|
Edinburgh Dr. Bob Smailes kwam in september officieel in dienst, en sinds oktober is Leiden zijn vaste woon- en verblijfplaats. Hij is ook directeur kennisexploitatie in het LUMC. Smailes komt van de Universiteit van Edinburgh, waar hij directeur was van Edinburgh Research and Innovation (ERI). Sinds zijn komst in 1997 heeft ERI 1200 banen helpen creëren en een omzet van derden gegenereerd van £ 50 mln. Van alle universiteiten in Groot-Brittannië haalt de Universiteit van Edinburgh de meeste inkomsten uit royalties binnen.
Leeuwenhoek Consortium Bob Smailes loopt hier nog maar een paar maanden rond, maar zijn eerste wapenfeit is al daar: een subsidie van 2,5 miljoen euro voor het project 'Leeuwenhoek Starters'. |
LURIS (Leiden University Research and Innovation Services) werd 1 oktober 2005 opgericht om onderzoekers te ondersteunen bij het op de markt brengen van hun kennis en uitvindingen. Het kernteam van LURIS wordt opzettelijk klein gehouden: Smailes zelf als directeur, dr. Petra van den Berg voor het contractonderzoek, en drie nog aan te trekken mensen voor respectievelijk intellectueel eigendom, licenties en consultancy. LURIS is opgezet als netwerkorganisatie, met mensen die werkzaam zijn op het gebied van in 'business development' in de faculteiten. Vlak voor kerst heeft LURIS zijn intrek genomen in het Poortgebouw van het voormalige Academisch Ziekenhuis. |
|
Dat is een initiatief van het Leeuwenhoek Consortium, een publiekprivaat samenwerkingsverband waarin de Universiteit Leiden en het LUMC hoofdrolspelers zijn, en waarvan de universiteit penvoerder is. Het geld, afkomstig van het Ministerie van Economische Zaken, is vooral bedoeld om technostarters te helpen een eigen bedrijf op te zetten. Het is een subsidie in het kader van het Subsidieprogramma KennisExploitatie, uitgevoerd door Technopartner.
Pril Smailes is behoorlijk tevreden met deze miljoenensubsidie voor het stimuleren van jonge bedrijvigheid, omdat hij het uiterst belangrijk vindt dat er juist in een vroeg stadium geld en aandacht gestoken wordt in het naar de markt brengen van wetenschappelijke kennis. 'Die heel prille fase is de belangrijkste, maar tegelijkertijd de meest riskante', zegt Smailes. 'Hij bestaat uit een keten van cruciale afwegingen en beslissingen.'
Beslissing 'De eerste stap is: kijken welke wetenschappelijke ontdekkingen geschikt zijn om te dienen als basis voor verhandelbare producten. Vervolgens zorg je ervoor dat de uitvindingen juridisch goed beschermd worden. En dan neem je de grote beslissing: wat is de beste manier om een uitvinding op de markt te brengen? Ga je een nieuw bedrijf opzetten, of laat je, via licentiecontracten, bestaande bedrijven met de geoctrooieerde vinding aan de slag gaan. Slechts een klein deel van de commercialiseerbare ideeën is overigens geschikt om een eigen bedrijf voor op te richten; de meeste worden aan bestaande bedrijven uitbesteed.'
Zaailing Besluit je een nieuw bedrijf te starten, dan handel je vervolgens als een toegewijde tuinder, aldus Smailes: 'Zo'n nieuw op te zetten bedrijf is een zaadje dat nog moet ontkiemen. Niet voor niets hebben we het in het Engels over pre-seed funds'. Eenmaal ontkiemd kan de zaailing worden overgeplant naar een incubator, een gebouw waarin jonge bedrijven begeleid en ondersteund worden, en vervolgens, als de plant er rijp voor is, naar bijvoorbeeld het Leiden Bio Science Park. In Edinburgh richtten we per jaar tien bedrijven op. Dat is in Leiden ook haalbaar. We hebben er hier tenslotte al een flink aantal, er zitten er alleen al 17 in de holding van de universiteit. '

Manager Er komt veel kijken bij de geboorte van een start-up. Er moeten uiteraard investeerders gezocht worden, maar ook de keuze van de juiste manager is heel belangrijk. Smailes: 'Alles staat of valt met die persoon.'
Gevestigd 'Concludeer je dat niet een nieuw op te richten, maar een ervaren gevestigd bedrijf de beste plek is voor een vinding, dan is het traject heel anders. Je bekijkt samen met de onderzoeker zorgvuldig bij welk bedrijf de vinding in goede handen zal zijn, en vervolgens ga je de fase in van een combinatie van marketing en onderhandelen, in de hoop dat er een overeenkomst uit voortkomt. In Edinburgh waren dat er zo'n 30 per jaar.'
Risicomijdend Het Leeuwenhoek Consortium, dat de subsidie van 2,5 miljoen heeft binnengehaald, is bijzonder, stelt Smailes, omdat het een samenwerkingsverband is van kennisinstellingen als de Universiteit Leiden en het LUMC, en private partners zoals banken en individuele ondernemers. Deze vorm van werken is nieuw voor hem. De Universiteit Leiden en die van Edinburgh lijken in veel opzichten op elkaar, constateert hij; beide zijn het brede universiteiten, die heel goed zijn in onderzoek. Een andere overeenkomst: Schotten en Nederlanders zijn allebei enigszins risicomijdend. Maar op het gebied van kennisexploitatie ziet Smailes ook verschillen.
