Bouwfonds nomineert het Kamerlingh Onnes voor monumentenprijs

 Foto-impressie

Het Kamerlingh Onnes Gebouw (KOG) is met twee andere pas gerenoveerde ge-bouwen genomineerd voor de Monumenten-prijs van het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, in de categorie grootschalige projecten. Het gebouw is in september 2004 na grondige renovatie in gebruik genomen door de rechtenfaculteit. De andere twee genomineerden zijn het Louis Hartlooper Complex in Utrecht en het Machine Pompgebouw in Amsterdam. Naast deze
drie grootschalige projecten zijn drie kleinschalige genomineerd. In totaal waren
er 71 inzendingen.

Het Bouwfonds wil met de uitreiking van de Award voor Vitale Monumenten waardering uitdragen voor het herbestemmen van monumenten voor een breed publiek. Dit betekent namelijk ook dat de panden bewaard blijven en toegankelijk zijn voor toekomstige generaties. De jury heeft alle voorgedragen gebouwen bekeken.

Het Kamerlingh Onnes Gebouw voor de renovatie 

Het Kamerlingh Onnes Gebouw
vóór en na de renovatie

Het Kamerlingh Onnes Gebouw  na de renovatie


Grootschalig
Het monumentale KOG, van de hand van de architect des konings H.F.G. Camp, werd in 1856 gebouw als laboratorium. Als zodanig heeft het tot in de zeventiger jaren gefunctioneerd. Het heeft als blikvanger de tientallen meters brede neoclassistische voorgevel die zich langs de Steenschuur uitstrekt. Vóór de verbouwing was goed te zien dat het gebouw in verschillende periodes aan de drie andere zijden was uitgebreid dan wel verbouwd; dit leidde tot een ratjetoe van stijlen die de eenheid verstoorden.

Daglicht
Voor de verbouw en renovatie werd architect Hans Ruijssenaars aangetrokken. Hij maakt prominent gebruik van daglicht: "Misschien wel het mooiste bouwmateriaal." Ruijssenaars vindt ook dat het chaotische ontwerpproces waarin langzaam lijnen zichtbaar worden en waaruit lijn ontstaat, begint bij proza en leidt tot poëzie.

In zijn inaugurele rede bij het aanvaarden van het hoogleraarschap aan de Technische Universiteit in Eindhoven (1989), verwoordde hij zijn opvattingen als volgt:

Zonder licht waren wij er niet
was er geen verwondering
geen architectuur
licht is misschien wel het mooiste bouwmateriaal
altijd anders
altijd in beweging
onbarmhartig en kwetsbaar
geeft leven
maakt zichtbaar
licht
is 

Glazen gevel
En licht is het KOG geworden. Waar mogelijk heeft Ruijssenaars het gebouw toegankelijk gemaakt voor daglicht. Zo is het hart, de geavanceerde bibliotheek, in het midden voorzien van open carré die met glas is overkoepeld. Het daglicht valt er vrijelijk naar binnen. De bibliotheek is gelegen op de voormalige binnenplaats van het pand. Aan de Langebrugzijde is een halfronde glazen gevel opgetrokken, en vanuit sommige gangen zie je door het glazen plafond de wolken over drijven.

De verbouwing is zeer grondig geweest. Ruijssenaars heeft in het momumentale gebouw de gemetselde lengte- en dwarswanden verwijderd en vervangen door verticale stalen balken. Hierdoor heeft het licht veel dieper toegang tot het interieur. Ook zijn op deze wijze de begane grond en de eerste verdieping, waar het restaurant is gevestigd, open gemaakt. Deze delen van het gebouw zijn hierdoor berekend op de grote aantallen studenten en medewerkers die er samenkomen. De betonnen laboratoriumvleugel aan de Zonneveldstraat heeft een extra verdieping gekregen.

Oude elementen
In het interieur zijn enkele historische elementen bewaard gebleven: de oorspronkelijke collegezaal, een natuurstenen trap, enkele natuurstenen tafels die tot een ruime leestafel zijn samengevoegd - te vinden in het restaurant - en het zogenoemde Lorentzpoortje. Dit is afkomstig uit een van de villa's die ooit op de plaats stonden van de aanbouw aan de Zonneveldstraat. Het doet nu dienst als toegangspoort voor docenten naar de oude collegezaal. Deze zaal is volledig gerestaureerd in zandkleurige en zachtgele tinten, geaccentueerd met bladgoud.

Het meest in het oog springende authentieke element is de voorgevel die in volle schoonheid is gehandhaafd. De hoofdentree is erin teruggebracht waardoor het pand zich van zijn mooiste kant laat zien aan ieder die het wil betreden.

Licht kan ook onbarmhartig zijn, zegt Ruijssenaars in zijn poëtische regels. Of studenten en medewerkers dat - achter zoveel glas - aan den lijve gaan ondervinden, zal de komende zomer leren.

Tijdens de Nederlandse Restauratiebeurs, op 26, 27 en 28 mei in de Brabanthallen in Den Bosch, ontvangen een grootschalig en een kleinschalig vernieuwd monument de titel Vitaal Monument 2005. Hieraan is een cheque van 10.000 euro verbonden.

Foto-impressie

De jury

  • Fons Asselbergs (Juryvoorzitter Bouwfonds Award voor Vitale Monumenten 2004 en voormalig directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg)
  • Bart Bleker (lid van de Raad van Bestuur Bouwfonds)
  • Emil van Brederode (directeur van de Stichting Nationaal Contact Monumenten en voorzitter van de Stichting Open Monumentendag)
  • Marina de Vries (journalist en criticus)
  • Pi de Bruijn (architect en voorzitter van Vereniging Hendrick de Keijser)

Architect Hans Ruijssenaars
Hans Ruijssenaars werd in 1944 geboren in Amersfoort. Hij studeerde bouwkunde in Delft, waar hij in 1969 afstudeerde. Daarna studeerde hij een jaar aan de universiteit van Pennsylvania in de Verenigde Staten en behaalde daar de Master of Architecture Degree. Na een korte periode als zelfstandig architect in Pennsylvania keerde hij terug naar Nederland. Vanaf 1979 is hij verbonden aan de Architectengroep te Amsterdam. In 1989 werd hij benoemd tot hoogleraar in architectonische ontwerpen aan de Technische Universiteit Eindhoven.

(12 april 2005)