'Hoogleraar worden doe je voor je moeder'
![]() Henk Wesseling |
Wie hem als student in de jaren vijftig meemaakte, kon nauwelijks bevatten dat Wesseling één van Nederlands meest gelezen en gerenommeerde historici zou worden. De weinige colleges die hij had, bezocht hij 'met weinig enthousiasme en nog minder trouw'. Tentamens leerde hij aan de hand van aantekeningen van ijverige meisjes die een mooi handschrift hadden. Hij had weinig ambitie, cv-building bestond nog niet en het studentenleven was een 'bijzondere fase van lichtzinnigheid, ledigheid en losbolligheid', een rijpings- en groeiproces dat langzaam genoten diende te worden. Dat was niet alleen de praktijk, maar ook de officiële leer, zo stelt Wesseling.
'Onbezoldigd studentenleven'
Het was dan ook geen verrassing dat hij bij zijn kandidaatsexamen het twijfelachtige judicium na lange aarzeling kreeg. Tijdens de doctoraalfase die daar opvolgde werd hij serieuzer en begon hij zich te interesseren voor Frankrijk en de Franse geschiedenis. Deze liefde resulteerde in een bezoek aan Parijs en een omvangrijke scriptie over de Franse opvattingen over leger en oorlog in de jaren voorafgaande aan de Eerste Wereldoorlog. Ditmaal werd hij gehonoreerd met zeer veel genoegen.
|
Biografie en autobiografie H.L. Wesseling Zoon en Vader. Vader en Zoon (Prometheus/Bert Bakker) |
Makkelijke tijden
Wesselings universitaire carrière ging van start op een manier die een moderne hardwerkende academicus zich nauwelijks kan voorstellen. Hij schrijft: 'Ik had een promotiebeurs, hoe bescheiden ook, gekregen zonder ooit een onderzoeksplan te presenteren. De promotiebegeleiding beperkte zich tot een jaarlijkse telefonische vraag naar de stand van zaken en de beste wensen. Ik kreeg een universitaire baan aangeboden zonder daar ooit naar gesolliciteerd te hebben, door een promotor die nog geen regel van mijn proefschrift onder ogen had gehad.' (.) 'Het waren voor een academicus makkelijke tijden.'
Na twee jaar beurs te hebben ontvangen en vier jaar als geschiedenisleraar te hebben gewerkt, was er van het proefschrift nog maar weinig terecht gekomen. Maar eenmaal werkzaam bij de universiteit kwam er schot in de zaak. In maart 1969 promoveerde Wesseling op Soldaat en Krijger. Vandaag de dag noemt hij het met de bescheidenheid die hem eigen is 'een volstrekt amateuristisch boek'. Destijds werd het echter goed ontvangen en geprezen om de originaliteit. De beoordeling cum laude, toen nog een unicum, bood uitzicht op een hoogleraarschap, in die tijd 'een zelden vrijkomende en verheven positie'.
Eruditie, brede interesse en kritische geesteshouding
Gewichtig
Wesseling over historici: 'Maar wat kan een historicus nu eigenlijk dat een niet-historicus niet kan? Dat is voor mij nog steeds niet erg duidelijk. Het enige wat ik ervan kan zeggen is dat historici doorgaans een redelijk grote eruditie bezitten, een brede interesse hebben en een kritische geesteshouding, alsmede een inzicht in hoe dingen samenhangen in de tijd en anderzijds juist van tijd tot tijd verschillen. Misschien is er meer, maar ik zou niet weten wat.'
In 1973 werd Wesseling, nadat hij een jaar in Parijs had gewoond, benoemd tot hoogleraar algemene geschiedenis. Deze discipline bestreek de hele wereldgeschiedenis, met uitzondering van de Nederlandse. Zijn aanstelling maakte vooral zijn moeder bijzonder trots. Sindsdien is dan ook zijn devies: 'Hoogleraar worden doe je voor je moeder.' Tot 2002 bleef hij in deze functie werkzaam voor de universiteit.
De boeken die hij publiceerde zijn niet alleen bij historici, maar ook bij het grote publiek populair. Ondanks het vele onderzoek waarmee hij in binnen- en buitenland faam heeft verworven, heeft Wesseling weinig pretenties: 'Ik houd niet zo van de term onderzoek, die mij te gewichtig in de oren klinkt voor de simpele dingen die ik doe. En ik heb ook nooit erg de neiging gehad om te klagen over het gebrek aan onderzoekstijd. Ik wist eigenlijk altijd wel tijd te vinden om te schrijven.'
Onderwijsvernieuwingen
In de autobiografie wordt met geen woord gerept over de relatie met kroonprins Willem-Alexander, die hij eind jaren tachtig onder zijn hoede nam toen die in Leiden geschiedenis studeerde. Wel toont hij zich aan het eind van zijn verder zeer beschrijvende autobiografie de columnist die hij acht jaar voor NRC Handelsblad is geweest. Alle onderwijsvernieuwingen die hij de afgelopen vijftig jaar heeft meegemaakt in ogenschouw nemend, concludeert hij dat het Nederlandse universitaire onderwijs naar het Amerikaans model evolueert.
Het huidige Nederlandse universitaire stelsel is in strijd met de hoofdstromen van de maatschappelijke ontwikkeling, sociale emancipatie, en met de hoofdstroom van de economische ontwikkeling, te weten de opkomst van een op wetenschap en techniek gebaseerde kenniseconomie', meent Wesseling. De overstap op het Amerikaanse model is volgens de zeventigjarige emeritushoogleraar 'de enige aannemelijke en wenselijke ontwikkeling die de universiteit de komende jaren zal doormaken.'
(26 februari 2008/Marl Pluijmen)


