Hoe de kerkvaders het Oude Testament annexeerden


Dr. Hagit Amirav: 'De joodse Bijbel was de enige externe bron waaraan het christendom autoriteit kon ontlenen. Anders zou het iets volkomen nieuws zijn geweest, en dat was niet echt een aanbeveling in die tijd.'
De christelijke kerkvaders gebruikten de uitleg van het Oude Testament om de plaats van het christendom te bepalen in het religieuze en intellectuele krachtenveld van hun tijd. Dr. Hagit Amirav won een Starting Grant van de European Research Council om dit proces te onderzoeken.

Bijbeluitleg
De gouden tijd van de kerkvaders, zo worden de derde tot de vijfde eeuw van de christelijke jaartelling genoemd. Het was de tijd dat het christendom als religie en als geloofsleer gevormd werd. Het was ook de tijd van een enorme tekstproductie, waarbinnen de exegese van het Oude Testament een prominente plaats innam. Dr. Hagit Amirav doet onderzoek naar deze activiteit: 'Waarom deden ze zoveel aan Bijbeluitleg? En waarom werd er zo ontzettend veel energie gestoken in de vraag of het Oude Testament moest worden geïncorporeerd in de christelijke Bijbel?'

Europese Onderzoeksruimte
Amirav, classicus en oud-historicus, is opgeleid in Tel Aviv, Toronto en Oxford, waar ze promoveerde bij de fameuze Professor Dame Averil Cameron. Drie postdoc-posities en flink wat wetenschappelijke prijzen later komt ze naar de faculteit der Godsdienstwetenschappen in Leiden. 

European Research Council

De European Research Council (ERC) bestaat in februari een jaar. De belangrijkste doelstelling ervan is het financieren van onderzoek dat is geëntameerd door toponderzoekers die tussen de twee en negen jaar geleden zijn gepromoveerd en in Europa werken of erheen komen. De Starting Grants, waarvan er in december 300 zijn toegekend, verspreid over 21 landen, geven onderzoekers de kans zich als zelfstandig onderzoeksleider te vestigen. De grants zijn voor vijf jaar. Voor deze eerste ronde werden meer dan 9000 aanvragen ingediend.

Website European Research Council

Professionele ondersteuning
Veel Leidse onderzoekers dienen subsidieaanvragen in bij de Europese Unie, niet alleen bij de European Research Council, maar ook in het kader van Marie Curie grants en van de vele andere Europese onderzoekprogramma's. LURIS, het universitaire steunpunt voor kennisvalorisatie, juridische ondersteuning en Europese zaken van de universiteit, biedt onderzoekers daarbij professionele ondersteuning aan.

Website LURIS

Met een prestigieuze Starting Grant van de European Research Council, begin 2007 opgericht als stap naar een Europese Onderzoeksruimte, gaat ze een eigen onderzoeksgroep opzetten. Ze verheugt zich op het werken in de faculteit. 'Het is een sterke groep, en ik heb heel veel steun van de hoogleraar Nieuwe Testament, Jürgen Zangenberg.' Leiden heeft bovendien een sterke traditie op het gebied van de vroege en oosterse kerkgeschiedenis, zoals ook blijkt uit de aanstelling van haar echtgenoot Bas ter Haar Romeny als hoogleraar Oude Testament in de oosters-christelijke tradities.

Heidense intellectuelen
De exegetische teksten van de kerkvaders bekijkt Amirav met de blik van een historicus, en gewapend met een flinke voorraad antropologische literatuur over culturele toe-eigening, afbakening van grenzen tussen groepen, en identiteitsvorming. Amirav: 'Historici voelen zich niet zo snel aangetrokken tot exegetische teksten. Maar ze zijn heel interessant als je ze analyseert als neerslag van het afbakenen en communiceren van een eigen, alomvattende christelijke identiteit. Dat gebeurde in onderlinge debatten, maar ook in oppositie tegen andere belangrijke spelers in het veld: de joden, en de Hellenistische heidense intellectuelen.'

