Dirk van Delft wil collecties verrijken door samenwerking


Prof.dr. Dirk van Delft: 'Ik heb de ambitie om het museum wetenschapshistorisch sterker te profileren.'
Dr. Dirk van Delft, directeur van Museum Boerhaave is per 15 februari benoemd tot hoogleraar Materieel erfgoed van de Natuurwetenschappen. Van Delft wil de rijke collecties van het museum integreren in het onderzoek en onderwijs aan de universiteit.

Ambitie
Van Delfts leerstoel is een bijzondere leerstoel die is ingesteld door het Rijksmuseum voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen en van de geneeskunde, kortweg Museum Boerhaave. 'De collectie is de ruggengraat van het museum', vertelt Van Delft. 'In het museum willen we de collectie beheren, onderhouden, restaureren en uiteraard aan het publiek laten zien. Maar we willen ook wetenschappelijk onderzoek doen naar en met de collectie, want daar wordt die rijker van. Als je de context van de objecten kent, dan verrijkt dat de collectie als geheel. Ik heb de ambitie om het museum wetenschapshistorisch sterker te profileren.'

Dirk van Delft
Studeerde van 1969 tot 1974 wis- en natuurkunde in Leiden en vervolgens van 1975 tot 1977 psychologie. In 2005 promoveerde hij op het proefschrift Heike Kamerlingh Onnes: een biografie. Van 1977 tot 1994 was hij leraar natuurkunde aan het College Leeuwenhorst in Noordwijkerhout.

Van 1994 tot 2006 was Van Delft redacteur wetenschappen van NRC Handelsblad, en van 1996 tot 2005 chef van die redactie. In 2002 was hij Journalist in Residence bij het NIAS in Wassenaar. Sinds 2005 is hij universitair hoofddocent Wetenschapsgeschiedenis bij de Sterrewacht en sinds 2006 directeur van Museum Boerhaave.

Van Delft heeft vele wetenschappelijke en populair wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. In 2005 kreeg hij hiervoor de NWO-Eurekaprijs voor het populariseren van wetenschap.

Historische band
Het museum vervult uitdrukkelijk niet de rol van wetenschapsmuseum van de Universiteit Leiden, maar door de instelling van de bijzondere leerstoel zullen de banden tussen museum en universiteit wel strakker worden aangehaald. Er is natuurlijk ook een sterke historische band. Aan de basis van de oprichting in 1928 door Claude Crommelin (1878-1965) en Cornelis van der Klaauw (1893-1972), stonden de collecties van het Leids fysisch kabinet en de Leidse Nobelprijswinnaars Kamerlingh Onnes en Einthoven. Van Delft: 'Crommelin had altijd de ambitie er een nationaal museum van te maken. Hij heeft her en der objecten verzameld. Boerhaave moet een nationaal museum blijven, want dat is zijn functie.'

Archieven
Wetenschapsgeschiedenis is de afgelopen decennia geëvolueerd van ideeëngeschiedenis naar onderzoek van het wetenschappelijk bedrijf in zijn brede cultuurhistorische context. Daartoe zijn archieven onontbeerlijk. Ook onderzoek aan de echte instrumenten, variërend van de gebruikte materialen in een snaargalvanometer tot de beschilderingen van een 17de-eeuwse microscoop, staat steeds meer in de belangstelling. Daarvan getuigt ook de sinds enige tijd actieve interdisciplinaire landelijke werkgroep Materiële cultuur van wetenschap, die in Leiden zijn basis heeft. Als voorbeeld uit het verleden noemt Van Delft onderzoek aan de lenzen van Huygens. 'De vraag was wat de prestaties op wetenschappelijk gebied van die lenzen geweest zijn. Hoe goed waren ze? Met moderne technieken zoals laser is daar onderzoek naar gedaan, om te zien welke afwijking ze hadden. Op deze manier ben je binnen je museum echt in een historische context bezig met de objecten.'


Het slingeruurwerk van Huygens, gebouwd door de instrumentmaker Salomon Coster in 1657.

