Standaardwerk over Leidse hoogleraren geneeskunde
![]() |
Standaardwerk
Wat tien jaar geleden begon als een idee voor een boek over Leidse hoogleraren geneeskunde, te presenteren tijdens de 425ste Dies in 2000, dijde uit tot een standaardwerk van een omvang die tegenwoordig zeldzaam is. Willem Otterspeer, hoogleraar Universiteitsgeschiedenis en de initiatiefnemer tot het boek, zocht contact met Museum Boerhaave en Harm Beukers, hoogleraar Geschiedenis van de geneeskunde. Het oorspronkelijke plan was om van iedere hoogleraar een korte biografische schets te geven. Al snel werd besloten om aan de schets een lijst van promovendi toe te voegen en een bibliografie. Uiteindelijk is nu iedere biografie in principe uitgebreid met zes secties: bibliografie, promovendi, referenties, correspondentie en andere manuscripten, iconografie en objecten.
Caeciliagasthuis
Tim Huisman, (kunst)historicus bij Museum Boerhaave, schreef een inleiding over de academische ziekenhuizen in Leiden tussen 1636 en 2007. In 1636 werd de Universiteit Utrecht opgericht. De opleiding daar kon bogen op het feit dat onderwijs aan het ziekenhuisbed gegeven werd. Om met Utrecht te kunnen concurreren en geen studenten aan die stad te verliezen ging Leiden een stap verder. Nog hetzelfde jaar kreeg Leiden een eigen academische afdeling in het stedelijke Caeciliagasthuis, waarin tegenwoordig Museum Boerhaave gevestigd is. Binnen het gasthuis waren door de medische faculteit een vast aantal bedden op de mannen- en de vrouwenzaal gereserveerd voor ‘interessante’ patiënten. Deze werden gebruikt voor het klinisch onderwijs. In Leiden hoefden de studenten niet samen met de hoogleraar op tournee langs de ziekbedden verspreid over de verschillende ziekenhuizen in de stad, zoals in Utrecht, maar kregen ze onderwijs in de eerste academische ‘kliniek’ van de universiteit.
Dierproeven
‘Onderwijs geven was tot halverwege de negentiende eeuw toch voornamelijk de corebusiness van de geneeskundehoogleraren’, vertelt Huisman. ‘De meeste hoogleraren – en trouwens ook studenten – verrichtten wel onderzoek of deden experimenten, maar dat gebeurde buiten de universitaire gebouwen, bij de hoogleraar aan huis tijdens zogenoemde privatissima. Tijdens dat soort colleges werden onder andere dierproeven uitgevoerd, waarbij het er niet altijd even zachtzinnig aan toeging.’ Op vivisectie bestond toen nog geen taboe.
Meerdere visies
‘Al vrijwel vanaf het begin waren er steeds twee hoogleraren die elkaar bij de praktijkcolleges in het Caeciliagasthuis in semesters afwisselden’, zegt Huisman. Vanaf het einde van de zestiende eeuw was het aantal hoogleraren dat tegelijkertijd doceerde meestal vier. ‘Bij voorkeur werden door het bestuur tegenpolen benoemd: wat meer behoudende docenten tegenover vooruitstrevende. Het voordeel daarvan was dat de studenten in meerdere visies op hun vak werden onderwezen.’ Een goed voorbeeld van twee dergelijke tegenpolen zijn Sylvius en Van der Linden die gedurende zes jaar – van 1658 tot 1664, de dood van Van der Linden – beiden in Leiden colleges gaven. Huisman: ‘Sylvius zag in navolging van Descartes het lichaam als techniek, terwijl Van der Linden de oude Aristoteliaanse leer aanhing.’
Specialisten
Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw veranderde er veel. Het onderscheid tussen de academisch geschoolde – theoretische – medici en de praktische chirurgijns verdween geleidelijk in de negentiende eeuw en dat werd in 1865 bij wet definitief geregeld. Een van de gevolgen van die veranderingen was dat zich verschillende specialismen begonnen te ontwikkelen en met die specialismen groeide de behoefte aan specialisten op die vakgebieden. In 1875 waren er al acht geneeskundehoogleraren en dat aantal is gestadig blijven groeien in de afgelopen eeuw. In 2008 ontvangen ongeveer 130 hoogleraren in dienst bij het LUMC en 26 bijzonder hoogleraren het boek over hun illustere voorgangers uit handen van decaan prof.dr. Eduard Klasen.
Engels
Aan iedere hoogleraar zijn minstens twee bladzijden in het boek gewijd, maar in de meeste gevallen drie of zelfs vier bladzijden. De hoogleraren zijn chronologisch geordend in de volgorde van hun aanstelling aan de Leidse universiteit. Naast een portret – indien voorhanden – staat een korte biografische schets, die wordt gevolgd door een langere biografie en de bovengenoemde zes secties. Van de objecten zijn ook regelmatig afbeeldingen opgenomen. Via een alfabetisch register zijn de hoogleraren op naam op te zoeken. De tekst is geheel in het Engels.
Leiden Medical Professors 1575 – 1940
Uitgegeven bij: Museum Boerhaave/LUMC Leids Universitair Medisch Centrum
Gebonden, formaat: 21 X 26,5 cm, ISBN 90 6292 165 5, € 69,95
(8 januari 2008/SH)

