok heeft de lichtinformatie bovendien nodig om de daglengte te meten, en daarmee om de seizoenen te bepalen. Dit project is helemaal gericht op de aanpassing van de klok aan licht.' |
|
|
Er is bovendien een heel nieuw pigment gevonden dat in het netvlies ligt, het zogenoemde melanopsine. Dit pigment legt de verbinding met de biologische klok. Melanopsine zit niet in de staafjes en de kegeltjes die we gebruiken om te zien, maar gewoon in de zenuwcellen zelf. Heel uitzonderlijk hoor. Melanopsine vertoont geen gewenning aan licht, en is dus langdurig in staat om licht waar te nemen. Zodoende kan de daglengte geregistreerd worden. Melanopsine is trouwens ook betrokken bij onze pupilreflex. Wat er nog niet bekend is? Ha, dat weet je nooit! Maar er zijn een paar duidelijke vragen en doelstellingen. Er is in de afgelopen tien jaar zoveel moleculair onderzoek gedaan, dat we op moleculair niveau inmiddels meer weten dan op fysiologisch niveau. In dit project willen we in ieder geval de vertaalslag proberen te maken tussen datgene wat zich moleculair afspeelt en wat op een hoger integratieniveau gebeurt. Systems Biology van de biologische klok, heet dat. In de derde plaats willen we gebruik maken van meer natuurlijke lichtbronnen. Kijk, aan de ene kant wil je natuurlijk zoveel mogelijk variabelen in de hand houden in een laboratoriumsituatie, om het mechanisme van een systeem te onderzoeken. Je werkt in een laboratorium bijvoorbeeld met abrupte afwisselingen van licht en donker. Maar in dit project willen we aan de andere kant een voorzichtige analyse maken van een meer natuurlijke verlichting, omdat er aanwijzingen zijn dat enkele klokgenen behoorlijk verschillend reageren als het licht langzaam in plaats van snel aangaat, zoals tijdens de ochtend schemer gebeurt.' Hoe gaat de samenwerking concreet in zijn werk? Dat managementschema op de site van Euclock ziet er indrukwekkend uit, maar wat doen de onderzoekers precies met elkaar? | |
| 'Dat managementschema is ingewikkelder dan ons onderzoek! Maar dat hoeft het werk niet in de weg te staan. De onderzoekers werken goed samen. In Nederland bijvoorbeeld hebben we een grove indeling van een groep die gedragswerk doet in Groningen, een groep die moleculair werk doet in Rotterdam, en de neurofysiologiegroep op de afdeling Moleculaire Celbiologie van het LUMC. In Rotterdam worden bijvoorbeeld bepaalde constructen gemaakt, zodat de expressie van genen zichtbaar kan worden. |
|
|
Wij willen vervolgens de genexpressie van cellen volgen en tegelijkertijd de elektrische activiteit van deze cellen kunnen meten.Elektrische activiteit is het signaal waar zenuwcellen in de hersenen mee communiceren, de taal van de hersencellen zeg maar, dus dat is een heel functioneel signaal.' Waar doen u en uw LUMC-medewerkers zelf onderzoek naar? | |
Bron van de foto op de voorpagina, herhaald aan het begin van dit artikel:
VU Amsterdam, natuurkunde.
31 januari 2006/HP



