Hoe kunnen oorlogsslachtoffers hun recht halen?


Prof.dr. Liesbeth Zegveld: 'Vrouwen en kinderen zijn vaak degenen die overblijven na afloop. Zij zijn het die de verzoeken om genoegdoening doen.'
Prof.dr. Liesbeth Zegveld vertegenwoordigde als advocaat slachtoffers van Srebrenica en buigt zich nu over juridische stappen tegen de Nederlandse staat op verzoek van burgerslachtoffers van luchtaanvallen in Uruzgan. Als hoogleraar wil ze de procedures van rechtsherstel voor oorlogsslachtoffers fundamenteel doordenken. Vrijdag houdt Zegveld haar oratie.

Vrouwen en kinderen
Zegveld, als advocaat internationaal recht en mensenrechtenzaken verbonden aan het Amsterdamse kantoor Böhler Franken Koppe Wijngaarden, bekleedt sinds 1 september 2006 de Gieskes leerstoel in internationaal humanitair recht, een leerstoel voor vijf jaar. Haar onderzoek richt zich in het bijzonder op de positie van vrouwen en kinderen in gewapend conflict.

Geneefse Conventies
Burgers zijn in oorlogstijd meestal het kind van de rekening. Maar ook als het gaat om rechtsherstel voor oorlogsslachtoffers na een gewapend conflict, blijkt hun positie bijzonder zwak. Dat zit hem niet in het recht zelf, maar in de mogelijkheden het toe te passen, aldus Zegveld. 'Er is wel recht, bijvoorbeeld in de vorm van de Geneefse Conventies en de bijbehorende protocollen, maar de discrepantie zit hem in de hoeveelheid regels, en vooral de implementatie daarvan.' Haar onderzoek, en 

Oratie prof.dr. Liesbeth Zegveld

Titel: Rechtsmiddelen voor slachtoffers van schendingen van het internationaal humanitair recht.

Vakgebied: Internationaal humanitair recht, in het bijzonder de positie van vrouwen en kinderen ten tijde van gewapend conflict

Oratietekst

Vrijdag 22 februari 2008, 16.00 uur
Academiegebouw, Rapenburg 73 te Leiden

dat van haar promovendus Helen Hamzei, is er dan ook op gericht juist die procedures, de zogenoemde rechtsmiddelen, onder de loep te nemen. Hoe kan het recht zo worden geïnterpreteerd en toegepast, dat individuele oorlogsslachtoffers er iets aan hebben? Om schadevergoeding te krijgen, of om simpelweg te weten te komen wat er precies is gebeurd. Ondanks het feit dat de slachtoffers met zeer velen zijn, en ondanks dat het in oorlogssituaties zo goed als onmogelijk is om de feiten boven water te krijgen.

Afghaanse burgerslachtoffers
Noem een brandhaard, en Zegveld had of heeft er als advocaat mee te maken. Ze maakte naam met een groot aantal juridisch ingewikkelde, emotioneel zware, en politiek gevoelige zaken. Zo vertegenwoordigde ze de vrouwen van Srebrenica tegen de Nederlandse Staat, en de slachtoffers van gifaanvallen van Saddam Hussein in de zaak tegen de zakenman Van Anraat, die in de jaren '80 grondstoffen voor chemische wapens verkocht aan Irak. Op het moment buigt ze zich over de mogelijkheid juridische stappen te ondernemen tegen de Nederlandse staat op verzoek van Afghaanse burgerslachtoffers van luchtaanvallen die gericht waren tegen de Taliban. Ze onderzoekt of sprake was van schending van het oorlogsrecht, overweegt het indienen van schadeclaims en vindt dat de nabestaanden in elk geval het recht hebben de feiten te kennen.

