'Ghewillighen arbeyt was noyt pijn: gewilligen last woech noyt swaer'

Zie ook: Statenvertaling door vrijwilligers gedigitaliseerd

Aan de digitalisering van de Statenvertaling werkten 135 vrijwilligers mee. Deze groep was volgens de initiatiefneemster van het Bijbeldigitaliseringsproject, Nicoline van der Sijs, homogeen wat betreft hoogte van de opleiding, kwalificatie en motivatie, maar heterogeen op alle andere gebieden: zo liep de leeftijd uiteen van 20 tot 86, was de geloofsrichting divers, en de studie of het beroep varieerde van ingenieur, commissaris van politie, beroepsmilitair, farmaceut, neuroloog, vertaler, informaticus, predikant, kunsthistoricus, archivaris tot neerlandicus en corrector.


Begin van het boek Ezechiël.
Instructie
Iedere vrijwilliger kreeg een tien pagina's tellende instructie en begon met een portie van tien pagina's - de tekst van de Statenvertaling was in 272 porties verdeeld. Veel medewerkers bewerkten minstens meer dan één portie. De recordhouders tikten 17, 16 en 14 porties over. Het werk van de typisten werd vervolgens door vrijwillige correctoren gecorrigeerd, waarvan één in haar eentje maar liefst 108 porties heeft gecorri-geerd. De verschillende porties werden aaneengevoegd tot Bijbelboeken en opnieuw gecontro-leerd. Vervolgens werden de twee registers gecorrigeerd: van het Nieuwe Testament, ruim 120.000 woorden en van het Oude, 65.000 woorden. Tijd
Veel vrijwilligers hebben enorm veel tijd geïnvesteerd. Ir. Frits Schutte zegt vele weken aan het project te hebben besteed: 'Er is in totaal een equivalent van zo'n 5300 A4'tjes door mijn handen gegaan.' Schutte gaat echter nog door met het digitaliseren van de andere Bijbels. Gepensioneerd politiecommissaris Herman Wiltink en zijn vrouw Tineke hebben gedurende het afgelopen jaar ieder gemiddeld drie uur per dag aan het project besteed. Oud-leraar Nederlands Sybe Bakker: 'Ik denk dat ik de enige tikker was, die niet werkte met de afbeeldingen van de legger op de site, maar met een originele

Jacob Cats
Een mooi voorbeeld van de problemen waar de medewerkers mee te maken konden krijgen levert Sybe Bakker. 'In kanttekening 33 bij Leviticus 27 staat te lezen: Een Gera wooch tsestich garstens korenkens (.). Een medecorrector vroeg me: die tweede o van wooch is wat afgesleten. Of staat er woech of wocch? Kijk even in jouw exemplaar. Bij mij was het ook niet zo duidelijk. Nu wisselen de klinkers bij sterke werkwoorden wel eens, wegen - wach - gewogen was het ooit, wegen - woog - gewogen is het nu. Maar het Fries kent ook woech. De oplossing werd geleverd door Jacob Cats, die in 1627 in zijn Sinne- en minnebeelden schreef: 'Ghewillighen arbeyt was noyt pijn: gewilligen last woech noyt swaer'. Het zou het motto kunnen zijn van het digitaliseringsproject met zijn honderden vrijwilligers.'

Statenbijbel uit 1637, het bezit van mijn schoonzus. Haar had ik gevraagd of ik de foliant 'enkele weken' zou mogen lenen. Het boek is een half jaar bij me gebleven, en is intensief gebruikt.'

Taalkundig of theologisch
De redenen om als vrijwilliger mee te doen aan het project zijn bijna net zo divers als hun achter-gronden. Ze zijn echter in twee hoofdcategorieën te verdelen: taalkundig of theologisch gemotiveerd. Farmaceut Jantien Kettenes motiveert haar betrokkenheid als volgt: 'Ik vind het belangrijk dat cultureel erfgoed ook voor volgende generaties goed toegankelijk is en dat dat erfgoed makkelijker toegankelijk wordt voor taalkundig onderzoek. Ik heb als bèta toch altijd belangstelling voor taal gehad.' Oud-leraar Nederlands Bram Laport vindt dat hij goed geëquipeerd is voor dit werk, onder andere omdat hij een streng gereformeerde opvoeding gehad heeft en dus vertrouwd is met 'de tale Kanaäns': 'Ik heb ook een paar jaar in de typografie gewerkt en heb dus enig benul van lettertypes. Bovendien ben ik gepensioneerd en beschik over enige vrije tijd. Ik zou me een deserteur gevoeld hebben als ik niet had meegedaan.'

(20 mei 2008/SH)