Nieuwe werkwijze Smailes: 'Een groot voordeel van Leiden boven Edinburgh is dat er in de nabije omtrek van Leiden al een keur aan 'high tech'- bedrijven aanwezig is. Het Nederlandse industriële landschap is gevarieerder dan het Schotse; Schotland is weliswaar rijk aan spin-off bedrijven van universiteiten, maar heeft niet die mix van nieuwe start-up bedrijven en oudere gevestigde bedrijven die Nederland kenmerkt. Een publiekprivaat consortium als het Leeuwenhoek Consortium is voor mij dan ook een nieuwe, zeer welkome werkwijze. Een ander voordeel van Leiden is dat het risicodragend kapitaal dat nodig is om nieuwe ondernemingen te financieren in de nabije omgeving voorhanden is. In Edinburgh moet dat vaak uit het zuiden van de UK komen.'
Amerika Smailes vervolgt: 'Toen ik nog in Schotland werkte hielden politici ons Amerika nogal eens voor als lichtend voorbeeld. Maar dat is een misvatting. Natuurlijk is het absolute aantal universitaire spin-offs in de VS veel hoger dan in Schotland. Maar als je het aantal spin-off bedrijven afzet tegen de totale onderzoeksomzet van een universiteit, dan doen de Schotse universiteiten het veel beter. Wat me op een volgende misvatting brengt: dat je primair aan kennistransfer doet om er als universiteit geld aan te verdienen. De Universiteit van Stanford heeft een uitstekende reputatie op het gebied van kennistransfer. Maar toch maken de inkomsten uit royalties slechts 1% uit van de totale inkomsten. En de Universiteit van Edinburgh, die met een gemiddelde van 3 tot 4 miljoen dollar per jaar de grootste 'royalty generator' van Groot-Brittannië is, heeft een totale onderzoeksomzet van 150 miljoen per jaar. Ook daar gaat het dus om een klein percentage.'
Ziekenhuis Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat de inkomsten voor de betreffende onderzoeksgroepen belangrijk zijn, voegt hij toe. 'Ze kunnen er mensen van aanstellen, dingen doen die zonder dat geld niet mogelijk zouden zijn. Dus de verwachting inkomsten te krijgen uit wetenschappelijke vindingen kan wel degelijk meespelen bij de beslissing je kennis naar de markt te brengen. Maar twee andere, vaak belangrijker, beweegredenen zijn: een bijdrage willen leveren aan de economische groei, of een bijdrage willen leveren aan de maatschappij. Een instelling moet die drie beweegredenen altijd tegen elkaar afwegen. Een ziekenhuis zal de maatschappelijke motivatie misschien vaker laten prevaleren: tegen zo weinig mogelijk kosten een behandeling beschikbaar stellen voor zoveel mogelijk patiënten. Als je alleen aan kennistransfer doet om geld te verdienen, loop je het gevaar kortzichtige beslissingen te nemen, die op langere termijn misschien niet tot de gewenste resultaten zullen leiden.'
Straat op schoppen Hoewel Smailes de manier waarop een bedrijf wordt opgezet cruciaal noemt voor de overlevingskansen, wil hij daarbij aantekenen dat de begeleiding daarna niet ophoudt. 'Wat je vooral niet moet doen is bedrijven in het leven roepen en ze vervolgens de straat op schoppen. Bij latere fases in het leven van een bedrijf horen bijvoorbeeld weer andere vormen van financiering dan risicodragend startkapitaal. Je succes hangt dan ook niet af van het aantal jonge bedrijven dat je hebt, maar van het aantal succesvolle bedrijven. En dat weet je vaak pas na een aantal decennia. Bij een van de meest succesvolle bedrijven in Edinburgh, Wolfson Microelectronics, heeft het 18 tot 20 jaar geduurd voordat het beursgenoteerd werd.' |
|
Fundamenteel Moet iedere onderzoeker 'voor de markt' gaan werken? 'Nee', zegt Smailes, 'het is vooral de verantwoordelijkheid van de universiteit om te signaleren welk onderzoek daar geschikt voor is. Een universiteit doet fundamenteel onderzoek, waarvan lang niet altijd te voorspellen valt wat er aan toepasbare kennis uit kan rollen. Wel zouden onderzoekers een open oog moeten hebben voor toepassingsmogelijkheden.'
Studenten 'Ook studenten moeten die instelling meekrijgen en ondernemersvaardigheden aanleren tijdens hun studie. Juist studenten blijken daarvoor open te staan, en er zin in te hebben. Daarom is bijvoorbeeld het Leidse onderwijsprogramma Science Based Business in de faculteit W&N ook zo nuttig. Je studenten zijn je belangrijkste kapitaal, en een van de meest effectieve manieren om aan kennistransfer te doen is via het onderwijs. In Edinburgh had dat tot resultaat dat tweederde van de vijftig bedrijven die de afgelopen vijf jaar zijn gestart, het werk was van PhD-studenten.' |
Leiden University Research and Innovation Services Postbus 9500 2300 RA Leiden
Bezoekadres: Poortgebouw, noordvleugel Rijnsburgerweg 10 Leiden Telefoon:071-527 3148 E-mail:lb.bogers@luris.leidenuniv.nl |