Babylab taalverwerving wordt geopend


Baby Milan met zijn vader, en onderzoeker Marijn van 't Veer (l.)

Baby's leren verbazingwekkend snel praten. In het Babylab taalverwerving wordt onderzocht wat baby's en peuters al begrijpen, wat ze kunnen zeggen, en wat de relatie daartussen is. Vrijdag 1 februari wordt het lab officieel geopend, met een gastlezing van 'moeder van de babylabs' prof.dr. Anne Cutler van het Nijmeegse Max Planck Instituut.

Grip op de wereld
Het Babylab taalverwerving, waar sinds december al achttien baby's zijn getest, is een onderdeel van het Babylab van de Universiteit Leiden, dat gevestigd is in de faculteit Sociale Wetenschappen. Cognitief psychologen en taalkundigen onderzoeken daar hoe baby's mentaal grip krijgen op de wereld om hen heen. De onderzoekers komen uit verschillende faculteiten, en werken samen in het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC).

Knuffeldier
Wat gebeurt er in het Babylab? Een voorbeeld: in een geluiddichte ruimte kijkt een baby, zittend op de schoot van - meestal - een van de ouders, naar een groot scherm waarop een object wordt getoond. Een tamelijk ongedefinieerd kleurig knuffeldier bijvoorbeeld. Tegelijkertijd klinkt een stem die het object benoemt met een fictief woord, bijvoorbeeld


Op het videoscherm verschijnt een paa.
paa. In de ruimte ernaast volgt een onderzoeker de baby nauwgezet op een computerscherm, terwijl subtiele apparatuur registreert hoe lang die de aandacht op zijn eigen scherm houdt. Als de naam niet meer interessant is, en er kennelijk 'in zit', wordt de uitspraak ervan gewijzigd. Er wordt bijvoorbeeld een medeklinker toegevoegd aan het slot van het woord. Opnieuw wordt geregistreerd of en hoe lang de baby aandacht heeft voor het nieuwe. Bij dit soort experimenten gaat het erom meer te weten te komen over de perceptie van taal. Wat horen kinderen, en wat herkennen ze al? Kennen ze bijvoorbeeld de juiste uitspraak van woorden die ze zelf nog niet kunnen uitspreken? In andere experimenten gaat het om de productie van taal. Dan is het de bedoeling dat de baby's of peuters de objecten zelf benoemen.

Babyfouten
Er zijn nu drie grote onderzoeksprojecten waarin het Babylab voor taalverwerving een rol krijgt, vertelt dr. Claartje Levelt, die het taalonderzoek in het Babylab leidt.
Ten eerste haar eigen Vidi-project. Samen met aio Margarita Gulian doet Levelt onderzoek naar de ontwikkeling van het taalproductieproces bij baby's en peuters. Om taal te produceren moet een baby drie dingen in huis hebben: kennis, de regels om van klanken woorden te maken, en de motorische vaardigheden om die regels toe te passen. Levelt kijkt naar al die drie niveaus, en probeert te achterhalen waar de oorsprong ligt van typische 'babyfouten' in de uitspraak van woorden. Kent een baby het woord nog niet? Hoort hij zichzelf wel goed? Worden alle uitspraakprocedures in de hersens die bij volwassenen bekend zijn al in acht genomen? Of kan de baby bepaalde klanken misschien motorisch nog niet aan? Zo wil Levelt een taalproductiemodel voor babytaal ontwikkelen, analoog aan het model dat al eerder voor volwassenen is bedacht.


Biologen en taalkundigen vergelijken babytaal en vogelzang
Vogeltjes
In het tweede project vergelijkt Levelt samen met gedragsbioloog prof.dr. Carel ten Cate en aio Sita ter Haar de ontwikkeling van taal bij baby's met de ontwikkeling van zang bij zebravinken. Levelt: 'We vergelijken het hele proces, tot het moment dat er betekenis bij komt kijken. We kijken bijvoorbeeld naar de gevoeligheid voor bepaalde fonologische structuren, of voor frequenties in de taal of zang.' De zebravinken worden overigens niet onderzocht in het Babylab. Dat gebeurt gewoon bij biologie.

Klanken
Hoe verwerven baby's de inventaris van klanken in hun hersens, waarmee ze woorden gaan opbouwen en contrasteren. Dat is de vraag die aio Marijn van 't Veer wil beantwoorden, en waarvoor hij baby's gaat testen in het Babylab. Baby's moeten per slot alle klanken leren kennen die bij hun eigen taal horen, en die vervolgens ook nog eens gaan produceren. Dit nieuwe onderzoek is een gezamenlijk project van Levelt, hoogleraar fonologische microvariatie prof.dr. Marc van Oostendorp, en dr. Ineke van der Meulen.

KNO
Het Babylab taalverwerving gaat ook samenwerken met de afdeling Keel- Neus- en Oorheelkunde van het LUMC. Het doel is zicht te krijgen op de taalontwikkeling van kinderen met een schisis, een cochleair implantaat (een elektrische prothese in het binnenoor) of een Specific Language Impairment (een taalontwikkelingsstoornis zonder direct aanwijsbare oorzaak). Deze kinderen hebben allemaal in meer of mindere mate moeite met de taalontwikkeling.

Openingslezing Babylab taalverwerving
Vrijdag 1 februari 2008 16.00 uur
Prof.dr. Anne Cutler

Faculteit Sociale Wetenschappen
Wassenaarsweg 52, Leiden
Zaal SB45

Informatie: c.c.levelt@let.leidenuniv.nl

Anne Cutler (1945) is een van de wetenschappelijke directeuren van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, en hoogleraar vergelijkende taalpsychologie aan de Radboud Universiteit. Ze is verbonden aan het NICI (Nijmegen Institute for Cognition and Information) en lid van de KNAW.

In 1999 kreeg Cutler de Spinozaprijs. Daarvan bouwde ze het Baby Research Center op, waar zowel gedragsonderzoek als EEG-onderzoek naar de spraakperceptie van jonge baby's gedaan wordt. 

Anne Cutler ontdekte met haar onderzoeksgroep onder meer dat kinderen al met acht maanden woorden uit continue spraak kunnen segmenteren. In haar onderzoeksproject Phonological learning for speech perception wordt, naast de taalperceptie in een tweede taal, de ontwikkeling van perceptie van de moedertaal bestudeerd. Deze onderzoekslijn is ontstaan uit verwondering over het feit dat jonge baby's al zoveel kennis over hun moedertaal opdoen zonder zelf een woord te produceren, en zonder expliciete feedback uit de omgeving. Het project gaat uitmonden in een boek: Native Listening.

(29 januari 2008/HP)