Faculteit Sociale Wetenschappen opent bèta-lab

In de faculteit der Sociale Wetenschappen (FSW) heeft zich de afgelopen tijd een stille revolutie voltrokken. Enigszins aan het oog onttrokken door de verbouwing van de hal en de kantine van het Pieter de la Courtgebouw, is een bèta-laboratorium verrezen. Daarmee is de FSW volledig geoutilleerd voor psychologisch en pedagogisch onderzoek met een experimenteel karakter. En ook voor observatie-onderzoek met behulp van geavanceerde audio-visuele instrumenten. Op woensdag 2 november wordt het bèta-lab geopend in aanwezigheid van rector Douwe Breimer en vice-rector Ton van Haaften.

Beperkte faciliteiten
'Experimenteel onderzoek werd binnen de Leidse sociale wetenschappen altijd al verricht. Maar de faciliteiten daarvoor waren beperkt', vertelt Michiel Westenberg, hoogleraar ontwikkelingspsychologie en tevens voorzitter van de Bèta-commissie van de faculteit die de gelden voor sociaal-wetenschappelijk bèta-onderzoek beheert en verdeelt. 'We moesten vaak uitwijken naar andere universiteiten om psycho-fysiologische metingen te verrichten, omdat we niet over alle apparatuur beschikten, die daarvoor nodig is. En verder kampten de beschikbare laboratoria met verouderings- en capaciteitsproblemen.' 




EEG-onderzoek


Sneeuwbaleffect
'Het bèta-lab is begonnen als een inhaalslag,' aldus Westenberg, 'maar het gekke is dat het langzamerhand een sneeuwbaleffect heeft gekregen. Na een aarzelend begin heeft het project een enorme vlucht genomen. Omdat er meer geld was, kwamen er meer en beter toegeruste laboratoria. Daardoor nam de onderzoeksactiviteit toe en dat had weer een wervend effect op het in de wacht slepen van onderzoekssubsidies en een aanzuigende werking op wetenschappers met een experimentele inslag.'

   

 Een proefpersoon houdt een voordracht voor een geprojecteerde zaal toehoorders

 

 Ondertussen worden in de aangrenzende onderzoeksruimte fysiologische metingen aan de proefpersoon verricht

Psycho-fysiologisch onderzoek
Op dit moment is de FSW de trotse bezitter van een kleine twintig laboratorium-ruimtes, waarin onder gecontroleerde omstandigheden experimenten en observaties kunnen worden verricht. Zo zijn de psycho-fysiologische onderzoeks-mogelijkheden aanzienlijk verruimd. Er kunnen EEG's en ECG's worden gemaakt, ademhaling kan worden gemeten evenals het stresshormoon cortisol. Aan de hand van dergelijke fysiologische indicatoren kan het vóórkomen van bijvoorbeeld dreiging in interactie tussen verschillende (groepen) mensen worden aangetoond.

Baby-lab
Ook de ruimtes en apparatuur voor observatie-onderzoek voldoen inmiddels aan de eisen van deze tijd. Zo is er een speciaal 'baby-lab', waarin op video geregistreerd en vervolgens geanalyseerd kan worden hoe heel jonge kinderen leren van waarnemingen die ze doen. Er zijn ook verschillende ruimtes met oneway screens, die bijvoorbeeld geschikt zijn om kinderen tijdens het spelen te observeren.

Behalve in apparatuur, software en verbouwing is er ook in personeel geïnvesteerd. Er is een labcoördinator aangesteld, die zorgt draagt voor het op elkaar afstemmen van de aanschaf van apparatuur en software, en het bevorderen van een optimaal gebruik van de laboratoria. En sinds een jaar is er ook een technicus/programmeur in dienst.

   

In het baby-lab wordt het gedrag van baby's op video vastgelegd

 

In de onderzoeksruimte van het baby-lab kunnen de beelden die de baby te zien krijgt en zijn reactie daarop dankzij een split-screen tegelijkertijd in beeld worden gebracht

Aparte eilandjes
Toekenning van de bèta-gelden heeft echter niet alleen maar tastbare resultaten opgeleverd, zo constateert de bèta-commissie in haar verslag over de periode 2001-2004. 'Waar voorheen de onderzoekseenheden voornamelijk als aparte eilandjes functioneerden, heeft het gezamenlijke beheer van het bèta-budget met het daarvoor benodigde regelmatig overleg in de Bèta-commissie ertoe geleid dat de onderzoekseenheden meer van elkaars expertise en onderzoeksactiviteiten op de hoogte raken en dat de voorwaarden voor onderlinge samenwerking gunstiger zijn geworden.'

FSW-lab
De Bèta-commissie wordt tot nu toe bemand door de psychologen Eric van Dijk (sociale en organisatiepsychologie), Willem van der Does (klinische en gezondheids-psychologie), Bernhard Hommel (cognitieve psychologie), Michiel Westenberg (ontwikkelingspsychologie) en pedagoog Rien van IJzendoorn (algemene en gezinspedagogiek) en daarnaast vertegenwoordigers van het faculteitsbestuur en de facilitaire diensten. 'Maar', zegt Westenberg, 'dat wil niet zeggen dat de andere FSW-opleidingen niet welkom zijn. Het bèta-lab is nadrukkelijk een FSW-lab.'




De observatieruimte bij één van de spelkamers van het bèta-lab


Doorrollen
Westenberg is tevreden over wat er tot nu toe bereikt is, maar reden voor zelfgenoegzaam achterover leunen is er niet. 'Wat we nu hebben gedaan was hoog nodig om de opgelopen achterstand weg te werken. Nu is het zaak door te gaan. We moeten gelijke tred houden met alle nieuwe ontwikkelingen in het experimentele onderzoek. Zo valt er op het gebied van brain imaging, technieken waarmee het functioneren van de hersenen in beeld kan worden gebracht, nog wel wat te wensen. Het is belangrijk dat de sneeuwbal blijft doorrollen nu hij eenmaal in beweging is gebracht.'

(1 november 2005)