Hersenbrekers op vijfde Taalkunde Olympiade
Op zaterdag 19 februari buigen 112 vwo-leerlingen zich in Leiden op de nationale Taalkunde Olympiade over een aantal lastige taalkundevragen. Hoe beantwoordt een leerling uit Ede een vraag over het Sanskriet zonder deze taal te kennen?Rusland
Taalkunde Olympiades worden in Rusland al lange tijd gehouden. Prof.dr. A. Lubotsky introduceerde het fenomeen in 2001 in Nederland. Hij is verbonden aan de Leidse opleiding vergelijkende Indo-Europese wetenschappen. Nadien ontstonden op diverse plaatsen in Oost en West Europa soortgelijke initiatieven. Dat leidde in 2003 voor het eerst tot een Internationale Taalkunde Olympiade, gehouden in Bulgarije, waarnaar de landelijke winnaars werden afgevaardigd.
Grammatica en woordopbouw
De vragen die de 112 leerlingen zaterdag op de Taalkunde Olympiade in Leiden krijgen voorgelegd, spitsen zich toe op grammatica en woordopbouw. Ze vallen uiteen in drie groepen: het Nederlands, de diverse schriftsoorten - bijvoorbeeld spijkerschrift, hiërogliefen of Arabisch schrift - en vreemde talen, zoals het Sanskriet, het Oud-Iers of het Gunijandi, een taal van de aboriginals in Australië.
Logica
Het uitgangspunt van de Taalkunde Olympiade is dat taal logisch is opgebouwd, zij het met de nodige uitzonderingen. Aan de hand van summiere aanwijzingen moeten de leerlingen, denkend langs logische lijnen, uit een tekst de regels van de grammatica of de woordopbouw destilleren. Dat vraagt om een mathematische, analytische benadering. Ongeveer de helft van de deelnemers is dan ook goed in de exacte vakken. Het gaat erom de sleutel - of sleutels - te vinden. Met behulp daarvan kunnen de leerlingen dan het vraagstuk oplossen. Soms bestaat het antwoord uit het zelf woordjes of zinnetjes maken in een volslagen vreemde taal. Zo kan een vwo-leerling uit Ede een vraag over het Sanskriet juist beantwoorden zonder van te voren ook maar iets van die taal te weten.
De leerlingen zijn afkomstig uit vwo-scholen uit alle delen van Nederland. In principe staat de olympiade open voor leerlingen uit 4, 5 en 6 vwo maar soms meldt zich een briljante derdeklasser die buiten mededinging mag meedoen.
Voorbeeld
Een voorbeeld van een relatief eenvoudige vraag over het Nederlands is de volgende: In het Nederlands zijn er verschillende suffixen (achtervoegsels) om een verkleinwoord te maken, bijvoorbeeld boek-je, paar-tje, raam-pje, som(m)-etje. De keuze uit deze suffixen is echter aan strikte regels gebonden.
Hierna worden in de opgave nog enkele rijtjes verkleinwoorden gegeven. De vragen zijn vervolgens: Geef de regels die de keuze van een verkleinsuffix in het Nederlands bepalen. Welk woord is een uitzondering op de regels? Het is bekend dat alle Nederlandse verkleinsuffixen op één vorm teruggaan. Hoe zou je deze vorm reconstrueren? De volledige opgave is te vinden op de site van de Taalkunde Olympiade, zie onderaan dit bericht.
Internationale Olympiade in Leiden
Het Nederlandse team won in 2003 in Bulgarije de eerste Internationale Taalkunde Olympiade met vlag en wimpel. Zelfs de Russische scholieren, die het hele jaar voor de olympiade oefenen, moesten het afleggen. Het succes kon in 2004 niet worden herhaald; toen eindigde de Nederlandse equipe in de middenmoot. Dit jaar vindt de Internationale Taalkunde Olympiade plaats in Leiden. Over de uitkomst voor het Nederlandse team is op basis van de resultaten uit het verleden geen voorspelling te doen.
Meer informatie en meer proefopgaven met oplossingen: www.olympiade.leidenuniv.nl
(15 februari 2005)
