Van objectcode tot meeuwenperspectief: vier eeuwen Leidse universiteitsarchitectuur in één band

28 juni 2005

Voor wie ook maar een beetje een band heeft met de Universiteit Leiden, is het heerlijk grasduinen in Vier eeuwen geschiedenis in steen. Universitaire gebouwen in Leiden: een mooi geïllustreerd en prettig leesbaar overzicht van alle gebouwen die de Universiteit Leiden in bezit heeft of gebruikt. Het boek telt 51 beschrijvingen. De Universiteitsbibliotheek is er een van.  De bovenste helft van de linkerpagina toont een foto van de UB, de onderste helft geeft summiere basisinformatie over het gebouw: adres, objectcode, oppervlakte, bouwjaar, architect, functie
en gebruiker. Ook treft men daar een schetsmatige plattegrond van het gebouw aan. De pagina rechts is gereserveerd voor een architectonische beschrijving, vaak met aardige historische details, en een paar sfeerfoto’s.  
 

Clusiustuin  oftewel objectcode 020602
Soms bestaat een beschrijving uit meerdere onderdelen, zoals ‘5e Binnenvestgracht 7, 7A en 8 met Clusiustuin’. Deze vier nummers blijken vervolgens weer te bestaan uit drie objectcodes. Die objectcodes, prominent aanwezig in de inhoudsopgave, doen een beetje vreemd aan in dit verder zo publieksvriendelijke boek. Wie maalt erom dat de Clusiustuin in de universitaire vastgoedadministratie geboekstaafd staat als objectcode 020602? Dat heeft de achtkoppige redactie zich zelf kennelijk ook gerealiseerd, zo blijkt uit het voorwoord: ‘Misschien verbaast de lezer zich over de zo prominent aanwezige projectcodes in de inhoudsopgave’. Het blijkt alles te maken te hebben met de wordingsgeschiedenis van dit boek. Het vastgoedbedrijf had behoefte aan een handig naslagwerk waar alle gebouwen in stonden, compleet met objectcodes en de maten van het nuttig vloeroppervlak. Maar gaandeweg kwam er zoveel moois en interessants naar voren, dat de redactie vond dat de verzameling een breder publiek verdiende dan alleen de afdeling Vastgoed zelf en hun relaties. Een terechte veronderstelling. Vanwege de mooie foto’s; met name de luchtfoto’s geven heel mooi de exacte ligging van de gebouwen in de omgeving weer. Maar ook de vele niet algemeen bekende details zijn aardig om te lezen. Zo leren we uit de beschrijving van de Clusiustuin dat deze eigenlijk Clutiustuin had moeten heten. Clusius’ gezondheid was namelijk zo slecht dat hij niet zelf de universitaire kruidentuin kon aanleggen, en daar toen Dirck Outgaertsz Cluyt - Clutius – voor aannam.

Drie grote bouwperioden
Willem Otterspeer schreef de inleiding, in de voor hem zo kenmerkende zwierige, erudiete stijl. Hij onderscheidt drie architectonische bouwperioden van de Leidse universiteit: die van de begintijd, de bouwhausse van de negentiende eeuw en die van de twintigste eeuw. Het begon met twee voormalige kerkjes: die van de Witte Nonnen (het tegenwoordige Academiegebouw) en de kerk van de faliede Begijnen (het huidige bestuursgebouw), en de aanleg van de hortus botanicus. Gedurende de eerste eeuwen waren dit Leidens enige universitaire gebouwen. In de negentiende eeuw vonden uitbreidingen plaats van Academiegebouw en hortus en werden er verschillende laboratoria gebouwd. In de tweede helft van de twintigste eeuw begonnen de studentenaantallen drastisch toe te nemen en moest de infrastructuur daaraan worden aangepast. De exacte en de medische wetenschappen kregen nieuwe locaties tussen de Wassenaarseweg en de Plesmanlaan. Daar verrezen het Gorlaeuscomplex, het Centraal Rekeninstituut en Mathematisch Instituut en het Huygenslaboratorium. De humaniora kregen een nieuw onderkomen in de strook tussen de Witte Singel en de Rijn- en Schiekade. Oude panden in de binnenstad kregen een nieuwe bestemming, met als recentste wapenfeit de verbouwing van het oude Kamerlingh Onneslaboratorium ten behoeve van de juridische faculteit. De nieuwe huisvesting van de faculteit maakte de gebouwen aan de Hugo de Grootstraat (nummers 25, 27 en 27A) overbodig. Daarom werden ze enige tijd geleden verkocht. Men kan zich afvragen waarom ze desondanks nog wel in dit vastgoedboek zijn opgenomen.

Meeuwenperspectief
Vanuit het meeuwenperspectief, zoals Otterspeer het noemt, is goed te zien dat de Leidse universiteit de belangrijkste moderne bouwmeester van Leiden is: ‘het machtige lint van laboratoria langs de Wassenaarseweg, de dichter bij het centrum fonkelende blauw-gele kubussen van het Academisch Ziekenhuis, de ruggen van voorwereldlijke reptielen die het dak blijken van de eronder verborgen universiteitsbibliotheek, het als graansilo vermomde faciliteitengebouw ertegenover. […] De Leidse universiteit is een ‘plek’, een wonderlijk amalgaam van geschiedenissen en gebouwen, van oude gebruiken en nieuwe stijlen, van grote namen en kleine plaquettes. Dit is het theater, waarin de Leidse universiteit haar troupe monstert, haar rol speelt en haar repertoire voortdurend vernieuwt.’

Het eerste exemplaar van Vier eeuwen geschiedenis in steen wordt op 28 juni aangeboden aan ir. Joris van Bergen, lid van het College van Bestuur, die de universiteit per 1 september 2005 verlaat. Een passend geschenk voor iemand die bij al het minutieuze gecijfer het universitaire meeuwenperspectief nooit uit het oog verloor. Hij heeft er steeds op gehamerd dat goed onderwijs en onderzoek moet plaatsvinden in kwalitatief goede huisvesting. Waarvan akte in Vier eeuwen geschiedenis in steen

Vier eeuwen geschiedenis in steen. Universitaire gebouwen in Leiden.
Red. Nicolette Blok, Corine Hendriks e.a. [Uitgave: Expertisecentrum Vastgoed van de Universiteit.] Leiden, 2005. ISBN 90-9018052-4. € 15.

Vanaf 1 juli verkrijgbaar bij diverse Leidse boekhandels, de Universiteitswinkel (Plexus, Kaiserstraat 25 te Leiden) en het Visitors’ Centre (Centraal Station Leiden).

Bron: Universitaire Nieuwsbrief 28 juni 2005