Leids Quartier Latin rondom het Rapenburg

Let op: Paul Hoftijzer houdt de lezing NIET op maandag 11 maart, maar op dinsdag 11 maart!


Een 17e-eeuwse Leidse drukkerij, mogelijk die van de Elzeviers aan het Academiepleintje.
In de 17e en 18e eeuw was de directe omgeving van het Academiegebouw een echt Quartier Latin. Er bevonden zich zeker tien boekhandels en een drukkerij in het gedeelte tussen Academiegebouw en Doelensteeg. Dat stukje Leiden werd in die tijd 'Rijk van Pallas' genoemd. Hoogleraar boekgeschiedenis Paul Hoftijzer: 'Daar woonden de hoogleraren, de studenten, en daar had je de boekwinkels. De helft van de studenten uit die tijd was afkomstig uit het buitenland. Dus als die met elkaar wilden communiceren, moest dat in het Latijn. Dat zal hier in die tijd echt de voertaal zijn geweest zijn.'

Dinsdag 11 maart opent Hoftijzer de Studium Generale-lezingenserie Leiden en het boek

De serie wordt georganiseerd ter gelegenheid van de tentoonstelling Stad van boeken. Zeven eeuwen lezen in Leiden in de Lakenhal. Lees hierover het nieuwsbriefartikel Spraakmakende Leidse boeken in Lakenhal. De tentoonstelling en het begeleidende boek Stad van boeken. Handschrift en druk in Leiden 1260-2000 zijn initiatieven van Hoftijzer.

Universiteit als aanjager
Wat er in de zeventiende en achttiende eeuw in Leiden gebeurt op het gebied van het boekenbedrijf was uniek in Europa, ook in vergelijking met andere oude Europese universiteitssteden als Oxford en Cambridge, vertelt Hoftijzer. 'Er heerst in die periode een ongekende activiteit rond het geleerde boek, dat toen vrijwel altijd in het Latijn gesteld was. De nog jonge universiteit (gesticht in 1575, red.) fungeerde daarbij als aanjager. De hoge kwaliteit van de typografie die de Leidse uitgevers konden leveren en hun goede internationale relaties maakten het heel aantrekkelijk voor schrijvers en geleerden om hun boeken in Leiden te publiceren. Dat gold voor de hoogleraren die verbonden waren aan de Leidse universiteit, maar ook heel wat geleerden zonder academische connectie lieten hun werk in Leiden drukken.'


Gedeelte van een kaart van Leiden. De blauwe stippen geven aan waar ca. 1700 boekverkopers zaten, de rode verwijzen naar de drukkers, rood-blauwe naar drukkers/boekverkopers. 

Universiteitsdrukkers
Het is tekenend voor de jonge universiteit dat zij heel goed begreep hoe belangrijk het gedrukte boek was voor de verspreiding van kennis. Toen de universiteit in 1575 gesticht werd waren er geen drukkers in de stad die goed genoeg waren voor het wetenschappelijke drukwerk. De Universiteit Leiden was een humanistisch georiënteerde universiteit en had een drukker nodig die kon werken met moderne Romeinse en cursieve lettertypen. Zo iemand was in Leiden niet voorhanden. Daarom liet men in 1577 een drukker uit Antwerpen komen die daar wel vertrouwd mee was: Willem Silvius. Hij was de eerste in een lange rij van uitstekende universiteitsdrukkers. In toenemende mate moesten ze ook teksten in oosterse talen zoals Arabisch en Hebreeuws drukken. Gewone Leidse drukkers hadden niet voldoende kapitaal om de daarvoor benodigde dure lettercorpsen aan te schaffen. De universiteitsdrukkers kregen daar subsidie van de universiteit voor.

