Internationaal leren denken

Leiden vlakt de landsgrenzen uit

De directeur van het nieuwe International Office, dr. Robert Coelen, werkte dertig jaar in academisch Australië, onder meer aan internationalisering. Dat komt goed uit. Zijn frisse blik op de Universiteit Leiden maakt ook een andere blik op internationalisering mogelijk. En die is nodig, vindt hij.

Andere culturen
"Internationalisering in de praktijk wil zeggen dat onze afgestudeerden hun vak binnen elke culturele omgeving kunnen uitoefenen", legt Coelen uit.
"Voor de universiteit betekent dat: studenten vaardigheden meegeven om met andere culturen om te gaan." Coelen verklaart de noodzaak daarvan: "Zeventig jaar geleden bleef je na je studie dicht bij huis.Een student die nu niet denkt: 'Waar in Europa ga ik werken?', is niet goed bezig. Wie met andere culturen kan omgaan, presteert beter, heeft meer voldoening in zijn werk, krijgt interessantere en beter beloonde banen. We willen een kenniseconomie worden. Dan moeten we kennis exporteren. Buitenlanders hier laten deelnemen aan het kennisproces en de eindproducten uitzetten in het buitenland. En Nederlandse studenten internationaal leren denken."

Hoofdprijs
Coelen benadrukt de verantwoordelijkheid die samenhangt met internationalisering. "We kunnen wel een kenniseconomie worden, maar we hebben ook een verantwoordelijkheid, zoals voor ontwikkelingslanden. Kijk maar hoeveel geld er terugvloeit naar Vietnam. Allemaal dankzij Vietnamezen die in eigen land investeren met geld uit het buitenland." De universitaire wereld kan ook een rol spelen in het herstel van politieke verhoudingen. Coelen geeft een voorbeeld van Australië en Maleisië. "De politieke relaties waren verstoord ten gevolge van een opmerking door de toenmalige Australische premier. Door te praten met gezagsdragers hebben alumni van Australische universiteiten de verhoudingen gekalmeerd. Puur omdat ze het cultuurverschil konden overbruggen. In dat licht kan internationalisering zelfs een rol spelen in de wereldvrede. Dat is de hoofdprijs."

Onderwijskwaliteit
Coelen ziet verbeteren van onderwijskwaliteit als de weg naar internationalisering. In Australië merkte hij dat commercie daarmee botst. "Als je in het buitenland naar beurzen gaat, raak je bekend als een commerciële universiteit. Dat past niet bij een onderzoeksintensieve universiteit als die van Leiden. Het tast het imago van het onderwijs aan.

International Office van start

Rapenburg 67

Op 28 februari is het International Office geopend. Het is samen-gesteld uit het vroegere International Office en de internationale marketing-organisatie van de Leids universiteit, LUWP, die zich beide met internatio-nalisering bezighielden. In de zomer verhuist het International Office naar het Gravensteen; tijdelijk biedt Rapenburg 67 onderdak. Aldaar opende de voorzitter van het College van Bestuur mr. AW Kist de start-bijeenkomst met een inleiding. Vervolgens sprak dr. Robert Coelen de genodigden toe. Hij noemde het International Office een netwerk-organisatie die individuele kennis, ervaring en mogelijkheden voor innovatie bij elkaar brengt. De slotwoorden van Coelen: "Ik zie uit naar deze interessante reis: samen met de mede-
werkers werken aan kwaliteitsverbetering." Want dát is uiteindelijk de weg naar internationali-
sering, aldus Coelen na afloop van de bijeen-
komst.

Niemand gelooft nog dat je kwaliteit biedt. En studenten kiezen toch voor kwaliteit. Ik denk dat we die kwaliteit het beste kunnen ontsluiten door samenwerkingsverbanden aan te gaan met buitenlandse universiteiten. Als we een goede naam hebben, komen de studenten vanzelf."

Nieuwe kennis
Coelen benadrukt dat docenten actief in hun vakgebied moeten zijn. "Als we in het buitenland bekend willen worden, willen we dat met de kwaliteit van onderzoek. Toen ik microbiologie doceerde, moest ik studenten tot het randje van de kennis in dat vakgebied brengen. En ze dan leren die rand op te schuiven. Het echte proces - het genereren van nieuwe kennis - kun je alleen doceren als je zelf in dat proces bezig bent."

