Kunnen staten gestraft worden?
Rechtenfaculteit scoort opvallend goed bij verdeling onderzoekssubsidies
De faculteit der Rechtsgeleerdheid heeft drie onderzoekssubsidies gekregen uit de Open Competitieronde Maatschappij- en gedragswetenschappen van NWO. De rechtenfaculteit scoort daarmee opvallend goed.
De eerste succesvolle aanvraag is ingediend door dr. Marcel Brus (internationaal publiekrecht), in nauwe samenwerking met promovendus Lennert Breuker. Het onderzoek is getiteld 'Kan een staat worden gestraft? De conceptuele validiteit van strafrechtelijke staatsaansprakelijkheid'.
Strafrechtelijke staatsaansprakelijkheid houdt de erkenning in dat een staat dat als juridische entiteit strafrechtelijk verwijtbaar kan handelen en als zodanig gestraft kan worden. In dit onderzoek zal de conceptuele validiteit worden onderzocht door een analyse van het theoretisch fundament en de praktische haalbaarheid.
Het tweede onderzoek ligt op het gebied van het staats- en bestuursrecht. Prof. mr. Jaap Polak in samenwerking met Michiel Tjepkema, getiteld "The meaning and function of the principle 'equality before the public burdens' in the Dutch legal order".
Dit onderzoek gaat over de vraag naar de precieze inhoud en functie van het beginsel 'gelijkheid voor de publieke lasten' (ook wel égalité-beginsel). Op grond van dit beginsel kunnen burgers schadevergoeding claimen voor rechtmatige overheidshandelingen. Daarbij kan worden gedacht aan grote infrastructurele projecten, zoals de aanleg van de Betuweroute of de Noord/Zuid-lijn te Amsterdam.
Hoewel zulke projecten geheel in het algemeen belang worden verricht en dus op zichzelf rechtmatig zijn, staat vast dat grote groepen van burgers, zoals winkeliers en andere omwonenden, daardoor ernstige schade kunnen lijden. Op welke gronden kunnen die omwonenden schadevergoeding claimen en aan welke maatstaven dienen bestuursorganen die aanspraken te toetsen? Het onderzoek tracht deze vraag aan de hand van jurisprudentie- en literatuuronderzoek te beantwoorden
Het derde voorstel betreft een aanvraag van prof. dr. Horst Fischer (internationaal humanitair recht) die de Rode Kruis leerstoel bezet. De promovendus is Eloisa Newalsing. Dit onderzoek draagt de titel "The formation of customary international humanitarian law applicable to non-international armed conflicts'.
Fischer en Newalsing willen een bijdrage leveren aan de theorie van het internationaal humanitair gewoonterecht voor niet-internationale gewapende conflicten. Als uitgangspunt dient het rapport uit 2004 van het IRCR (International Committee of the Red Cross). Dit is het eerste rapport over bestaand internationaal humanitair gewoonterecht dat gaat over zowel internationale als niet-internationale gewapende conflicten.
Aan de hand van het IRCR-rapport gaan de onderzoekers analyseren hoe het internationaal humanitair gewoonterecht voor de niet-internationale conflicten tot stand komt. Ze willen een nieuw model opstellen van de relaties tussen diverse traditonele en nieuwe elementen, zoals de jurisprudentie van de internationale en internationale gerechtshoven, en de reacties van staten op het IRCR-rapport. De rollen van de verschillende spelers zullen daarbij onder de loep worden genomen, ook die van rebellengroeperingen.
(22 februari 2005)