Slingeruurwerk
Een recent voorbeeld is het bouwen van een replica van het eerste slingeruurwerk van Huygens, de beroemde Costerklok, genoemd naar de instrumentmaker die hem in 1657 bouwde. Bij de aflevering in 2007 van de Huygenssupercomputer die IBM voor het nationale rekencentrum SARA heeft gebouwd, wilde het bedrijf een replica van die klok cadeau doen aan de opdrachtgever. Van Delft: 'Bij het onderzoeken en nabouwen hebben onze restauratoren allerlei interessante kennis opgedaan over de problemen waar de oorspronkelijke bouwer van de klok, Salomon Coster, tegenaan gelopen moet zijn. Zo'n project verschaft je dus een dieper inzicht in de materie.

Deze video toont een replica van het slingeruurwerk van Huygens.

Hands on
Het onderwijs op het gebied van de materiële cultuur van natuurwetenschap biedt aantrekkelijke mogelijkheden. Museum Boerhaave stelt groepjes studenten in staat om hands on met de wetenschapsgeschiedenis aan de gang te gaan, op zaal in het museum, maar meer nog in het depot. Dat is interessant voor aankomende fysici, chemici, biologen, wiskundigen, astronomen en medici, maar niet minder voor studenten kunstgeschiedenis. Van Delft zal dan ook niet alleen zijn diensten aanbieden aan de faculteiten Wiskunde en Natuurwetenschappen en Geneeskunde, maar ook een rol vervullen binnen het Pallas Instituut voor kunsthistorische en letterkundige studies en het Scaliger Instituut voor onderzoek en onderwijs aan bijzondere collecties uit de universiteitsbiblio­theek.

Samenwerking tussen alfa's en bèta's
Als mooi voorbeeld van de mogelijkheden tot vruchtbare samenwerking tussen alfa's en bèta's noemt van Delft de zonnewijzers van het Whipple Museum in Cambridge. De zonnewijzers hadden vaak in het Latijn gegraveerde teksten. Een samenwerkingsproject, de Latin Therapy Group, bracht twee werelden samen: die van Latinisten en paleografen, en die van instrumenthistorici.. Gezamenlijk keken beide groepen naar enkele specifieke zonnewijzers en begeleidende teksten en kwamen tot interpretaties die veel interessanter waren dan waar de instrumenthistorici alleen op gekomen waren.'

Circulation of knowledge
Er staat al veel op stapel. Van Delft: 'Museum Boerhaave wil graag participeren in het project Engines of Knowledge dat de historische ontwikkeling van het instrumentmakersvak tot onderwerp heeft. Er wordt gekeken naar waar de instrumentmakers in Nederland zaten, hoe de internationale contacten verliepen, wat ze verder nog maakten enzovoort. Het past naadloos in het overkoepelende thema waarmee de Nederlandse wetenschapsgeschiedenis zich de laatste jaren is gaan profileren: Circulation of knowledge.Verder willen universiteit, LUMC, Naturalis, Hortus Botanicus en Museum Boerhaave de handen ineen slaan om de wetenschappelijke archieven en bijzondere collecties die Leiden in huis heeft centraal te inventariseren en te beschrijven. Verstopt in dozen, vergeten in een of andere laboratoriumkast, zit soms prachtig materiaal dat het verdient aan de vergetelheid te worden ontrukt.'

Zorgen voor de archieven
Op de Leidse Sterrewacht, waar Van Delft een 0,2 aanstelling heeft, start dit jaar het project Zorgen voor de archieven. Met steun van Campagne voor Leiden en het Gratamafonds worden archieven van beroemde sterrenkundigen als Kaiser en De Sitter geïnventariseerd, geconserveerd en wordt er wetenschapshistorisch onderzoek aan gedaan. Bij dit project is Teylerhoogleraar Frans van Lunteren, ook ondergebracht op de Sterrewacht, nauw betrokken. Van Delft: 'Van coryfeeën als Kamerlingh Onnes ligt een deel van het archief in het Huygenslaboratorium, terwijl ook Museum Boerhaave belangrijk materiaal bezit, inclusief instrumenten en apparaten. Het zou prachtig zijn als dat alles in één digitale inventaris bijeen kwam.'

Twee evenementen
Later dit jaar volgen al twee evenementen waarin universiteit en museum samenwerken. Het eerste is op 10 juni, de tweehonderdste geboortedag van Frederik Kaiser (1808-1872). De Leidse Sterrewacht en Museum Boerhaave organiseren die dag gezamenlijk een symposium. In augustus volgt in het Lorentz Center een internationale workshop Artificial Cold and International Cooperation in Science met als aanleiding honderd jaar vloeibaar helium.

Link
Museum Boerhaave

 

(19 februari 2008/SH)