Plantijn
In 1584 begon Christoffel Plantijn in Leiden als universiteitsdrukker. Hij gaf het Leidse wetenschappelijke drukwerk nog eens een extra impuls. Hij had in Antwerpen een bloeiende drukkerij opgebouwd met een breed fonds van groot wetenschappelijk belang. Plantijns drukwerk gold als het beste in Europa. (Pas in 1866 werd Plantijns Antwerpse drukkerij gesloten en werd het een museum, het Plantin-Moretusmuseum, dat in 2005 werd opgenomen op de lijst van het werelderfgoed.) Hoftijzer: 'De drukkerij van Plantijn was een soort universiteit op zichzelf, waar een zeer stimulerend intellectueel klimaat heerste. En zo'n man was bereid naar Leiden te komen! Er is steeds gedacht dat hij Antwerpen verliet uit een soort

In Leiden gedrukte boeken die baanbrekend waren op hun vakgebied:

René Descartes, Discours de la méthode. (Aanzet tot een moderne theorie voor natuurwetenschappelijk onderzoek, 1637.)

Galileo Galilei, Discorsi e dimonstrazioni matematiche. (Verdediging van de inzichten van de belangrijkste Italiaanse natuurkundige, 1637.)

Simon Stevin, Wisconstighe gedachtenissen. (Een aantal wiskundige traktaten, oorspronkelijk geschreven ter instructie van Prins Maurits, 1605-1608.)

Josephus Justus Scaliger, Opus de emendatione temporum. (Standaardwerk op het gebied van de vergelijkende historische tijdrekenkunde, 1598.)

Franciscus Raphelengius, Lexicon Arabicum. (Het eerste Arabisch-Latijnse woordenboek, 1613.)

Lucas Jansz Waghenaer, Licht der Zeevaert. (De eerste zee-atlas ter wereld, 1584.)

lafheid. Antwerpen verzette zich op dat moment tegen de katholieke Filips II en Plantijn drukte boeken van zowel calvinisten als katholieken. Maar ik denk eigenlijk dat Plantijn naar Leiden kwam om de echtgenoot van zijn oudste dochter, Frans van Ravelingen, te beschermen en een toekomst voor hem te creëren. Waarschijnlijk liep Van Ravelingen in Antwerpen gevaar omdat hij overtuigd protestant was. Plantijn zal zijn drukkerij hebben ingericht voor Van Ravelingen, en deze heeft het bedrijf in 1586 ook inderdaad overgenomen. Daarnaast was hij hoogleraar Hebreeuws aan de Leidse universiteit. Plantijn hielp ook andere schoonzoons hun toekomst veilig te stellen. Een van hen kreeg een boekwinkel in Parijs, de andere nam de drukkerij in Antwerpen over.'

Wetenschappelijke uitgevers
Paul Hoftijzer houdt de eerste lezing in de Studium Generale-lezingeserie 'Leiden en het boek'. Hij bespreekt de ontwikkelingen in de wetenschappelijke uitgeverij vanaf de tijd van Plantijn tot nu. Hij gaat onder meer in op de rol van de wetenschappelijk uitgever, die hij beschouwt als een poortwachter in het wetenschappelijk communicatieproces. Hoftijzer: 'De wetenschappelijk uitgever selecteert en velt een oordeel over wat er op de markt moet komen. Dat kun je, ook in commercieel opzicht, niet gemakkelijk aan geleerden overlaten.' Ook komt de rol van internet in de wetenschappelijke communicatie aan bod. Hoftijzer: 'Iedereen kan er wel van alles en nog wat op zetten, maar je kunt je ook afvragen: wie selecteert daar nog in, wie bewaakt de kwaliteit, wie zorgt ervoor dat het bij het juiste publiek terechtkomt? Dat is tot nu toe altijd de rol van de wetenschappelijke uitgever geweest. Maar zij gaan zich nu natuurlijk ook afvragen hoe ze aan internet kunnen verdienen. Je ziet dan dat een uitgever als Elsevier daar anders mee omgaat dan een uitgeverij als Brill.'

Links

(4 maart 2008/DH)