'Op naar de miljoen klachten'

Vorige week bracht de Commissie Deskundigen Vliegtuiggeluid haar eindrapport uit over handhaving van vliegtuiggeluid in de wijdere omgeving van Schiphol, het zogenoemde buitengebied. Castricum ligt daarin, maar Leiden ook. De commissie bestond uit geluidsdeskundigen, en werd aangevoerd door oud CDA-senator Huib Eversdijk. Ze had van de regering opdracht voorstellen te formuleren voor een handhavingsysteem in dit gebied, en maakt in haar rapport de balans op tussen meten en  rekenen. De conclusie: we moeten meer meten, maar zonder rekenen gaat het niet. Het rapport is een gemiste kans, vindt Pieter Jan Stallen, hoogleraar Psychologie van de geluidhinder in Leiden.

Pieter Jan Stallen
 Pieter Jan Stallen:
'Geluidhinder is wéér gelijkge-
 steld aan decibellen.'

Waarom?
Stallen: 'Omdat aan de niet-akoestische factor geen aandacht is geschonken. Ik schrok toen ik het las. Geluidhinder is opnieuw gelijkgesteld aan decibellen. Het gaat wéér over decibellen meten, nog meer meten, beter ijken, beter begrijpen. Dat moet óók wel, maar we moeten bij het onderzoek de sociale kant niet vergeten. Die moet deel uitmaken van het onderzoek, en niet als voetnoot fungeren. Iedereen weet dat het bij de hinder van de piano van de buurman verschil maakt of de buurman wel of niet aardig is, en tot overleg bereid.

Maar als het om het collectieve terrein gaat, namelijk een binnenstad met cafés of een gebied rond een luchthaven, dan wordt dat vergeten. Die sociale kant is in het publieke domein heel moeilijk over het voetlicht te krijgen. Daarom moet je daar ten eerste experimenteel onderzoek naar doen. Dat doen wij hier in het lab. Uit die experimenten blijkt dat mensen meer of minder hinder ondervinden van dezelfde geluidsomstandigheden, als je de sociale omstandigheden verandert. En ten tweede moet je die sociale kant bestuurlijk handen en voeten geven: zorgen dat de regio met de luchtvaartsector om de tafel kan gaan zitten om afspraken te maken, en daar juridische consequenties aan verbinden.'

Wat heeft de commissie gedaan?
'De commissie concentreerde zich op de kwestie meten versus rekenen. De kritiek op het beleid rond Schiphol is namelijk: overheid, u rekent wel, maar u meet niet. Wat hebben we dan aan al die berekeningen? Er heerst een enorm wantrouwen, niet alleen bij de bewoners maar ook bij de lagere overheden. En niet alleen jegens de luchtvaartsector maar minstens evenveel jegens het Rijk. Het rapport Eversdijk was mede bedoeld om iets aan dat wantrouwen te doen. Het behandelt de kwestie: moeten en kunnen we naast rekenen ook gaan meten in dit buitengebied, zoals we dat ook doen in het gebied dichterbij Schiphol, waar 35 meetpunten staan? De commissie pleit voor harde en handhaafbare grenzen, en beveelt aan om - weliswaar na nader onderzoek - tevens meetpunten te plaatsen in het buitengebied, waarbij de overheid de grenswaarden moet aangeven.

Bij die conclusies tekent de commissie zeer terecht een aantal zaken aan. Ten eerste is meten technisch lastig, door de ruis van de omgeving. Metingen zijn daarom vooralsnog ongeschikt om vliegtuigen op af te rekenen. Ten tweede komen we er niet met meten alléén. Als je ergens honderd meetpunten neerzet ontkom je echt niet aan rekenen. In feite komt de commissie er ook niet uit. Aan de ene kant wil ze handhaafbare grenzen, maar aan de andere kant ziet ze dat dat vooralsnog onmogelijk is. Maar zonder de sociale factor binnen je onderzoek te halen, kún je er ook niet uitkomen.'

Is meten dan niet weten?
'Ik zeg niet dat er niet gemeten moet worden. Zeker als je een restrictief beleid voorstaat ben je gebaat bij meten. Hoewel ik juist met betrekking tot dit buitengebied niet denk dat meetpalen iets zullen toevoegen. Ze zullen de aandacht van de bewoners juist extra op het vliegtuiggeluid richten, en daardoor de hinder daarvan doen toenemen. Juist in een gebied als dit, waar men van een situatie van géén vliegtuiggeluid naar een situatie van beperkt geluid is gegaan, is de sociale factor belangrijk bij het verklaren van geluidhinder. In zo'n gebied wordt het maken van afspraken zwaar gewaardeerd. Dat zag je bij de aanleg van de vijfde baan. Er is gerekend, opgeteld en afgetrokken: "Als we er bij Amstelveen een heleboel decibellen afhalen, kan het elders wel een onsje meer zijn". Mooi voor Amstelveen. Maar het gebied dat het onsje erbij kreeg, is niet betrokken bij de aanleg van de vijfde baan. Daarom steeg het aantallen klachten daar enorm. Uit vergelijkend onderzoek met Parijs of Londen blijkt dat Schiphol per omwonende verreweg de minste decibellen produceert, maar enorme klachtenaantallen heeft. De belangrijkste oorzaak daarvan is die vijfde baan, waarover de omgeving niet heeft mogen meepraten. Als er niet overlegd gaat worden, zitten we over een paar jaar op een miljoen klachten per jaar.'