Allegorisch versus letterlijk
De kerkvaderlijke Bijbelexegese wordt meestal ingedeeld in twee belangrijke scholen: de Alexandrijnse en de Antiocheense. De eerste staat bekend om zijn sterk allegorische uitleg van het Oude Testament, de aanpak van de tweede wordt meestal 'letterlijk' genoemd. 'Maar waarom hadden ze die twee benaderingen?', vraagt Amirav zich af. Ze wil het ontstaan van de beide scholen onderzoeken in het licht van de identiteitsvorming van de christelijke elite.

Wrede God
Steen des aanstoots voor álle kerkvaders was de tweede-eeuwse Marcion, die meende dat het christendom het Oude Testament niet nodig had. Dat was in zijn ogen barbaars en primitief, en de God ervan wreed en wispelturig. Marcion stichtte zijn eigen kerk, en bleef zeer populair tot in de zesde eeuw, maar evenzeer verguisd en verketterd door de andere christenen, die de joodse bijbelboeken wilden behouden. Amirav: 'De joodse Bijbel was de enige externe bron waaraan het christendom autoriteit kon ontlenen. Anders zou het iets volkomen nieuws zijn geweest, en dat was niet echt een aanbeveling in die tijd.'

Origenes
Het Oude Testament moest dus voor het christendom behouden blijven, en worden geïncorporeerd in de eigen canon. 'Maar hoe motiveerden ze dat?' zegt Amirav. 'Dat is de vraag. Ze konden dat wel vinden, maar hoe lieten ze het zien?'. De eerste methode was allegorisering. Hiermee is de naam van de Alexandrijnse denker Origenes uit de eerste helft van de derde eeuw verbonden. Amirav: 'Door vrijwel alles in het Oude Testament allegorisch op te vatten als een verwijzing naar Christus kon Origenes het Oude en Nieuwe Testament als één geheel zien, met één boodschap.' Een bekend voorbeeld is de interpretatie van het Hooglied als tekst over de liefde van Christus voor de kerk, en niet als menselijke liefdespoëzie. Invloedrijke consequentie van die ene boodschap was, dat het christendom, en niet het jodendom moest worden gezien als 'het ware Israel'.

'Tegen de christenen'
Allegorische uitleg leek de oplossing, en de methode is het handelsmerk geworden van de Alexandrijnse school. Maar hij stuitte op veel weerstand. Amirav: 'De allegorische methode leverde het christendom problemen op met de vertegenwoordigers van de heidense Hellenistische cultuur. Dat is een nieuw element dat ik in het onderzoek breng. De heidenen worden door moderne wetenschappers vaak over het hoofd gezien. Maar ze hadden wel degelijk een belangrijke stem. Het was een groep met een sterke intellectuele traditie, die goed tegengas kon bieden. De vierde-eeuwse Porphyrius, die een groot werk schreef met de titel Tegen de christenen, was een belangrijk neoplatoons filosoof.'

Antiocheense school
De Hellenistische intellectuelen protesteerden tegen de christelijke annexatie van hun allegorische methode. Allegorie mocht wel, zo was hun standpunt, maar alleen toegepast op mythen, niet op historische teksten zoals de Bijbel. Amirav: 'Bij de kerkvaders van de Antiocheense school zie je juist dat ze bijna helemaal niet allegoriseren. Dat viel me al op toen ik mijn promotieonderzoek deed naar Chrysostomus, een belangrijk exponent van die school. Wat ik ook zag, was dat de brieven van Paulus bij hem een heel belangrijke rol speelden. Waarom is dat, dacht ik toen. Mijn hypothese is nu, dat het een antwoord was op Marcion, op de Alexandrijnen, én op die kritiek van de heidenen. In plaats van te allegoriseren legden de Antiocheners de nadruk op een morele interpretatie van het Oude Testament. God was in hun optiek niet de wrede en grillige god van Marcion, maar een vaderfiguur, die soms boos is en soms aardig, maar altijd in een soort pedagogische rol bezig is met de mensheid. Ik wil ook laten zien dat Paulus niet alleen voor Chrysostomus zo belangrijk was, maar voor de hele Antiocheense school: de brieven van Paulus vormden een alternatieve brug tussen Oude Testament en Evangelie. Door het Oude Testament te lezen door de bril van Paulus konden ze het weer als een historische tekst zien. Die populariteit van Paulus en de nadruk op morele issues zijn nog nooit echt in samenhang bekeken.'

(8 januari 2008/HP)