In het voetspoor van de pest


Pieter van Woensel

Pieter van Woensel bezocht aan het eind van de achttiende eeuw het Ottomaanse Rijk op zoek naar het geneesmiddel tegen de pest. Hij was een eigenzinnige geest die een beeld van Turkije schetste dat tegen de heersende opvattingen indruiste. René Bakker promoveert 13 februari op de biografie die hij van Van Woensel schreef.

Montesquieu
'Het Ottomaanse Rijk moet voor Van Woensel een enorme ervaring geweest zijn', vertelt Bakker. 'Hij ging er naartoe om de pest te bestuderen. Het Ottomaanse Rijk was in die tijd een permanente pesthaard, waar over die ziekte kennis kon worden vergaard die elders moeilijk te verkrijgen was. De ontvangst daar is hem alleszins meegevallen. De stemming was namelijk erg anti-Turks toen; zoals onder anderen Montesquieu het zag, was het Ottomaanse Rijk een despotische staat met verworden mensen, waarin ook de medische klimaattheorie een rol speelde.' De klimaattheorie is nauw verweven met een Eurocentrisch, racistisch wereldbeeld. Bij extreem lage of hoge temperaturen zouden de zenuwuiteinden in de huid beschadigd raken met alle nadelige gevolgen van dien. Bakker: 'Volgens de klimaattheorie kon je maar beter hier, in Europa, in een gematigd klimaat wonen.'

Statenkunde
Ten behoeve van zijn onderzoekingen aan de pest deed Van Woensel al enkele jaren onderzoek aan de pokken in Sint-Petersburg, waar hij experimenteerde met inentingsmethoden met onder andere kwik. Zijn pokkenonderzoek werd echter achterhaald door de vaccinatiemethode met koepokken van Edward Jenner. Zijn medische belangstelling en onderzoekingsdrang leverde hem wel een positie op als marinearts in de Republiek. In Sint-Petersburg maakte hij ook kennis met een nieuwe tak van wetenschap afkomstig uit Göttingen, de Statistik of Statenkunde. Zijn reisbevindingen in Rusland en Turkije legde Van Woensel neer in een aantal boeken die op de statenkundige leest geschoeid waren. Het belangrijkste daarvan is Aanteekeningen, gehouden op eene reize door Turkijen, Natoliën, de Krim en Rusland, in de jaaren 1784-89.


Kaart van de Bosporus. Illustratie uit Aanteekeningen van Pieter van Woensel

Despotisme
Van Woensel keerde zich in Aanteekeningen tegen de opvatting dat de Turken barbaren waren wier land gekenmerkt werd door wetteloosheid, de afwezigheid van privébezit en een bestuur op basis van willekeur. Volgens hem werd het publiek volledig misleid waar het ging om het politieke karakter van de Ottomaanse staat, zoals Montesquieu dat zag. Van Woensel betoogde dat de sultans in de achttiende eeuw waren gedegradeerd tot willoze wezens, die in de pas liepen van de dienaren van de religieuze wet. Bij de inhuldiging zwoer een sultan immers de instellingen, gebruiken, plechtigheden en de wetten van de islam te eerbiedigen. Hij wees erop dat een despoot aan wie de godsdienst paal en perk stelde geen willekeurig heerser kon zijn. Het was de koran die de sultan in zijn macht beperkte.


Gezicht op Constantinopel (Istanbul). Illustratie uit Aanteekeningen van Pieter van Woensel

Turquerie
In zijn opvattingen stond Van Woensel niet helemaal alleen, volgens Bakker. Maar ze verschillen wel wezenlijk van de belangstelling die bijvoorbeeld spreekt uit een opera als Die Entführung aus dem Serail van Wolfgang Amadeus Mozart die op dit moment weer in Nederland opgevoerd wordt, en talloze andere toneelstukken uit die tijd. In die stukken staat voornamelijk de interesse voor het exotische centraal, de zogenoemde Turquerie. In zijn opvattingen staat Van Woensel ook lijnrecht tegenover die van de gezaghebbende François baron de Tott die het Ottomaanse Rijk goed van binnenuit kende en die ook de taal sprak. Bakker: 'De Tott was uitermate negatief over de Turken. Het verhaal over de Oosterse despotie haalt Van Woensel onderuit en dat vind ik mooi werk.' In plaats van het Ottomaanse Rijk betichtte Van Woensel juist het Russische Rijk van despotisme, onder andere vanwege de etnische zuiveringen van de op de Ottomanen veroverde Krim.

Onmatig alcoholgebruik
Het onafhankelijke, of eventueel tegendraadse, zat vermoedelijk wel in Van Woensels wezen ingebouwd. Als zestienjarige werd hij van het remonstrantse seminarium in Amsterdam weggestuurd wegens onmatig alcoholgebruik, een overmaat aan aandacht voor het vrouwelijk geslacht en gebrek aan ijver. Vervolgens studeerde hij medicijnen in Leiden en bleef hij zijn hele leven ongetrouwd. Volgens Bakker is zijn boek Aanteekeningen ook in een ander opzicht opmerkelijk. Door de gehanteerde vorm, met veelvuldig gebruik van uitgebreide verklarende voetnoten die aparte verhalen vormen binnen de lopende tekst, is het te beschouwen als een voorloper van de database met hyperlinks.

René Bakker, Reizen en de kunst van schrijven
Promotie 13 februari, 16.15 uur in de Lokhorstkerk
Promotor: prof.dr. M.E.H.N. Mout

(12 februari 2008/SH)