De 'ontdekking' van de troubadour


Alicia Montoya: "De figuur van de troubadour is in de late zeventiende eeuw opnieuw 'uitgevonden''

Romaniste Alicia Montoya constateerde dat de belangstelling voor middeleeuw-se literatuur in Frankrijk al ver voor de Romantiek begon. Met haar Veni-subsidie gaat ze uitzoeken waarom literaire kringen in Parijs en Versailles deze interesse al zo vroeg stimuleer-den. 

Ruim een jaar geleden, op 12 januari 2005, verdedigde Alicia Montoya haar proefschrift. Ze promoveerde (cum laude) op Marie-Anne Barbier (1664-1745?), een vrij onbekende Franse toneelschrijfster. Deze Marie-Anne onderhield professionele contacten met Marie-Jeanne L'Héritier (1664?-1734), een bij literatuurhistorici eveneens weinig bestudeerde 'dame savante'.  Door haar onderzoek naar Barbier werd Montoya nieuwsgierig naar het werk van deze collega en ging het lezen. Tot haar grote verrassing bleek L'Héritier de middeleeuwse literatuur zeer goed te kennen. Ze noemt namen van middeleeuwse vrouwelijke auteurs als Marie de France, la Comtesse de Die en Christine de Pisan.

Tot dusver gaan de literatuurhistorici ervan uit dat de middeleeuwse literatuur in Europa pas vanaf de Romantiek, zo aan het begin van de negentiende eeuw, algemeen bekend begon te raken.  'Dat beeld moet dus zeker worden bijgesteld', aldus Montoya. 

Operalibretto's
Nadat Montoya het werk van L'Héritier eenmaal ontdekt had, ging ze verder zoeken. Het bleek dat L'Héritier lang niet de enige was die uitspraken deed over middeleeuwse literatuur. In de late zeventiende en in de eerste helft van de achttiende eeuw blijken nog tientallen andere schrijvers dat gedaan te hebben. Montoya: 'Dat is nauwelijks onderzocht door de literatuurhistorici. Dat komt zeker ook omdat het hier vaak gaat om genres die tot nu toe nogal verwaarloosd zijn, zoals operalibretto's en sprookjes bijvoorbeeld.'

 

Marie-Jeanne L'Héritier

Alternatieve ruimtes
L'Héritier en verschillende van haar tijdgenoten denken echt na over de betekenis van de literatuur uit de Middeleeuwen voor hun eigen tijd. Montoya: 'De Middeleeuwen worden in sommige gevallen zelfs een soort alternatieve ruimte voor mensen. En zeker in de achttiende eeuw, wanneer men begint na te denken over alternatieven voor bijvoorbeeld het regeringssysteem en voor de bestaande visies op de sterk hierarchisch georganiseerde maatschappij. De Middeleeuwen blijken dan te kunnen dienen als een bijna utopische ruimte waarin je de dingen anders kunt vormgeven en waarin je kunt experimenteren met nieuwe ideeën. Denk  bijvoorbeeld aan personages zoals ridders die met herdersmeisjes trouwen, aan demonische personages en boze feeën die de bestaaande hierarchieën omver werpen, of aan de aandacht die ineens uitgaat naar de verhaaltradities van 'het volk', die tot dan toe geen rol van betekenis speelde in de 'hoge' literatuur.'

Tussenperiode
De periode tussen 1685 en 1750 waar Montoya zich in haar onderzoek op gaat richten is een tussenperiode. Het is de overgangstijd tussen Classicisme en Verlichting. Montoya: 'Er is eigenlijk geen naam voor deze periode. Het is wel zo dat de mensen in die tijd zich ervan bewust waren te leven ná het Classicisme, een ook toen al onbetwist hoogtepunt in de cultuur. In die zin is het dus echt een 'post-periode', maar het is ook een periode waarin nieuwe dingen beginnen. Deze tijd wordt ook vaak de vroege Verlichting genoemd, maar dat is natuurlijk een benaming achteraf.'

Romantiek
Waar het mij in dit onderzoek nu om gaat is dat men toen al bezig was met thema's die later zouden worden beschouwd als kenmerkend voor de Romantiek, de stroming dus die ná de Verlichting kwam. Dat is tot dusver niet of nauwelijks onderkend door cultuurhistorici. Ik denk dat de Romantiek zijn werkelijke oorsprong vindt in een ondergrondse stroming die al zichtbaar werd in deze overgangstijd tussen Classicisme en Verlichting. En dat je de literaire esthetica die in deze tijd ontwikkeld werd als een eerste uiting zou kunnen zien van een 'moderne' cultuuropvatting. Dat is de hypothese die ik nader zou willen onderzoeken.'

Troubadours
Montoya gaat dat doen door in Franse archieven en bibliotheken te zoeken naar bronnen. Montoya: 'Ik ga zeker ook naar specifieke genres kijken, zoals opera. De Middeleeuwen spelen een opvallende rol in de opera. Opera wordt vaak gezien als de tegenpool van de traditionele classicistische genres zoals de tragedie. Het lijkt me erg interessant om die twee soorten teksten tegenover elkaar te zetten. Sprookjes gaan ook terug op middeleeuwse bronnen. Maar waar ik zéker ook aandacht aan wil besteden is de mythevorming rond troubadours. Troubadours zijn regionale minnezangers, die vooral in de elfde en twaalfde eeuw populair waren. Het is heel veelzeggend dat deze, ik zou bijna zeggen 'romantische', figuur van de troubadour in de late zeventiende eeuw opnieuw wordt uitgevonden. De vraag is natuurlijk wat daar achter zit.'


Scène uit de opera 'Roland' uit 1685: een middeleeuws verhaal bewerkt tot een opera

Nationale identiteit
In de late zeventiende eeuw begint men in Frankrijk te zoeken naar een nieuwe nationale identiteit die niet langer gebaseerd is op de Klassieke Oudheid. Dan zijn de Middeleeuwen een vrij logische keuze. Maar aan het Franse koningshof in Versailles, waar de macht zetelde, is onder invloed van het Classicisme veel van de middeleeuwse literatuur in de vergetelheid geraakt en verloren gegaan. In de provincie, waar men een stuk behoudender was, was nog wel van alles te vinden.

Literaire academie
In Toulouse is aan het eind van de zeventiende eeuw een literaire academie nieuw leven ingeblazen. Montoya: 'Dat is echt heel interessant, omdat je kunt vaststellen dat er rond die tijd middeleeuwse auteurs zijn 'uitgevonden' om die academie bestaansrecht te geven. Die dichters hebben wel echt bestaan, maar ze krijgen een hele nieuwe literaire identiteit aangemeten om ze interessant te maken voor de academie. Het spannendste aan dit alles vind ik dat deze regionale herwaardering van de middeleeuwse literatuur door het centrale gezag is gestimuleerd. Die provinciale academies zoals die van Toulouse worden dus eigenlijk in Versailles gesticht, om daarmee een nieuwe nationale identiteit te helpen creëren. En die troubadours, dat zijn natuurlijk geweldige figuren om nationalistische gevoelens in te projecteren!'

(DH-17-01-06)