De architectuur en het eurobiljet

Sinds de komst van de euro spelen architectuuruitbeeldingen een rol in het dagelijks leven van miljoenen Europeanen. Dit is te danken aan Robert Kalina van de Oostenrijkse nationale bank, die in 1996 de ontwerpwedstrijd voor eurobiljetten won. De poorten en vensters op de voorzijde van de serie symboliseren de openheid en samenwerking in Europa. De bruggen achterop de biljetten verbeelden de communicatie tussen Europese burgers onderling en de rest van de wereld. Kalina heeft de bouwwerken opzettelijk zo vormgegeven dat je er geen specifieke Europese poort, venster of brug in kunt herkennen. Het ging hem niet om een natuurgetrouwe weergave, maar hij wilde de nadruk leggen op het bindende karakter van het Europese betaalmiddel.  

Emanuel Klinkenberg
Emanuel Klinkenberg: 'Oppassen dat de hapklare brokken van Kalina's eurobiljetten geen werkelijkheid worden!' 

 
Architectuuruitbeeldingen
De eurobiljetten staan in een lange, wijd verbreide traditie. In talloze archieven, bibliotheken, kerken, musea en privé-verzamelingen overal ter wereld bevinden zich afbeeldingen van tempels, kerken, huizen, steden, torens, poorten en andere bouwkunst: geschilderd of getekend, gegoten in metaal, gelegd in mozaïek, gesmeed, gemunt, geweven of geborduurd. EurobiljettenNiemand weet hoeveel afbeeldingen er zijn, maar vast staat wel dat het een immens aantal is. Kunsthistoricus Emanuel Klinkenberg wijdde zijn proefschrift aan een klein gedeelte ervan, de architectuuruitbeeldingen uit de West-Europese Middeleeuwen tot omstreeks 1300. Hij promoveert op dinsdag 24 januari 2006.

Veelzijdiger doel
Middeleeuwse kunstenaars maken geen afbeeldingen, maar uitbeeldingen van architectuur, aldus Klinkenberg. 'De beeldhouwers, edelsmeden, mozaïekwerkers, munters, schilders en wevers en zegelsnijders die gebouwen weergaven reproduceerden niet, maar representeerden. Dat is een wezenlijk verschil. De weergegeven architectuur vertoont vaak weinig tot geen overeenkomst met werkelijke, gebouwde architectuur.' Waarom gingen ze zo te werk? Klinkenberg: 'Veel architectuuruitbeeldingen dienden een ander, veelzijdiger doel dan alleen de illustratie van een tekst of de correcte weergave van bouwwerk of gebouwde omgeving.'

 
Jeruzalem als navel van
de wereld
 

Jeruzalem
Op veel miniaturen en oude topografische kaarten wordt Jeruzalem uitgebeeld met uitgeklapte muren (zie illustratie). Daarmee wilden de kunstenaars uitdrukken dat Jeruzalem niet zomaar een stad was, maar de aardse tegenhanger van het hemelse Jeruzalem en de navel van de wereld. Andere middeleeuwse steden probeerden de bijzondere reputatie van Jeruzalem in te zetten ter meerdere eer en glorie van zichzelf. De Spaanse stad Toledo bijvoorbeeld liet zichzelf rond 700 afbeelden als een nieuw Jeruzalem, met vier torens, twaalf torenhelmen (de spitsjes op de torens) en een rijke decoratie van edelstenen (zie illustratie).
Daarmee presenteerde Toledo zich als residentie van de nieuwe koning David of koning Salomo. De koningen van het Visigotenrijk, waar Toledo de hoofdstad van was, beschouwden zichzelf namelijk als de opvolgers van de beroemde bijbelse koningen David en Salomo.   
 
