Het hart versus de wetenschap


Campus Den Haag 

Eigenlijk was het de bedoeling dat de Tweede Kamerleden op de Haagse campus, op 10 juni echt hun eigen leermeesters tegenkomen in het debat ter ere van het lustrum. Maar dat is niet in alle gevallen een haalbare kaart gebleken. Daardoor is een kamerlid soms flink ouder dan de hoogleraar met wie het debat wordt aangegaan. Of, zoals Peer Vries, hoogleraar algemene geschiedenis, het zegt: 'Er is hier sprake van prenatale kennisoverdracht.'
Het wordt een bijzondere middag. Zeven politici bij elkaar buiten de Tweede Kamer bij elkaar te zien is al een belevenis op zich. En dan moeten ze ook nog flink aan de bak. 

Prijs
Alumnus Roderik van Grieken, directeur van het Nederlands Debat Instituut, leidt het gezelschap vaardig door de middag. Ieder van de zeven politici verdedigt twee maal twee minuten  een door hem- of haarzelf aangedragen stelling; de hoogleraar moet, ook in tweemaal twee minuten, tegen pleiten. Daarna kiest het publiek twee stellingen waaraan een breder debat wordt gewijd en waaraan iedereen kan deelnemen. Tot slot krijgen de beste debatteerder onder de politici en de beste onder de hoogleraren een prijs uitgereikt. Van Grieken houdt stevig vast aan het straffe schema. Dit dwingt alle deelnemers ertoe hun argumenten kort en bondig samen te vatten en leidt ertoe dat een debat nergens uit de hand kan lopen. Wat ook wel weer jammer is.

Softdrugs
Van Grieken weet te melden dat de Leidse Tweede Kamer 20 politici telt met Leidse roots. Eén daarvan is Boris Dittrich (D66), die tegenover hoogleraar Europees recht Piet Jan Slot verdedigt waarom softdrugs in Nederland hoognodig moeten worden gelegaliseerd. Hier blijkt het verschil tussen de politicus en de wetenschapper: Dittrich gaat vooral uit van praktische motieven, Slot lijkt daarentegen het hele Europese recht op dit punt nog eens te hebben doorgenomen. Hij voert aan dat legalisering juridisch niet kan.

Grammaticaal correct
Het duidelijkst is het verschil tussen hart en wetenschap te zien bij PvdA-ster Godelieve van Heteren en hoogleraar medische ethiek bij het LUMC, Dick Engberts. Van Heteren houdt een gloedvol betoog over het feit dat in sommige wijken in Nederland de mensen gemiddeld vijf jaar eerder dood gaan dan elders. En daar ligt een schone taak voor de politiek. Opponent Engberts gaat zo ongeveer terug tot de grondslagen en paradigma's van de ethiek ('Ethiek is een subject van de moraal, geen object van de politiek'). Overigens produceert deze Engberts zonder spiekbriefje lange maar grammaticaal volledig correcte zinnen, die de geest van Dries van Agt binnen brengen. Dat Van Agt deze vaardigheid als geen ander bezit, is dus niet meer waar.

Onduidelijkheid
Soms is het lastig de voor- en de tegenstander uit elkaar te houden. Zo verdedigt Nicolien van Vroonhoven-Kok (CDA) de stelling dat de politiek alle recht heeft zich te bemoeien met de kunst die zij financiert. Mits politieke bemoeienis met de inhoud van de kunst maar uitblijft, zo voegt ze er alvast aan toe. Ze slaat daarmee opponent hoogleraar kunstgeschiedenis Kitty Zijlmans al háár argumenten uit handen.

Er is ook onduidelijkheid bij het duo Eske van Egerschot (VVD) en professor civiel en notarieel recht Pim Huijgen (overigens wel de echte leermeester van Van Egerschot). Van Egerschot beweert dat de politiek zich niet moet bemoeien met topsalarissen en Huijgen moet dit bestrijden. Maar de schande over de zakkenvullerij klinkt bij beiden zo luid en duidelijk door dat het bij tijd en wijle niet duidelijk is wie nou eigenlijk waarvoor is.

Winnaars
Het charmantste debat is ongetwijfeld dat tussen Kathleen Ferrier (CDA) en hoogleraar Talen en culturen van Latijns Amerika Patricio Silva. Ferrier verdedigt de stelling dat wat vandaag in Bolivia gebeurt (daar kwam de bevolking in opstand tegen de president-red.), morgen in Europa kan gebeuren. Als bewijs haalt ze het 'nee' tegen de Europese grondwet aan. Silva vindt dat de wijze waarop de opstand in betrekkelijke vrede is geëindigd wijzen op import van het poldermodel. En morgen... ach, mañana is in Zuid-Amerika vaak erg ver weg. Ferrier krijgt later de prijs voor de best debatterende politicus en Silva die voor best debatterende hoogleraar.

Zwaar drinken
Verschillende hoogleraren worden geacht iets te verdedigen waar ze feitelijk niet achter staan. Het gaat ze goed af. Opvallend is dat in werkelijkheid - zo blijkt tijdens de tweede helft van het  debat - een ruime meerderheid van de aanwezige politici én hoogleraren voor de legalisering van softdrugs is.  Waarom wel alcohol en geen softdrugs?

Voor de politici is het kenmerkend dat ze zich vrij voelen van de politieke landmijnen die er in de Tweede Kamer vaak voor zorgen dat ze angstvallig van een papier blijven argumenteren. Hier hoeft dat niet: ze kunnen vrijuit spreken en voor politieke uitglijders hoeven ze niet bang te zijn.

Ontspannen
Ondanks de onopvallend aanwezige maar toch zichtbare extra bewaking is de sfeer zeer ontspannen. En mag er dus best eens iets ongerijmds gezegd worden. Bijvoorbeeld tijdens het debat over de acties van de huisartsen. Israëlisch onderzoek, zo werpt hoogleraar algemene geneeskunde Jan Bolk van het LUMC als argument in de strijd, heeft uitgewezen dat op de dip in het doktersbezoek dat door stakende huisartsen ontstaat, geen inhaalslag volgt. In zo'n situatie sterven er zelfs minder mensen. En Peer Vries betoogt in het debat voor de legalisering van softdrugs dat hij zelf een zware drinker is en het hem veel beter lijkt dat mensen gaan blowen.

Tevreden
Directeur van de Campus Den Haag Jouke de Vries is erg tevreden over het debat. 'Dit gaan we vaker doen', zegt hij na afloop. Roderik van Grieken vertelt dat er steeds meer belangstelling komt voor debatbijeenkomsten, aangezien deze een levendig karakter hebben en ook nog eisen stellen aan de deelnemers.

Dat was inderdaad ook in Den Haag het aantrekkelijke.

(14 juni 2005)