Cicero en het moderne leven

Velen klagen over de haast, de commercialisering, en het egocentrisme van onze tijd. Maar niet iedereen bekeert zich tot Cicero om deze problemen het hoofd te bieden. Rechtsfilosoof Andreas Kinneging deed dit wel. Van overtuigd gelovige in het gedachtegoed van Verlichting en Romantiek werd hij aanhanger van het Conservatisme.  

Prof.dr. A.A.M. Kinneging
Prof.dr. A.A.M. Kinneging

Niet achterlijk
Tijdens zijn beroepsmatige studie van de klassieken ontdekte Kinneging tot zijn eigen verbazing dat wat dezen schreven eigenlijk helemaal niet zo achterlijk was. In het bijzonder raakte hij doordrongen van het belang van de traditionele deugdenleer, bedacht in de Klassieke Oudheid en bewaard gebleven in het - katholieke - christendom.  Deze deugdenleer is het instrument bij uitstek voor een morele opvoeding. En die is weer essentieel, zo schrijft Kinneging, omdat de mens nu eenmaal uit krom hout gesneden is. Of op z'n protestants: geneigd is tot alle kwaad. Zijn belangrijkste kritiek op het Verlichtingsdenken is dan ook dat daarin het kwade in de mens wordt genegeerd.

Morele opvoeding
Kinneging schreef er een dik boek over met filosofische essays: Geografie van goed en kwaad. Het bestrijkt zowel het private als het publieke domein, zowel de persoonlijke en gezinsethiek als de fundering van de rechtsstaat en de Europese grondwet. Ook biedt het doorwrochte analyses van het denken van politieke theoretici als Montesquieu en Tocqueville. De rode draad die deze onderwerpen verbindt is de noodzaak van een morele opvoeding: de overdracht van generatie op generatie van morele waarden. Kinnegings boek verscheen in april. Dinsdag 17 mei houdt hij zijn inaugurele rede aan de Leidse universiteit. Die zal gaan over de kernthema's van de rechtsfilosofie, de discipline waarin wordt nagedacht over de fundamenten van het recht. Over vraagstukken van macht en moraal.

Gevaarlijke tijd
We leven in een interessante maar gevaarlijke tijd, schrijft Kinneging in zijn boek. Sinds het eind van de jaren zestig groeien generaties op die niet meer vertrouwd zijn gemaakt met de twee tradities die de westerse wereld meer dan twee millennia hebben gevormd: de Klassieke Oudheid en het christendom. In de jaren zestig heeft het verlichtingsdenken, waarin het individu en diens rechten en ontplooiing centraal staan, definitief gewonnen.

Kerndeugden
De klassieke kerndeugden - verstandigheid, moed, gematigdheid en rechtvaardigheid - zijn eigenlijk aristocratische deugden. Maar democratie is, zoals de door Kinneging bewonderde Tocqueville al zei, een aristocratie van iedereen. Daarom is in een democratie die morele opvoeding juist voor iedereen nodig, en niet alleen voor een handjevol toekomstige aristocratische leiders. In principe zijn we immers allen geroepen, terwijl onmogelijk op de basisschool al voorspeld kan worden wie uiteindelijk uitverkoren zullen zijn. En uitgerekend in een tijd waarin het dus zaak is in iedereen te investeren liggen de bronnen van de deugdenleer te verstoffen in bibliotheken.

Hebben alleen onze eigen klassieken de wijsheid in pacht?
Kinneging: 'Nee, maar mijn boek is nu eenmaal een kritiek op onze westerse cultuur. Wat ik belangrijk vind is bezinning op de eigen cultuur, en niet op die van een ander. Maar in Confucius' Analecta of de Bagavad Ghita vindt men veel van dezelfde dingen.

U hebt forse kritiek op de nieuwe Europese grondwet. Waarom?
'Staatsrechtelijk voldoet de Europese grondwet niet. Terwijl een grondwet juist heel belangrijk is als basistekst voor een politiek-staatkundig systeem in wording. Dit staat in schrijnend contrast tot de manier waarop de constitutie in Amerika tot stand is gekomen. Daar is bijvoorbeeld weloverwogen gekozen voor een bicameraal stelsel, met een kamer om alle burgers rechtstreeks te vertegenwoordigen, en een tweede om alle confedererende staten, klein of groot, een stem te geven. Onze politici en staatsrechtgeleerden hebben te weinig diepgravend over de grondwet nagedacht'.

Maar wat moeten we nou op 1 juni met die Europese grondwet?
'Toch vóór stemmen. En dan hopen dat er iets later beters van gemaakt wordt. Een grondwet moet er toch komen want het proces van Europese eenwording moet door blijven gaan; als Europa geen federale staat wordt zal Europa de komende 100 jaar marginaliseren'.

Waarom maakt een rechtsfilosoof zich zo druk om het gezin?
'Omdat de opvoeding en vorming van onze kinderen - de volgende generatie -zo wezenlijk is. Als men over ethiek spreekt gaat het meestal over onderwerpen als abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Niet dat deze onderwerpen onbelangrijk zijn, maar ze hebben betrekking op tamelijk bijzondere verschijnselen. Ik vind dat de ethiek, en dus de rechtsfilosofie, primair gaan over de gewone dagelijkse dingen, de vraagstukken en problemen waar we iedere dag mee te maken hebben. Een van de meest voorkomende en basale maatschappelijke instituties is het gezin: man, vrouw met hun eigen kinderen. Maar juist die institutie krijgt vrijwel geen aandacht. Als het in Nederland over de complexe gezinsproblematiek gaat komen we meestal niet verder dan de obligate roep om meer crèches.'

Maar moeten we echt terug naar het gezin als patriarchale eenheid? 
'Neen. Als de man het hoofd is van het gezin is de vrouw de nek. En als de nek draait, draait het hoofd mee. Wel is de vrouw nu eenmaal kwetsbaarder dan de man, al is het alleen maar omdat zij het is die zwanger wordt. Ook vind ik de morele dwang die nu uitgaat van het tweeverdienermodel niet in de haak. Waarom móeten beide partners in alle gevallen werken? Ben je minder geëmancipeerd als je er uit vrije wil voor kiest niet te werken om beter voor de kinderen te kunnen zorgen? Flauwekul. Een andere vraag is wie van beide zou moeten stoppen met werken. Het is prachtig als het de vrouw is die de kost verdient, als het thuis ook allemaal goed loopt'.

Ook op sociaal-wetenschappelijk gebied bent u niet erg blij met de erfenis van de Verlichting. Met het mechanistische mensbeeld. U noemt de sociale wetenschappen zelfs pseudo-wetenschappen.  
'Dat ging me alleen om het behaviorisme. Over het bestuderen van menselijk gedrag met quasi-natuurwetenschappelijke methoden. Ik heb geen kritiek op vakken als de neuropsychologie, dat zijn exacte wetenschappen die meetbare kennis opleveren. Maar als je de geestelijke zijde van het menselijk bestaan wilt bestuderen kun je beter te rade gaan bij de humaniora. Die hebben ons sedert de oudheid een schat aan mensenkennis opgeleverd.'

---

Andreas Kinneging, Geografie van goed en kwaad. Filosofische essays.
Uitgeverij het Spectrum, ISBN 90 274 9753 2

De oratie van professor Kinneging vindt plaats op dinsdag 17 mei, 16.15 uur in het Groot Auditorium van het Academiegebouw, Rapenburg 73. Oraties zijn openbaar.

---

Links
Afdeling rechtsfilosofie
Prof.dr. A.A.M. Kinneging (Andreas)

(10 mei 2005)