Monnikenwerk
Een ander voorbeeld van een architectuuruitbeelding die meer beoogde dan een correcte weergave van de werkelijkheid, vervaardigde de Franse monnik Adémar van Chabannes. In het begin van de elfde eeuw schreef hij een kroniek waarin het leven van Karel de Grote een belangrijke plaats inneemt. Bij het gedeelte over Karels dood maakte hij een pentekening van de Akense paltskapel waar de grote vorst begraven ligt (zie illustratie). Die tekening vertoont opmerkelijke verschillen met de bouwtechnische werkelijkheid.
Het Spaanse Toledo als nieuw Jeruzalem
Het Spaanse Toledo als nieuw Jeruzalem 
Klinkenberg veronderstelt dat Adémar de Akense paltskapel heel bewust heeft uitgebeeld naar het voorbeeld van de kloosterkerk Sint-Martialis in Limoges (Aquitanië), waar de heilige Martialis begraven lag. Adémar verrijkte de westtoren en de rotonde van de Akense paltskapel met duidelijk herkenbare elementen uit de Martialiskerk. En hij tekende er ook nog een grafplaat bij waarvan opschrift aansloot bij dat van Martialis' graf in Limoges.
 
 Naar 'Limoges' gestileerde weergave van paltskapel in Aken
Naar 'Limoges' gestileerde weergave van paltskapel in Aken 
Middeleeuwse PR
Waarom tekende Adémar Karels graf op zo'n afwijkende manier? De Martialis was in 1028 herbouwd en opnieuw gewijd. Rond die tijd schreef Adémar ook zijn kroniek. Adémar kende de Sint-Martialis heel goed, omdat hij als monnik verbonden was aan het bijbehorende klooster. Hij zal dus bijzonder toegewijd zijn geweest aan de patroon van het klooster, de Aquitaanse apostel Martialis. Adémars weergave van de Akense paltskapel kan volgens Klinkenberg worden begrepen als een subtiele lofzang op de Sint-Martialiskerk. Dit eerbetoon werd vermoedelijk ingegeven door Adémars uitgesproken verlangen om de
roem van apostel Maritialis over heel Aquitanië te verbreiden. Bovendien wilde hij het aanzien van de Aquitaanse hertogen vergroten door hun banden met Karel de Grote te onderstrepen. Klinkenberg: 'Adémar van Chabannes was dus een monnik met een missie!' 

Behulpzame non
Voor zijn onderzoek bereisde Klinkenberg Duitsland, Frankrijk, Italië en Zwitserland. Hij bezocht daar talloze bibliotheken, archieven, kerken en musea. De medewerkers van deze instellingen waren hem op allerlei manieren behulpzaam; ze worden in het woord vooraf dan ook ruimhartig bedankt. Onder dit leger van behulpzamen was ook een non van het S. Maria del Piano bij Ausonia (Italië). Klinkenberg noteert in het woord vooraf: 'Het zou mooi zijn om de goede daad van deze non hier aan de openbaarheid prijs te geven, maar ik heb haar beloofd erover te zwijgen.' Wel memoreert Klinkenberg de goede daden van onbekenden met wie hij meeliftte in Frankrijk en van een Nederlandse toerist in Verona die op een cruciaal moment een rolletje voor hem volschoot, toen de flitser van Klinkenbergs eigen camera dienst weigerde.

Hapklare brokken
Middeleeuwse kunstenaars pasten een historisch gegeven wel vaker aan aan de eigen tijd. Ze gaven de tempel van Jeruzalem weer als een middeleeuws kerkgebouw of ze veranderden een antieke tempel in een eigentijdse vesting. Dat deden ze omdat ze daarmee iets wilden zeggen. Adémar wilde met zijn tekening tot uitdrukking brengen dat de nieuwe kerk van het Martialisklooster net zo belangrijk was als de Akense paltskapel, om daarmee een steentje bij te dragen aan de bekendheid van de Aquitaanse apostel Martialis. Klinkenberg: 'Net als Robert Kalina, de geldontwerper van de Oostenrijkse nationale bank, keek Adémar over grenzen heen en putte hij uit een Europese geschiedenis. Als je dat doet, krijg je begrip voor de samenhangen binnen het culturele erfgoed. Ik hoop echter wel dat Kalina's vensters, poorten en bruggen niet alleen economische, maar ook culturele verbindingen tot stand brengen. Want de macht van het geld breekt de culturele verscheidenheid steeds verder af. We moeten oppassen dat de geijkte, hapklare brokken van Kalina's architectuuruitbeeldingen geen werkelijkheid worden!'

24 januari 2006 / DH