Curriculum vitae Liesbeth Zegveld

Liesbeth Zegveld (1970) studeerde rechten in Utrecht. Ze promoveerde in 2000 cum laude op het proefschrift Armed opposition groups in international law: the quest for accountability. Hiervoor ontving ze de Nederlandse Mensenrechtenprijs 2000, de J.C. Baakprijs 2002 en de Moddermanprijs 2005. Zegveld werd in 2000 in Amsterdam beëdigd als advocaat. In 2005 werd zij partner bij Böhler Franken Koppe Wijngaarden, in de sectie internationaal recht en mensenrechten. Daarnaast heeft zij veel gepubliceerd over onderwerpen op het gebied van het internationaal (humanitair) recht. Zij is voorts als gastdocent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en lid van het Committee for Compensation for War Victims van de International Law Association. Sinds september 2006 is zij hoogleraar Internationaal Humanitair Recht, in het bijzonder de Rechten van Vrouwen en Kinderen aan de Universiteit Leiden.

Veranderingen in het recht
'Het is goed om het recht van twee kanten te benaderen', zegt Zegveld over de combinatie van advocaat en hoogleraar. 'Als advocaat zit je veel meer op de feiten. Je wilt weten wat er precies gebeurd is, en je hebt ook veel meer te maken met de persoon achter het verhaal. Maar omdat het recht natuurlijk niet is gemaakt voor de specifieke zaak waar jij mee bezig bent, stuit je op algemene problemen die wetenschappelijk gezien interessant zijn. Die kunnen leiden tot discussie, en tot veranderingen in het recht.'

Verjaringstermijn
Een voorbeeld: in haar oratie zal Zegveld pleiten voor onderzoek naar mogelijke verlenging van de verjaringstermijn van civiele vorderingen in Nederland. 'Die is nu vijf jaar. Maar omdat het voor oorlogsslachtoffers en hun advocaten extreem moeilijk is om de feiten te achterhalen, is dat veel te kort. Officiële onderzoekscommissies hebben er al meer tijd voor nodig. Bovendien verjaren oorlogsmisdrijven zelf ook niet. Waarom de vraag om schadeloosstelling dan wel?'

Overblijvers
Vrouwen en kinderen nemen onder de oorlogsslachtoffers een bijzondere positie in. Zegveld is daarom blij met haar leeropdracht. 'Het recht voorziet sowieso mager in rechtsmiddelen, en voor deze groepen helemaal. Afgezien van de specifieke schendingen als verkrachtingen, en de problematiek van kindsoldaten, zijn vrouwen en kinderen vaak degenen die overblijven na afloop. Zij zijn het die de verzoeken om genoegdoening doen. Voor kinderen is daarbij het vraagstuk van verjaring relevant. Je kunt als kind je vader verloren hebben, en als volwassene om rechtsherstel willen vragen.'

Gieskes Fonds
Het Gieskes Fonds is opgericht door de heer H.L.J.M. Gieskes en mevrouw D.N. Gieskes-Strijbis opgericht. Zij financieren voor vijf jaar een parttime leerstoel met de leeropdracht 'Internationaal humanitair recht, in het bijzonder de bescherming van vrouwen en kinderen ten tijde van gewapend conflict'. De leerstoel wordt beheerd door het Leids Universiteitsfonds en het Grotius Centre for International Legal Studies. Bij de leerstoel hoort ook een promotieplaats, die ingevuld wordt door Helen Hamzei. Zij doet onderzoek naar de status van kinderen.  

Mensenrechten
Zegveld bestudeert niet alleen het internationaal humanitair recht, ook wel oorlogsrecht genoemd, maar vergelijkt de werking daarvan ook met die van mensenrechtenhoven. 'De mensenrechten zijn veel doorzichtiger dan het oorlogsrecht. Mensenrechtenhoven zoals het EHRM en het Amerikaanse mensenrechtenhof zijn heel belangrijk in dit soort zaken. In de zaken voor het Europese hof over Tsjetsjenië is het oorlogsrecht er niet eens aan te pas gekomen.' De nationale rechtbanken zijn voor civiele zaken bovendien minstens even belangrijk als de internationale. 'In niet-strafrechtelijke zin is er eigenlijk geen instantie, behalve de Nederlandse rechtbanken.' Dat is belangrijk, want vragen om schadeloosstelling zijn civiele, en geen strafrechtelijke procedures.

(19 februari 2008/HP)