Petra Sijpesteijn onderzoekt het ontstaan van de islamitische wereld
![]() Een unieke 9e-eeuwse Arabische papyrus uit de Leidse papyruscollectie (Universiteitsbibliotheek OR 12885-59). |
De islam ontstond in het midden van de zevende eeuw na Christus. Maar over de eerste 150 jaar van de islamitische geschiedenis is weinig met zekerheid bekend. Traditionele islamitische bronnen (geschied-werken, de zogenoemde traditieliteratuur over het leven van Mohammed en andere founding fathers, religieuze en juridische teksten) zijn laat. Externe bronnen zijn schaars. Dit heeft in de jaren '70 en '80 van de twintigste eeuw bij sommige westerse historici geleid tot een radicale scepsis ten aanzien van de officiële islamitische versie van de geschiedenis. Een scepsis die hun vaak niet in dank werd afgenomen door aanhangers van die traditionele versie - islamitische gelovigen of niet.
Woestijnzand
Historicus en Arabist Petra Sijpesteijn, net in functie als hoogleraar Arabische taal en cultuur, slaat een nieuwe weg in, door het vrijwel onontgonnen terrein in kaart te brengen van de honderdduizenden papyri in het Arabisch, Koptisch en Grieks die onuitgegeven in bibliotheken liggen, of onaangeroerd onder het woestijnzand tussen het afval. Ze kreeg hiervoor een prestigieuze Starting Investigator Grant van een miljoen euro van de European Research Council. Hiermee wil ze nieuw licht werpen op de eerste 150 jaar van de islamitische geschiedenis van Egypte, waar de meeste papyri bewaard zijn gebleven.
Hajj
Papyrusteksten bieden geen zorgvuldig geredigeerde versie van de geschiedenis, of een islamitische 'heilsgeschiedenis', maar dienen een praktisch communicatief doel, en geven daarom een ongekuiste inkijk in het dagelijks leven van de bewoners van Egypte uit alle geledingen van de maatschappij. Sijpesteijn: 'De teksten variëren van uitingen van alledaagse ergernissen als "ik heb je nu al vijf keer gevraagd me schapenhuiden te sturen, maar ik heb nog niks gekregen", tot een oproep van de khalief om deel te nemen aan de hajj, de islamitische pelgrimstocht. De naam Mekka wordt in de tekst weliswaar niet genoemd, maar we weten nu: de hajj bestond dus al. Gezien de datering van de tekst en de context van de oproep is het bovendien waarschijnlijk dat het inderdaad om Mekka gaat.'
Petra Sijpesteijn studeerde van 1992-1998 oude geschiedenis en Arabisch in Leiden. Via het Leidse vijfde studiejaarprogramma van de Opleiding Geschiedenis studeerde ze vervolgens een jaar in Cornell. Ze promoveerde in 2004 in Princeton. Hierna was ze als junior research fellow verbonden aan Christ Church College in Oxford. Sinds januari 2007 heeft ze een vaste aanstelling aan het Institut de Recherche et d'Histoire des Textes van het Centre National de la Recherche Scientifique in Parijs, die ze tot september 2008 combineert met haar leerstoel in Leiden. Sijpesteijn ontving diverse onderscheidingen en prijzen, waaronder van de Mellon Foundation en de British Academy alsmede een Fullbright Scholarship. Ook ontving zij verschillende onderzoekssubsidies, waaronder de zeer prestigieuze ERC Starting Grant van 1 miljoen euro voor vijf jaar voor het project The Formation of Islam: The View from Below.
Vloot
Petra Sijpesteijn: 'Mijn generatie kan niet meer zeggen: 'Er zijn geen bronnen.'
'Mijn generatie kan niet meer zeggen: er zijn geen bronnen', zegt Sijpesteijn. 'Die zijn er wel. Niet alleen de papyri, maar bijvoorbeeld ook munten.En ze leveren enorm veel informatie op over de geschiedenis van de vroege islam. Het interessante is dat papyri de traditionele bronnen vaak bevestigen. Sceptische historici zeiden vaak: "Die Arabische veroveraars wisten niet precies wat ze deden. De veroveringen waren niet doordacht, eerder het ongeplande resultaat van een uit de hand gelopen expansie". Maar dat kun je niet meer volhouden. Zeker is dat het een goed georganiseerde club was, die ervaring had, die in ieder geval goed was in het beheersen van een eeuwenoude en goed lopende provincie. Bovendien entameerden ze grote projecten, zoals garnizoens-steden. En ze bouwden een grote vloot, waarmee het Byzantijnse rijk serieus werd bedreigd. Egypte was traditioneel de graanschuur van Rome en Byzantium. Er zijn verwijzingen in de islamitische literaire traditie dat het graan naar het Arabisch schiereiland ging, via een kanaal naar de Rode Zee. Daar moest ook een vloot voor zijn. Uit begin achtste eeuw zijn daar inderdaad papyri over.'
