Rome aan tafel: ideaal en praktijk van het Romeinse diner
Colette Planken
Scriptio
ISBN 978-90-8773-008-6
Prijs: € 14,95
Ongedwongen en eenvoudig

Uit de antieke bronnen over de gezamenlijke maaltijd is een heel scala aan normen en idealen naar voren gekomen. Deze betroffen niet alleen het voedsel zelf, maar ook de entourage, het amusement tijdens de maaltijd, relaties en sfeer. Het ideale convivium (letterlijk: samen-leving) was een bijeenkomst van vrienden, die in een vrolijke en ongedwongen sfeer genoten van een eenvoudige, smaakvolle maaltijd en zorgvuldig gekozen amusement. Aan tafel moesten maatschappelijke conventies versoepeld worden; eigenlijk mochten verschillen in status geen rol spelen.
Idealisering het boerleven
Het ideaal van de eenvoudige maaltijd met producten van eigen land, vindt zijn oorsprong in de Romeinse neiging tot idealisering van het verleden. Herhaaldelijk werd geschreven over het verlangen naar de goede oude tijd, men verheerlijkte het landelijke leven, en de waarde van vriendschap, moed en trouw. De Romeinse helden van het eerste uur waren boeren die met evenveel overtuiging de ploeg als het zwaard hanteerden.
Wetten tegen competitie
In de periode die Planken bestrijkt, ongeveer de eerste eeuw voor en de eerste twee eeuwen na Christus, was de praktijk wat weerbarstiger. De rijke elite liet zich gaan in overvloedige en decadente schranspartijen, gelardeerd met circusacts, schaars geklede danseressen en allerlei andere toeters en bellen. Het kwam zover dat tussen 182 en18 voor Chr. met enige regelmaat wetten werden uitgevaardigd om de uit de hand gelopen eetpraktijken in te dammen: de rijken boden als het ware tegen elkaar op. Het competitieve element was zo groot dat het ene convivium het andere steeds in weelderigheid diende te overtreffen.
Geen exotische producten
De wetten hadden betrekking op het maximale aantal gasten dan mocht aanliggen aan een diner, het maximale bedrag dat mocht worden uitgegeven en het gewicht aan tafelzilver dat mocht worden gebruikt. Ook was het verboden om op de markt, waar veel exotische producten werden aangeboden, in te kopen; men diende het voedsel zoveel mogelijk zelf te produceren.
Invloed
De achterliggende gedachte was waarschijnlijk dat wie het rijkst was, ook de meeste mensen aan zich kon binden en zo indirect (te) veel invloed kon laten gelden. In de praktijk hielpen de wetten overigens niet bijzonder: de boete voor overtreding was te betalen en er lagen wegen open om ze te ontwijken, bijvoorbeeld door zelf exotische producten te gaan kweken.
Eenvoud op het platteland
Niettemin fungeerde de decadente en verkwistende elite juist als hefboom voor de instandhouding van het eenvoudigheidsideaal, dat bleef als tegenwicht levend. Ter compensatie van hun gedrag in de stad, trok de elite zich regelmatig terug op hun buitens om daar wel volgens het eenvoudsheidsideaal maaltijden met vrienden aan te richten.
Keizers en standsverschillen
De Romeinse keizers hadden niet zoveel boodschap aan het verleden. Zij gebruikten hun banketten om in de standenmaatschappij die het keizerrijk in weerwil van de idealen toch was, de posities te benadrukken en eventueel te consolideren: het was gebruikelijk dat de ene tafel minder luxe gerechten, in minder luxe serviesgoed geserveerd kreeg dan de andere, afhankelijk van de status die de disgenoten hadden. Dit gebeurde dan wel volgens het principe dat er weliswaar standsverschillen waren maar dat wel ieder moest krijgen wat hem toekwam. ‘Gasten’ vernederen door ten overstaan van hen te eten terwijl zijzelf werden uitgehongerd, zoals keizer Elagabalus deed, werd als een gebrek aan beschaving beschouwd.
Ook sobere keizers
De decadentie van het Romeinse hofleven rond de eerste eeuw wordt verpersoonlijkt door keizers als Nero, Caligula en de genoemde Elagabalus. Maar daar stonden anders geaarde keizers tegenover: Julius Caesar, Augustus, Tiberius, Vespasianus en Trajanus hielden er een aanmerkelijk soberder stijl op na.
Colette Planken (1976) studeerde in 2001 af in de Griekse en Latijnse Talen en Culturen, met als afstudeerrichting Oude Geschiedenis. Ze kreeg de Fruinprijs van het Leids Universiteits Fonds voor de beste historische scriptie.
(22 april 2008/CH)
