Bang voor school

Als een kind  het uit angst of om andere sociaal-
emotionele redenen vertikt om naar school te gaan, heet dat schoolweigering. Vaak hebben schoolweigeraars de klassieke symptomen van schoolziekte: hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid en/of huilbuien. Bij jongeren uit etnische minderheden komt schoolweigering iets vaker voor dan bij autochtone Nederlanders. Drs. Marija Maric onderzoekt de komende vier jaar met een Mozaïeksubsidie de effectiviteit van de cognitieve gedragsbehandeling voor tieners.

Schoolverzuim
'We onderscheiden drie soorten schoolverzuim: spijbelen, schoolweigering en schoolonthouding', vertelt Maric. 'Spijbelaars hebben gewoon geen zin om naar school te gaan. Kinderen die weigeren om naar school te gaan, doen dat om sociaal-emotionele redenen, voornamelijk angst. Ze willen wel naar school maar durven niet.'


Marija Maric: 'Schoolweigeraars willen wel naar school, maar ze durven niet.' 

De derde categorie, schoolonthouding, gaat uit van de ouders. Kinderen worden thuis gehouden om te helpen in het huishouden of om op jongere broertjes of zusjes te passen. Overlap tussen de drie categorieën is mogelijk. In haar onderzoek beperkt Maric zich tot schoolweigering.

Kenmerken
Een van de kenmerken van schoolweigeraars is angst: sociale angst of faalangst. Een ander kenmerk is dat ze thuis blijven en niet buiten gaan rondhangen, zoals dat wel het geval is bij spijbelaars. Verder komt bij ongeveer eenderde van deze groep ook depressiviteit voor. Vaak hebben schoolweigeraars ook meer in het algemeen problemen in de omgang met leeftijdgenoten. Zo kan gepest worden aanleiding zijn om niet meer naar school te willen.
'Schoolweigering komt voor in alle geledingen van de maatschappij', aldus Maric, 'maar volgens de schaarse cijfers onder etnische minderheden iets meer.'

Gissen
Het is ongetwijfeld gecompliceerder om tussen twee culturen te leven. Dat zou een oorzaak kunnen zijn van schoolweigering bij etnische minderheden, maar Maric wil daar niet naar gaan gissen: 'Etniciteit is maar één van de factoren die een rol spelen.'

De kenmerken van schoolweigering vormen niet het doel van Marics onderzoek, maar een van de onderzoekvragen heeft wel betrekking op die kenmerken. Het doel van haar onderzoek is om tot een goede behandeling te komen. 'Naast etniciteit betrek ik een hele reeks van factoren in mijn onderzoek, zoals leeftijd, manier van denken en de school- of gezinssfeer.'

Cognitieve gedragsbehandeling
Cognitieve gedragsbehandeling als therapie voor schoolweigeraars heeft bewezen effectief te zijn, maar nog nooit is systematisch onderzocht waarom dat zo is. Maric: 'Ik ga onderzoeken voor wie een cognitieve gedragsbehandeling effectief kan zijn (moderators) en hoe de behandeling effectief is (mediators).' Een moderator is bijvoorbeeld een etnische jongere en een mediator is het aanleren van een vaardigheid om actief cognities te veranderen. Schoolweigeraars hebben bijvoorbeeld vaak een lage self-efficacy (zelfcompetentie) en denken school niet aan te kunnen. De resultaten van cognitieve gedragsbehandeling wil Maric vergelijken met een controlegroep die alleen counseling krijgt, de zogenoemde educatieve ondersteuningstherapie.


Een lage self-efficacy. Cartoon van Marija Maric

Tieners
Maric kijkt in eerste instantie naar cognities. Een andere belangrijke mediator is de ouder-kindrelatie. Ze is geïnteresseerd in het vraagstuk rond de autonomie van het kind of conflicten met de ouders. Deze zaken spelen vooral bij tieners, dat is ook de groep waarop Maric zich richt. 'Uit de beschikbare literatuur blijkt dat schoolweigeraars in de tienerleeftijd zich vaak nog niet voldoende van hun ouders hebben losgemaakt', vertelt Maric. 'Daarom is het belangrijk dat we de ouders bij de behandeling betrekken en ook de school.'

Kinische ervaring
Maric voert haar onderzoek uit onder begeleiding van dr. David Heyne, internationaal expert op het gebied van cognitieve gedragsbehandeling van schoolweigeraars. Hij heeft ervaring opgedaan in een kliniek voor schoolweigering in Australië, waar men veel verder is met dit type onderzoek. Maric: 'Ik kan dus gebruik maken van de wetenschappelijke en klinische ervaring van mijn begeleider.' Verder zit er in de onderzoeksgroep een andere aio, die in Nederland onderzoek gedaan heeft naar de drie typen schoolverzuim.

Curium
Het onderzoek wordt verricht in samenwerking met het centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie Curium in Oegstgeest, waar de cliënten in behandeling komen. Of de ouders goed mee zullen werken, moet nog blijken. 'Ik wil graag tieners tussen twaalf en achttien jaar betrekken in het onderzoek, dus ook jongeren die niet meer leerplichtig zijn. Ouders worden gestimuleerd om mee te doen, maar als ze niet willen, wordt alleen de tiener in de behandeling meegenomen.'

Kroatisch
Marija Maric is in Kroatië geboren. Ze heeft daar tot het eind van haar middelbareschooltijd gewoond. Elf jaar geleden kwam ze naar Nederland. Zonder noemenswaardige vertraging begon ze hier in Leiden aan de studie Psychologie. Intussen is ze verbonden aan de Sectie Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen.

31 januari 2006/SH