Oratie Louis Andriessen is ode aan Cathy Berberian


Cathy Berberian

‘De Maria Callas van de avant-garde’, zo noemt componist en hoogleraar Louis Andriessen de zangeres Cathy Berberian. In zijn oratie vanmiddag analyseerde Andriessen zijn eigen compositie Letter from Cathy uit 2003. Het stuk zelf werd aansluitend uitgevoerd door Cristina Zavalloni en het ensemble Nieuw Amsterdams Peil. Andriessen: ‘Elke vijf maten gebeurt iets nieuws’.

Brief
Andriessen is aan de Universiteit Leiden hoogleraar in de scheppende kunsten. Hij kende Cathy Berberian (1925-1983) al in de jaren ’50 en ‘60. Ze maakten beiden deel uit van de nieuwe-muziekscene die aan beide kanten van de Atlantische Oceaan floreerde. Berberian was bovendien van 1950-1964 gehuwd met de componist Luciano Berio, die in de eerste helft van de jaren ’60 Andriessens leermeester was. Het stuk Letter from Cathy is een toonzetting van de letterlijke tekst van een brief die Berberian in 1964 aan hem schreef. In zijn oratie becommentarieert hij 50 jaar muziekgeschiedenis en analyseert hij de eerste 50 maten van Letter from Cathy.

Mezzo en drie fluiten
De brief, die aanvangt met ‘Dear Louis’, is een persoonlijke brief, één van de veertig die Berberian aan Andriessen schreef. Ze beschrijft erin haar ontmoeting met Igor Strawinsky in Los Angeles en vertelt dat ze Amsterdam (en de bami goreng) mist. Strawinsky was diep onder de indruk van haar stem en besloot een vers voltooid stuk voor bariton en drie klarinetten te wijzigen in een stuk voor mezzosopraan en drie fluiten. Cathy Berberian kon met haar stem dan ook alles, en was een meesteres in extended techniques. Maar het belangrijkste was, zo zegt Andriessen in zijn oratie, dat ze grenzen tussen stijlen doorbrak. En daarmee was ze vernieuwend. De naoorlogse avant-garde was namelijk buitengewoon streng in de leer; jazz, volksmuziek, improvisatie, tonaliteit, het was allemaal taboe voor de generatie van Stockhausen, Boulez en Berio.

Motown
In zijn compositie Letter from Cathy volgt Andriessen zorgvuldig de woorden van Berberian, en bewijst eer aan haar veelzijdigheid: ‘Het goede 

Louis Andriessen is hoogleraar Scheppende kunsten in de Faculteit der Kunsten, het samenwerkingsverband tussen de Universiteit Leiden en de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans in Den Haag. Hij is een van de meest vooraanstaande componisten in Nederland, en componeerde zowel ingenieuze solocomposities als grootschalige theatrale werken. Daarnaast heeft hij grote ervaring op het gebied van opera, muziektheater en dans, en werkte hij met de grootste talenten onder de uitvoerenden in deze disciplines. Ook als leermeester heeft Andriessen een grote reputatie. Op het Koninklijk Conservatorium trekt hij studenten van over de hele wereld. Verder vervulde hij gasthoogleraarschappen bij verschillende Amerikaanse universiteiten. Hij heeft diverse ensembles helpen ontstaan, het resultaat van onderwijs met een sterk experimentele, artistieke grondslag.

Woensdag 26 maart is er in het Scheltema Complex een Seminar met Louis Andriessen. Hij wordt geïnterviewd door Frans de Ruiter, decaan van de Faculteit der Kunsten, over de postmoderne ideologie van het componeren en de gevolgen hiervan voor zijn eigen componeerpraktijk. Muziek- en filmfragmenten maken deel uit van de avond.

voorbeeld van Cathy Berberian volgend gebruik ik in het stuk heel veel verschillende soorten stijlen’, zegt hij erover. Maar het stuk laat zich ook analyseren als een commentaar op de muziekgeschiedenis van de afgelopen vijftig jaar, zo maakt hij duidelijk. Hier is het een geste aan Berio, die zich inzette voor de emancipatie van het slagwerk, daar is het een verwijzing naar de ‘zwarte’ muziek van het platenlabel Motown. Gangsterfilmmuziek, een boogy-woogy baslijn, zoetgevooisd Frans met een even zoetgevooisde viool eronder, het zit er allemaal in.

Verhalend
Het stuk als geheel, dat Andriessen in 2003 schreef voor de Italiaanse zangeres Cristina Zavalloni ter gelegenheid van een Cathy Berberian-project, is een voorbeeld van de terugkeer van het vertelde verhaal in de muziek, dat de componisten van de jaren ’50 en ’60, ‘meden als de pest’. Letter from Cathy daarentegen is, aldus Andriessen, ‘tot in kleine details van de intervallen en akkoorden die ik koos, verklaarbaar uit de woorden van Cathy’.

Mozart
Andriessen laat in Letter from Cathy en zijn analyse daarvan ook zien dat hij in een nog veel langere traditie staat dan die van de twintigste-eeuwse muziek. Over het moment waarop de zangstem van Zavalloni zal gaan inzetten met ‘Dear Louis’, zegt hij: ‘Er begint ook een lied, dat wil zeggen: er komt orde in het ritme van de begeleiding. Die techniek vind je al vanaf Mozart… Via Schubert en Wolff is het later terechtgekomen bij Burt Bacharach, Gershwin, Cole Porter en de Beatles. De pianopartij suggereert een regelmatig ritme: nu is het lied begonnen.’


Louis Andriessen, Het verhaal van Letter from Cathy. Over muziek en vertelkunst. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de Scheppende kunsten, op 26 februari 2008, 16.00 uur, Scheltema Complex, Leiden. Het stuk Letter from Cathy van Louis Andriessen werd bij de oratie uitgevoerd door Cristina Zavalloni en het ensemble Nieuw Amsterdams Peil: Gerard Bouwhuis, piano, Heleen Hulst, viool, Godelieve Schrama, harp, Peppie Wiersma, slagwerk en Quirijn van Regteren Altena, contrabas.

Verkrijgbaar bij de Faculteit der Kunsten (secretariaat@kunsten.leidenuniv.nl) voor € 22,50 + verzendkosten: de tekst van de oratie in boekvorm,  in de serie Kunst & Wetenschap van de Faculteit der Kunsten (ISBN 978 90 775 41043; 24 pp.) met zakpartituur (16 pp.) en cd;. De cd bevat een live opname van Letter from Cathy uit maart 2007 door Cristina Zavalloni en het Boston Modern Orchestra Project.

Woensdag 27 februari besteedt het radioprogramma Viertakt (radio 4, 16-18 uur) in het tweede uur aandacht aan de oratie van Andriessen.

(26 februari 2008/HP)