Wat moet Europa doen?
![]() Prof.mr. L.J. Brinkhorst: 'De toekomst van Europa is gebaat bij hogere prioriteit van militaire middelen.' |
Vandaag, 8 april, houdt Laurens Jan Brinkhorst zijn oratie. Hij noemt drie agendapunten voor de toekomst van Europa. Ten eerste meer inzet en hogere prioriteit van militaire middelen. Ten tweede vermindering van het democratisch tekort en ten slotte betere samenwerking tussen nationale staten en EU.
De Europese Unie is geen bedreiging van de afzonderlijke Europese staten, maar een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan ervan, zegt de Leidse hoogleraar Internationaal en Europees recht en bestuur prof.mr. Laurens Jan Brinkhorst. De EU heeft in de afgelopen vijftig jaar een nieuwe structuur aan Europa gegeven. De soevereiniteit - het zelfbeslissingrecht - van de nationale staten is daarmee een achterhaald begrip geworden. Daar is wederzijdse afhankelijkheid, co-soevereiniteit, voor in de plaats gekomen. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Ook Nederland moet zijn beleid herijken: een cultuuromslag is nodig. Het is van groot belang een samenhangende visie te ontwikkelen op het functioneren van de EU. In zijn oratie formuleert Brinkhorst drie agendapunten voor de toekomst van Europa.
EU en de wereld
De belangrijkste opgaven en uitdagingen van de EU liggen op het externe vlak, aldus Brinkhorst. We hebben vijftig jaar gewerkt aan de interne reorganisatie van EU. We moeten nu een gezamenlijke strategische visie ontwikkelen op de nieuwe bedreigingen in de wereld. Deze bedreigingen zijn minder zichtbaar dan die uit de Koude Oorlog, maar daarom niet minder aanwezig. Op dit punt is het optreden van de EU nog zeer onder de maat. Het is noodzakelijk in Europees verband meer aandacht te besteden aan een effectieve inzet, maar ook een hogere prioriteit van militaire middelen. Alleen dan kan de ambitie van de EU om werkelijk bij te dragen aan meer vrede en veiligheid in de wereld, werkelijkheid worden.
Vermindering van het democratisch tekort
De onvoldoende democratische legitimatie is een belangrijke oorzaak van de gebrekkige betrokkenheid van de Europese burgers. Europese verkiezingen zijn nog steeds tweederangs nationale verkiezingen. Dat verandert als er Europese kieslijsten komen. De negatieve uitkomst van het referendum over de Europese grondwet in 2005 werd deels veroorzaakt door een negatief oordeel over nationale regeringen. Er is meer en betere communicatie over Europa nodig, maar dat lost het probleem van het democratisch tekort niet op. Om dit probleem op te lossen is het nodig politieke strijd over het beleid te voeren op Europees niveau.
Betere samenwerking tussen nationale staten en EU bij de uitvoering
Europese belangen zijn gediend bij een betere verankering van het Europese beleid in het nationale bestel. Het mooiste en oudste voorbeeld van die samenwerking is het mechanisme van de prejudiciële procedure. Het Hof van Justitie verzekert de uniforme uitlegging van Europees recht op grond van interpretatieverzoeken van nationale rechters in concrete geschillen.
Andere voorbeelden van Europese samenwerking zijn het netwerk van nationale mededingsautoriteiten en het werk van de Europese Rekenkamer. Deze laatste controleert de inkomsten en uitgaven van de EU. Maar er is veel meer samenwerking mogelijk, en noodzakelijk. Het toezicht op de telecommunicatie- en energiesector en de financiële sector zou veel beter functioneren als dit in Europees verband zou worden aangepakt. En de georganiseerde misdaad wordt nog steeds in de kaart gespeeld omdat politie en justitie alleen op eigen grondgebied kunnen optreden.
Links
- Een interview met prof.mr. L.J. Brinkhorst in de nieuwsbrief van 1 april 2008
- De tekst van de oratie (pdf)
(8 april 2008/DH)