Frisse blik
Tot voor kort was het International Office een procesmatige organisatie. Coelen is begonnen er een communicatieve organisatie van te maken. "We moeten niet om negen uur aan dat stapeltje links beginnen, dat om vijf uur rechts moet liggen", vindt Coelen. "Automatisering van processen kan veel verder worden doorgevoerd. Dan krijgen mensen tijd voor de écht belangrijke dingen: communiceren, inhoudelijk bezig zijn. We moeten aan de slag met de twintig procent van het werk die inhoudelijk interessant is. Niet met de tachtig procent routineklussen." Dat Coelen dertig jaar 'down under' heeft gewerkt, ziet hij als een voordeel: "Het is goed als iemand een frisse blik op de institutionele en universitaire cultuur in Leiden werpt."

Masters
Met de invoering van het BaMa-stelsel gaan in september de eerste masteropleidingen van start. Reden om het Leiden University Worldwide Program bij het International Office onder te brengen. Dit LUWP bracht de Engelstalige opleidingen in het buitenland onder de aandacht. Die waren meestal voor buitenlandse studenten ontwikkeld. Omdat het nu hele Engelstalige aanbod voor de buitenlandse markt in aanmerking komt, is het logisch dat de twee organisaties worden samengevoegd. Coelen vindt het BaMa-stelsel in Leiden een goede zaak: "Nederland kan zich daarmee internationaal profileren. De drempel voor buitenlandse studenten wordt lager."

China en India
Coelen ziet zijn taak in het tot stand brengen en onderhouden van contacten met buitenlandse universiteiten. "Voornamelijk op academisch gebied", legt hij uit. "Onderzoek doen is internationaal bezig zijn. Het idee dat het hier beter is, gaat ons parten spelen. In het Verre Oosten zijn op academisch vlak enorme veranderingen gaande. Over vijf of tien jaar zien ze ons niet meer staan als we ons daar nu niet goed aan verbinden." China en India worden de wetenschappelijke wereldmachten, weet Coelen. Bij zijn vorige werkgever was hij al blij met een nieuw instituut in Brisbane, waar zevenhonderd wetenschappers in één gebouw zaten. Maar, zegt Coelen: "In Shanghai stampen ze zeven van die gebouwen uit de grond. Ze halen van over de hele wereld alle gerenommeerde Chinese wetenschappers terug. Die bieden ze een hoge post aan, met huisvesting en alles er omheen. Wij staan in het rijtje, samen met Stanford en Yale. Die kloppen daar allemaal aan." 

Ranglijstjes
Of je wilt of niet, de ranglijsten zoals die van John O'Leary in de Times Higher Education Supplement zijn volgens Coelen bepalend. Wie daarin staat, zit goed. Wie hoger wil klimmen, moet inspelen op de manier waarop zo'n lijst tot stand komt. Want O'Leary's lijst is voor zestig procent op basis van perceptie samengesteld. "Je wordt als wetenschapper vanuit Engeland gebeld met de vraag welke universiteit jij de beste vindt. Dat telt dus. En het werkt. Een Australische universiteit had na acht jaar groei vijftien procent minder aanmeldingen. Maar toen die universiteit hoog in zo'n ranglijst eindigde, steeg het aantal aanmeldingen onmiddellijk met vijftien procent." Lachend stelt Coelen dat Cambridge zulke lijsten aan de laars lapt: "Dat kan natuurlijk als je altijd op nummer één staat..." En hoewel geen land ter wereld in O'Leary's lijst beter vertegenwoordigd is dan Nederland - met 55 procent van de universiteiten - mag Leiden wel wat naar boven schuiven, vindt Coelen. En daar gaat hij werk van maken.


Op www.leiden.edu/intman/ staat het Internationalisation Manual van de Universiteit Leiden. Hierin is onder meer een organogram te vinden, maar ook wie voor wat aanspreekbaar is en hoe allerlei procedures werken.

(1 maart 2005)