Boeken
![]() |
Wie onder palmen leeft – De sublieme wereld van Jacob Haafner (1754-1809)
Uitgeverij Bert Bakker, Paperback, 232 p., ISBN: 9035132412, € 18,95
Paul van der Velde heeft met dit boek een ‘(auto)biografie’ geschreven van Jacob Haafner. Van der Velde vertelt chronologisch het verhaal van Haafners leven aan de hand van citaten uit Haafners eigen geschriften aangevuld met dat wat in die geschriften ontbreekt. Daarbij heeft hij de teksten van Haafner hertaald, waardoor diens zeer levendige stijl voor de hedendaagse lezer nog beter tot zijn recht komt.
Populair
Haafner was Duitser van geboorte, maar schreef in het Nederlands. Hij leefde een kleine twintig jaar in Zuid-Afrika, India en Sri Lanka. Over zijn verblijf in die landen schreef hij vijf reisverhalen. Zijn directe aanstekelijke manier van schrijven en zijn avontuurlijke leven maakten hem tot een van de populairste schrijvers van het begin van de negentiende eeuw. Die populariteit taande vanaf het midden van die eeuw en sinds die tijd was hij eigenlijk slechts bij een select gezelschap bekend.
Favorieteboekentoptien
In 1987 nam Maarten ’t Hart Haafner op in zijn favorieteboekentoptien in Vrij Nederland. Dat was de eerste keer in lange tijd dat Haafner zo nadrukkelijk onder de aandacht van een breed publiek werd gebracht, aldus Van der Velde. Daar bleef het niet bij, want in 1992 verscheen het eerste deel van de Werken van Jacob Haafner bij de Linschooten-Vereeniging, het derde en laatste deel verscheen in 1997. Hierdoor geniet Haafner weer een hernieuwde aandacht, maar tot een ware revival heeft het nog niet geleid. Met dit boek beoogt Van der Velde dat wel te bereiken.
Scherp observatievermogen
Haafners levendige beschrijvingen van het alledaagse leven in de tropen getuigen van een scherp observatievermogen en een innige verbondenheid met de Indiase cultuur. Hij bestudeerde de talen en culturen van het subcontinent en genoot ervan als hij voor een Indiër werd aangezien. Haafner had een afschuw van het westerse kolonialisme en de slavenmaatschappij en schreef – terug in Nederland – een prijswinnende verhandeling tegen het kolonialisme en de zending. De prijsvraag was uitgeschreven door het Teylers Godgeleerd Genootschap. Het lijkt vreemd dat hij met zijn betoog tegen de zending de prijs won, maar het wordt wat duidelijker als blijkt dat zijn inzending de enige was.
Fortuinzoekers
Kenmerkend is zijn oordeel over de fortuinzoekers in de Oost: ‘Fortuin maken! Deze twee woorden zullen de ondergang van de VOC en van al dat soort bedrijven in het Oosten zijn. Die hebben de verwoesting en ontvolking van hele landen en koninkrijken veroorzaakt. Niemand gaat naar het Oosten dan om fortuin te maken. Dat ongelukkige werelddeel is het rasphuis van Europa geworden; deugnieten, verkwisters, boeven, iedereen die door zijn misdaden of op een andere manier uit zijn geboorteplaats is verbannen, bankroetiers en ander slecht volk. Alles snelt naar Indië als naar ene algemene prooi. Iedereen wil er fortuin maken en op wat voor manier kan dat? Alleen door het bedrijf dat ze dienen te bestelen of de arme inwoners te onderdrukken, te plunderen en te vermoorden. Van de tien die daarvandaan rijk terugkomen, hebben er zeker negen hun buit op die wijze verkregen.’
Monument
De ongedwongen levenswijze in de tropen contrasteerde Haafner met de vormelijke in Europa. Dat was indertijd ontnuchterend. Uit historisch en literair perspectief is het werk van Haafner een monument voor het reisverhaal en de autobiografie. Zijn boeken werden vertaald in het Duits, Engels, Frans, Deens en Zweeds en vonden een breed lezerspubliek. Kenmerkend voor Haafner is ook diens credo waarmee Van der Velde zijn boek afsluit: ‘Ik acht alle mensen, van wat voor huidskleur, natie en godsdienst zij ook mogen zijn, als mijn medemensen en broeders.’
Paul van der Velde is historicus. Hij publiceerde eerder onder meer zijn zeer positief ontvangen proefschrift Een Indische liefde.P.J.Veth (1814-1895) en de inburgering van Nederlands-Indië.
(25 maart 2008/SH)

