Nieuwe therapie tegen zelfbeschadiging
Het is één van de meest urgente problemen waarmee een psychotherapeut geconfronteerd kan worden: iemand die zichzelf verwondt. Hoe behoed je die persoon voor erger? Psychologe Nadja Slee ontwikkelde een behandelmethode die effectiever blijkt dan reguliere behandelingen.
![]() Nadja Slee: 'Achter zelfbeschadiging gaat niet altijd een doodswens schuil. Het kan ook een roep om hulp zijn.' |
Urgent
'Zelfbeschadiging is één van de meest urgente problemen waarmee je als psychotherapeut geconfronteerd kan worden', zegt Slee. 'Je hebt met mensen te maken die een gevaar vormen voor zichzelf, want als hulp uitblijft kan zelfbeschadiging verergeren. Het kan bovendien de opmaat vormen voor een zelfmoordpoging.' Achter zelfbeschadigend gedrag hoeft echter niet altijd een doodswens schuil te gaan. Slee: 'Zelfbeschadiging is vaak een impulsieve handeling die volgt op een ruzie met ouders of partner, het verbreken van een relatie of problemen op school. Iemand die zichzelf krast of veel pillen slikt, kan dat ervaren als manier om spanning te ontladen. Of het kan een roep om hulp zijn. Pas als je weet waarom iemand zich verwondt, kun je de ernst van de situatie inschatten.'
Misbruik

Voor mensen die vroeger seksueel misbruikt zijn, kan zelfbeschadiging een uiting van woede of zelfbestraffing zijn.
Zelfbeschadiging neemt toe in de turbulente tienerjaren en bereikt een piek bij de leeftijd van 15 jaar. Het fenomeen komt ook veel voor bij mensen, veelal vrouwen, die vroeger het slachtoffer zijn geweest van seksueel geweld. 'Mensen die in het verleden misbruikt zijn, hebben een afkeer van hun eigen lichaam ontwikkeld en verwonden nu zichzelf als uiting van woede of zelfbestraffing', legt Slee uit. 'Nadat ze zichzelf beschadigd hebben, vloeit de pijn even weg doordat het lichaam natuurlijke pijnstillers aanmaakt. Even voelen ze rust, opluchting. Maar zelfbeschadiging is geen blijvende oplossing voor de pijn die ze voelen.'
Behandeling
De roep om effectieve behandelingen is daarom groot. Omdat zelfverwonding vaak gepaard gaat met psychische klachten, zoals angst en depressie, is het gebruikelijk om de behandeling vooral te richten op die onderliggende problemen en minder op het zelfbeschadigende gedrag. Zijn dergelijke behandelmethoden echter wel zo effectief? Sorteert behandeling niet meer effect wanneer de aandacht naar het zelfbeschadigende gedrag wordt verlegd? Slee ontwikkelde een kortdurende cognitieve gedragstherapie van twaalf sessies, waarin de zelfverwonding centraal staat. Met succes, want de therapie bleek in combinatie met reguliere therapie effectiever dan uitsluitend reguliere therapie. Mensen die ook met de cognitieve gedragstherapie behandeld werden, rapporteerden na afloop minder zelfbeschadigend gedrag en ondernamen minder vaak een zelfmoordpoging.
Ander spoor
Waarin schuilt het succes van de cognitieve gedragstherapie? 'Aan zelfbeschadiging kleven allerlei disfunctionele gedachten en gedragsneigingen', licht Slee toe. 'In een therapie kun je die direct adresseren, zodat het risico op zelfdestructief gedrag afneemt.' Het zoeken naar alternatieve uitlaatkleppen heeft daarbij prioriteit. Slee: 'Tijdens mijn onderzoek sprak ik een meisje dat zichzelf kraste wanneer ze zich verdrietig voelde. De therapeut heeft samen met haar gezocht naar andere manieren waarop ze met haar verdriet kan omgaan. Toen ik haar drie maanden later weer sprak, bleek ze met succes alternatieven toe te passen. Nu belde ze bijvoorbeeld een vriendin op momenten dat ze het moeilijk had. De therapeut had niet direct haar problemen weggenomen, maar had haar wel op een ander spoor gezet.'
Impulsiviteit

Kersenbloesem, een symbool van bloei, siert de omslag van het proefschrift van Slee. De promovenda heeft bewondering voor de veerkracht van de mensen die ze heeft gesproken.
Het aanleren van alternatief gedrag is dus een belangrijk onderdeel van de therapie. Om dat doel te bereiken, is het al een eerste stap om niet toe te geven aan de neiging tot zelfbeschadigend gedrag. 'Soms komen heftige emoties los bij cliënten wanneer ze openhartig vertellen over situaties waarin ze zichzelf verwonden,' vertelt Slee. 'Die emoties vloeien echter tijdens de sessie ook weer weg, zonder dat de cliënt zich hoeft te snijden of pillen in hoeft te nemen. Dat is voor de cliënt al een bewijs dat hij zijn impulsiviteit kan weerstaan en dat zelfverwonding niet de enige uitweg is.'
Niets goed?
Ook disfunctionele gedachten moeten er tijdens de therapie aan geloven. Slee: 'Sommige mensen zijn er grondig van overtuigd dat ze niets goed doen. Wanneer ik een cliënt vraag om te specificeren wát hij dan niet goed gedaan heeft, blijkt dat negatieve zelfbeeld vaak terug te voeren op een vervelend incident, zoals een slechte tentamenuitslag. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de gedachte 'ik doe niets goed' onnodig generaliserend is. Tegenover die slechte tentamenuitslag staan tal van dingen die iemand wél goed doet.'
Opgeknapt
Zowel door het reguleren van emoties als door het ombuigen van negatieve gedachten kan het risico op zelfbeschadigend gedrag dus verkleind worden. Dat niet alleen: mensen die de cognitieve gedragstherapie volgden, bleken na afloop ook minder depressief en suïcidaal. 'Ze knapten zichtbaar op,' aldus Slee. Of de gunstige effecten van de therapie ook op langere termijn standhouden, wordt momenteel onderzocht door een nieuwe promovenda die onlangs met een vervolgstudie is begonnen.
Een beter leven
Slee kwam onder meer via de eerste hulp van het LUMC in contact met de deelnemers aan haar onderzoek. Ze werd geraakt door hun verhalen. 'Mensen die zichzelf verwonden, zien zelf geen alternatieven meer. Daarom is het des te belangrijker dat ze adequate professionele hulp krijgen. Uit alle verhalen spreekt het verlangen naar een ander, beter leven.'
(22 april 2008/Tristan Lavender)

