Oratie prof. dr. A.J.W. (Willem) van der Does
|
Vrijdag 16 september, 16.15 Prof. dr. Willem van der Does (1960) is benoemd tot hoogleraar psychologie, in het bijzonder experimentele psychopathologie. |
![]() |
Van der Does studeerde na het gymnasium-β psychologie in Leiden. In 1985 rondde hij die studie cum laude af met het doctoraalexamen klinische psychologie. In 1982 onderbrak hij zijn studie voor cursussen Italiaanse taal en cultuur aan de universiteit van Florence. Na zijn afstuderen werkte hij als onderzoeker bij de afdeling psychiatrie van het AMC, waar hij promotieonderzoek deed naar informatieverwerking bij schizofrenie. Daarnaast was hij vrijgevestigd psychotherapeut en deed onderzoek naar pijnbestrijding met hypnose op het brandwondencentrum te Beverwijk. Van 1990 tot 1998 was hij universitair docent bij de vakgroep psychiatrie in Leiden. In 1998/99 was hij tijdens een sabbatical leave tijdelijk verbonden aan Harvard university en Massachusetts General Hospital in Boston, waar hij zijn onderzoekslijn verlegde van angststoornissen naar cognitieve en biologische kwetsbaarheid voor depressie. In 1999 werd hij universitair hoofddocent klinische psychologie in Leiden. Naast ongeveer 75 wetenschappelijke publicaties schreef hij populair-wetenschappelijke boeken over persoonlijkheidsstoornissen (Zo ben ik nu eenmaal! Lastpakken, angsthazen en buitenbeentjes; 2004) en over depressie (Dat moet mij weer gebeuren... Zwartkijkers, zeurpieten en pechvogels; september 2005). Hij is getrouwd met Ineke Booij, psychiater, en zij hebben twee dochters, Floor (1993) en Juliette (1995).
Van der Does zelf over zijn inspiratie: 'Laat ik er nu dan maar voor uitkomen: mijn inspiratie is het fenomeen van de eeuwige student. Ik studeer nu ruim 25 jaar, en hoop daar nog enige decennia aan toe te mogen voegen. Wat er aantrekkelijk is aan het eeuwig student-zijn? Het feit dat je als ouderejaars in hoge mate je eigen curriculum mag ontwerpen, en ook dat van de jongstejaars. De combinatie van vrijheid en geconcentreerde aandacht die nodig is om een creatieve prestatie te kunnen leveren, zoals het bedenken van een relevante onderzoeksopzet of het ontwerpen van een effectieve cursus. En de geruststellende gedachte dat de inhoud van je werk telkens verandert.'
(13 september 2005)

