Boeken
| Corry van Renselaar Partij in de marge. Oorlog, goud en De Nederlandsche Bank Boom, 2005. ISBN: 90 8506 184 9 |
Hans van de Breevaart Authority in Question. Analysis of a Polemical Controversy on Religion in the Eburon, 2005. ISBN: 90 5972 089 x | |
|
|
| |
|
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was de Duitse goud- en deviezenvoorraad zo goed als uitgeput. Een ramp voor Hitlers Derde Rijk dat grote ambities koesterde en naar financiële middelen zocht om die te realiseren De Nederlandsche Bank volgde de gebeurtenissen in Duitsland nauwlettend. Zij maakte zich grote zorgen over haar goudvoorraad. Een vette buit, die Berlijn 'dolgraag zou inpikken'. Partij in de marge. Oorlog, goud en De Nederlandsche Bank gaat over de lotgevallen van het monetaire goud van Nederland. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen wist nazi-Duitsland de hand te leggen op ruim 145 duizend kilo Nederlands goud. Het zwaartepunt van de studie valt op de hardnekkige pogingen van Nederland om dat goud terug te krijgen. Tot grote teleurstelling erkende de Tripartite Goudcommissie - de instantie die in 1946 door de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk was opgericht om de gedupeerde landen hun gestolen goud terug te geven - de Nederlandse goudclaim maar ten dele. Vastbesloten om ook de rest terug te krijgen gingen de Nederlandsche Bank en de regering over tot een internationaal diplomatiek offensief. Alle inspanningen liepen op niets uit. De kwestie bracht Nederland in conflict met de Grote Drie en met de landen waar het goud was terechtgekomen: Zwitserland, Zweden, Italië, Portugal, Spanje, Turkije, Roemenië en Joegoslavië. In 2000 besloot het kabinet-Kok de claim op het resterende goud, ter waarde van bijna 700 miljioen euro, te laten rusten. Het gevecht om het goud gaf Den Haag een lesje in politieke nederigheid en dwong de Nederlandsche Bank haar rol in de oorlog onder ogen te zien. Corry van Renselaar is historica. Zij is verbonden aan de afdeling Wetenschappelijk onderzoek van de Nederlandsche Bank en promoveerde op dit onderwerp aan de Universiteit Leiden. |
Deze studie handelt over de controverse die Simon Vestdijk aanzwengelde in zijn essay De toekomst der religie. Vestdijk stelde dat de plaats van het Christendom uiteindelijk zou worden ingenomen door zowel het socialisme als het boeddhisme. Meer dan vijftig jaar na de publicatie in 1947, is deze stelling steeds opnieuw fel aangevallen. De auteur probeert te verklaren waarom sommige critici polemisch reageerden, terwijl anderen gematigd en to the point bleven. Van de Breevaart heeft een interessante theorie ontwikkeld die wordt gesteund door een verfijnd theoretisch raamwerk en een overvloed aan gegevens verzameld in zowel kranten en opiniebladen als in vuistdikke beschouwingen. Volgens de auteur vormt de polemiek een methode waarmee intellectuelen hun autoriteit proberen te verdedigen of te bevestigen tegen reële dan wel imaginaire bedreigingen. Deze theorie kan nieuw licht werpen op de Rushdie-affaire, de zogenaamde Culture Wars in de Verenigde Staten, de verdeeldheid die begon met het politieke overwicht van Pim Fortuyn en zelfs op de manier waarop iedereen pleegt te reageren wanneer hij te maken krijgt met publiekelijk geuite kritiek. Deze studie is interessant voor historici en taalkundigen, voor mensen die zich bezighouden met filosofische en humanitaire vraagstukken, voor politici en intellectuelen en voor hoger opgeleide lezers die geïnteresseerd zijn in de mechanismen die schuil gaan achter polemische conflicten. Hans van de Breevaart (1971) heeft Geschiedenis en Godsdienstwetenschap gestudeerd aan de Universiteit Leiden. Hij heeft gepubliceerd over het leven en werk van C.P. Tiele, de grondlegger van de Godsdienstwetenschappen in Nederland. Zijn recente artikelen handelen over de relatie tussen overheid en onderwijs sinds Thorbecke. |
(25 oktober 2005)