Strategische keuze
Minstens zo belangrijk zijn Koptische en Griekse papyri die helemaal niets over het Arabische bewind zeggen, vindt Sijpesteijn. 'Er is bij de oorspronkelijke bewoners een overwegend gevoel van continuïteit. Vaak is gezegd: dat komt doordat de Arabische veroveraars zelf niets te bieden hadden en daarom alles maar intact lieten. Maar ik heb in mijn werk laten zien dat het een strategische keuze was om, behalve aan de top van het bestuur, weinig te veranderen. Dat hebben veroveraars altijd gedaan. Dat de Arabieren dingen overnamen was strategie, geen armoede.'
Bulk
Sommige teksten, zoals die van de khalief en de oproep tot de hajj, zijn gelukstreffers die op zichzelf uiterst waardevolle informatie geven. Andere moeten het juist hebben van de bulk, en leveren pas significante informatie op als ze geturfd worden: papyri die verwijzen naar verhandelde of verbouwde producten, of papyri die, als er maar genoeg van zijn, inzicht geven in de veranderende getalsmatige verhoudingen tussen Arabieren en niet-Arabieren. Beide varianten zijn Sijpesteijn even lief. 'Een van de redenen dat de papyri nog niet ten volle benut zijn, is dat vaak gezocht werd naar dé tekst die het antwoord moest geven. Maar die is er niet. Om een beeld te krijgen moeten heel veel teksten worden bekeken.'
Tot de komst van het papier in de tiende eeuw schreef men op papyrus, op elkaar gekleefde reepjes van de papyrusplant. In natte klimaten is dat vergaan, maar in droge klimaten zijn veel papyrusteksten bewaard gebleven. Het vakgebied van de islamitische papyrologie strekt zich uit tot in de periode van het Ottomaanse Rijk. Papyrologen bestuderen namelijk niet alleen papyri, maar ook teksten op leer, perkament, hout en stenen: eigenlijk alles wat niet in archieven zit. Databases hebben de papyrologie een enorme duw gegeven. Sijpesteijn: 'Klassieke papyrologen hebben altijd erg voorop gelopen met technieken, zoals infraroodtechnieken. Het is heel oud materiaal, bestudeerd met heel nieuwe technieken. Daar kunnen wij Arabisten van profiteren.'
Nieuwe vorm van onderwijs
Nog meer papyrologie in Leiden
Hoe wordt papyrus gemaakt?
Wereldwijd zijn er vijf mensen die zich echt Arabisch papyroloog noemen. Het is een lastig vak: het Arabisch is door het ontbreken van puntjes op en onder de letters moeilijk te lezen, de papyri zijn meestal kapot, en ook nog los van de archeologische context bewaard. Maar het vak zit in de lift, weet Sijpesteijn. Daar werkt ze zelf hard aan mee. In 2002 was ze mede-oprichter van de International Society for Arabic Papyrology: 'Hiervan zijn nu 150 mensen lid. We zeggen expres 'for' Arabic Papyrology; het is ook interessant voor niet-papyrologen. De trend in het onderzoek is om in een wereldwijd netwerk te zitten. Ik vind het dan ook heel belangrijk om studenten uit Leiden naar workshops te kunnen sturen van de Arabic Papyrology School. Juist nu realiseren studenten en docenten zich dat je ook heel goed op die manier kunt onderwijzen, dat je niet overal een fulltime docent voor in huis hoeft te hebben. Een korte periode tien uur per dag intensief bezig zijn hoeft niet minder op te leveren dan ergens een semester college in te volgen.'
Missie
'Maar ik heb wel een missie, namelijk dat ik de Arabische papyrologie op de kaart wil zetten, maar dan geïntegreerd in de hele opleiding, en niet als curiositeit. Alleen: je kunt het alleen maar doen als je een grondige opleiding hebt in de Arabische filologie. Leiden staat wat dat betreft gelukkig heel goed bekend.'
European Research Council
De ERC (European Research Council) startersubsidies zijn bedoeld om excellente onderzoekers, die 2 tot 9 jaar geleden zijn gepromoveerd, te ondersteunen bij het opzetten van een eigen onderzoekslijn. Voor de eerste subsidieronde zijn ruim 9000 aanvragen ingediend. Hiervan zijn reeds 200 voorstellen gehonoreerd. Nederland heeft 9% van het totaal aantal voorstellen gehonoreerd gekregen en staat daarmee in Europa op de vierde plaats.
Op 26 maart zullen de onderzoekers die deze prestigieuze ERC-beurs ontvangen worden gehuldigd door minister Plasterk tijdens een feestelijke bijeenkomst bij de KNAW in Amsterdam, georganiseerd door het ministerie van OCW, SenterNovem/EG Liaison, NWO, KNAW en VSNU.
Aan de Universiteit Leiden kregen behalve dr. Petra Sijpesteijn dr. Tjerk Oosterkamp (natuurkunde) en dr. Hagit Amirav (kerkgeschiedenis) een ERC-subsidie toegekend.
(18 maart 2008/HP)