Wat moet er volgens u gebeuren?
'De sector en omgeving moeten gaan experimenteren in de regio. Als Castricum wil dat er meer glijdend wordt geland omdat dat voor veel mensen stiller is, betekent dat voor bewoners onder dat glijpad wel een flinke concentratie van de belasting. Een vraag van verdelende rechtvaardigheid dus. Oók in het buitengebied blijkt er behoefte te zijn aan geluidsisolatie. Kunnen we daar subsidie voor bedenken? Dit is het soort vragen waarover we moeten nadenken mét die omwonenden. Experimenteren, bloedneuzen oplopen en elkaar dan de zakdoek geven, alleen op die manier kan er vertrouwen ontstaan. Maar de politiek moet de omgeving die experimenten dan wel toestaan.'

Kent u regio's die dat experiment zijn aangegaan?
'Ja, de regio Wenen. Dat was heel verrassend, daar kwamen we pas een half jaar geleden achter. De situatie was vergelijkbaar met de vijfde baan hier. In Wenen wilde de luchthaven een derde baan. De luchthaven zelf nam het initiatief om met iedereen te gaan praten. De omwonenden waren daar wel toe bereid, maar eerst wilden ze praten over de huidige situatie. Dat gebeurde, en de partijen kwamen eruit; er werd een ander nachtregime afgesproken. Toen werd er gepraat over de derde baan. Ook daar is een compromis uitgekomen. Het hele proces heeft vijf jaar geduurd, en de baan wordt nu aangelegd. De juridisering is daar overigens niet zo ver doorgevoerd als hier; er waren meer juridische vrijheden. Hier is alles veel fijner afgeregeld. Zowel de luchtvaartsector als de milieubeweging kunnen zich daardoor in Nederland voortdurend beroepen op hun rechtspositie.'
 

 

Experimenteel onderzoek naar geluidhinder

Promovenda Eveline Maris doet experimenteel onderzoek naar de rol van procedurele rechtvaardigheid bij geluidhinder. Ze is net klaar met het verzamelen van haar data. In het lab van psychologie vertelde ze haar proefpersonen dat ze de effecten van geluid ging meten op het maken van een eindexamen van de middelbare school. Een actueel voorbeeld, want het Landelijk Actiecomité Scholieren had daar veel klachten over gekregen.

Maris liet haar proefpersonen een examen Engels doen, waarbij ze hen lastig viel met geluid van 50 decibel (niveau pratende mensen) of van 70 decibel (niveau luide tv). De beide groepen deelde ze in tweeën, en ze suggereerde dat in het onderzoek drie verschillende geluiden werden vergeleken. De ene helft van de proefpersonen kreeg te horen er géén inspraak in te hebben aan welk geluid ze blootgesteld zouden worden. De andere helft kreeg wel inspraak, hoewel de proefpersonen geen garantie kregen dat hun wensen ook gehonoreerd zouden worden. Toch gaf de groep met inspraak aan veel minder hinder te hebben ervaren dan de andere groep die helemaal geen inspraak had gehad. Gevraagd de geluidhinder aan te geven op een schaal van 1 tot 7 meldde de groep mét inspraak evenveel hinder bij 70 decibel als de groep zonder inspraak al bij 50 decibel.

Maris deed een tweede experiment. Ze liet de proefpersonen korte samples van drie soorten geluid horen: van een vogel, een radio, en een vliegtuig, en vertelde de proefpersonen dat ze één van deze drie geluiden te horen zouden krijgen tijdens het eindexamen Engels. Weer deelde ze de groep in tweeën. Tegen de ene helft zei ze: 'Wij bepalen wat voor geluid je te horen krijgt, maar we willen wel graag weten wat voor geluid je gekozen zou hebben.' En tegen de andere helft: 'Jullie mogen helemaal zelf kiezen wat voor soort geluid je wilt horen.' Vervolgens werden de verlangens van deze laatste groep volledig genegeerd, zonder opgaaf van redenen. Gevraagd naar uitleg werden de proefpersonen uitgesproken bot behandeld. Vervolgens werden beide groepen blootgesteld aan geluid van 50 decibel en van 70 decibel.
Wat bleek? De hinder, aangegeven op een schaal van 1 tot 7, was bij de onheus behandelde groep veel hoger dan bij de andere groep, zowel bij 50 als bij 70 decibel. De behandeling had bovendien veel meer invloed op de hinder dan het geluidsniveau.

 Prof.dr. P.J. Stallen

24 januari 2006 / HP