Drie Vici's en elf Veni's voor Leiden
![]() |
Eigen onderzoeksgroep opbouwen
De Vici-subsidies, bestemd voor excellente, zeer ervaren onderzoekers die met succes een vernieuwende onderzoekslijn hebben ontwikkeld, bedraagt maximaal 1.250.000 euro. Hiermee kan de laureaat in vijf jaar tijd een eigen onderzoeksgroep opbouwen. De wetenschappers behoren tot de top van hun onderzoeksveld. Daarnaast hebben ze bewezen dat ze jonge onderzoekers kunnen coachen. 221 Onderzoekers schreven een beknopte vooraanvraag. Van hen nodigde NWO er 85 uit om hun aanvraag verder uit te werken en deze te komen toelichten voor een beoordelingscommissie. Op basis van internationale en nationale adviezen werden uiteindelijk 30 voorstellen voor honorering geselecteerd. Onder de geselecteerde kandidaten bevinden zich tien vrouwen, dat is 33 procent.
Opvallend en origineel talent
De Veni-subsidie bedraagt maximaal 208.000 euro. Hiermee kan de onderzoeker drie jaar lang onderzoek doen en ideeën ontwikkelen. In totaal schreven 530 onderzoekers een onderzoeksvoorstel. De aanvragen werden beoordeeld door wetenschappers in binnen- en buitenland. De succesvolle kandidaten werden geselecteerd vanwege hun opvallend en origineel talent voor het doen van vernieuwend wetenschappelijk onderzoek, aldus NWO.
Verder maakte NWO bekend dat de Veni-, Vidi- en Vici-subsidies in 2007 positief zijn geëvalueerd. De evaluatie wordt verwerkt in het nieuwe stelsel dat vanaf 2009 ingaat. In 2008 wordt alvast de eigen bijdrage voor onderzoeksinstellingen afgeschaft. Dit jaar draagt elke universiteit nog ruim dertig procent van de subsidie zelf bij.
De drie Leidse Vici's
|
De elf Leidse Veni's Dr. Ilze Bot, Biofarmacie Dr. Bert Botma, Taalwetenschap/Engels Dr. Remco Breuker, Koreanistiek Dr. Elisa Costantini, UvA/UL The interstellar dust seen through the X-rays
Stof is overal in het heelal: van kometen tot aan de verste melkwegstelsels, maar de eigenschappen zijn niet volledig begrepen. Het doel van dit onderzoek is om een globaal beeld te krijgen van de eigenschappen van stof in ons melkwegstelsel.
Dr. Kyra Gelderman, LUMC - Nierziekten Dr. Irena Ivanovska, Natuurkunde Dr. Geert Janssen, Geschiedenis Dr. Simone Joosten, LUMC - Infectieziekten Dr. Alwin Kloekhorst, Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap Dr. Peter Putman, Klinische, Gezondheids en Neuro Psychologie Dr. Marlies Reinders, LUMC - Nierziekten |
![]() |
Praten over water
'Het onderhouden van sociale contacten was ook vanaf de allereerste menselijke gemeenschappen een vereiste om te kunnen overleven. Deze contacten kregen vorm in netwerken waarin mensen, goederen en ideeën over een steeds grotere afstand circuleerden. Vanaf 6000 voor Christus tot aan het begin van de koloniale tijd was de Caribische Zee het toneel van het heen en weer gaan van mensen uit verschillende delen van de Amerika's. In hun kano's gingen de oorspronkelijke indiaanse bewoners op zoek naar nieuwe woongebieden en huwelijkspartners, maar ook naar grondstoffen voor het maken van potten, werktuigen, sieraden en rituele voorwerpen.
Prehistorische Caribische gemeenschappen onderhielden veelvuldige contacten onderling om hetgeen dat buiten hun directe bereik was via uitwisseling te verwerven. Ze zetten handelsnetwerken op om in hun behoeften te voorzien, maar ook om status te verwerven en uit het verlangen naar exotische materialen en producten. Door de tijd heen ontstonden er, zoals elders in de wereld, complexe overzeese netwerken waarin mensen zich verplaatsten, en goederen en ideeën circuleerden.
Archeologisch onderzoek op de Caribische eilanden en langs de kusten van Centraal- en Zuid-Amerika zal licht werpen op de herkomst en verspreiding van voorwerpen van aardewerk, steen en goud door deze te onderwerpen aan vernieuwende onderzoeksmethoden uit de aard- en natuurwetenschappen. Het zo ontstane beeld wordt aangevuld door isotopenonderzoek van menselijke skeletresten dat inzicht geeft in de mobiliteit van deze gemeenschappen. De leef- en ideeënwereld van de Caribische Indianen wordt gedestilleerd uit de geschriften van Columbus en allen die in zijn kielzog volgden.
Dit multi-disciplinaire en pan-Caribische onderzoek levert een beeld op van de articulatie van mobiliteit, uitwisseling en een gedeeld wereldbeeld op een regionale schaal met relevantie voor uitwisselingssystemen in andere werelddelen en in andere tijden.
Dit onderzoek heeft grote maatschappelijke betekenis omdat het bodemarchief waarin de getuigenissen van deze netwerken zijn opgeslagen onder grote druk staat door grootschalige bouwactiviteiten en groeiende toeristenindustrie langs de Caribische kusten en op de Antilliaanse eilanden.'
![]() |
Het oorlogsverleden van de Gouden Eeuw
'De Opstand tegen het Spaanse gezag die in 1566 uitbrak, rukte de Nederlanden uiteen en creëerde twee staten die uiteindelijk zouden uitgroeien tot de koninkrijken Nederland en België. Aan weerszijden van de grens speelden herinneringen aan de Opstand een grote rol in politieke en religieuze debatten. Maar die herinneringen liepen wel sterk uiteen. In de Republiek vergat men graag dat de Opstand een burgeroorlog was geweest, waarin stads- en dorpsgenoten tegenover elkaar hadden gestaan. Veel stedelingen en adellijke families in de Zuidelijke Nederlanden herinnerden zich liever niet dat ze ooit de Opstand hadden gesteund. Dit proces van selectieve herinnering leidde in de zeventiende eeuw tot het ontstaan van twee radicaal tegenovergestelde 'canons' van het verleden, en daarmee tot de ontwikkeling van cultuurverschillen tussen Noord en Zuid die tot vandaag voortduren. Dit project heeft tot doel om in kaart te brengen hoe dit proces in de eerste eeuw na het begin van de Opstand nu eigenlijk verliep. Wie hield de herinneringen levend, en waarom? Wat voor doel dienden de vele herdenkingen, toneelstukken, schilderijen en wonderverhalen waarin het verleden werd opgerakeld? Bleef dat steeds hetzelfde? En wat gebeurde er met de herinneringen van de mensen die het allemaal nog hadden meegemaakt?
Uit onderzoek naar herinneringen aan recente geschiedenis, bijvoorbeeld die aan de Tweede Wereldoorlog, weten we dat de herinneringen van ooggetuigen niet stabiel zijn, maar in de loop van de tijd veranderen. Dat komt niet alleen door het natuurlijke vergeten dat we allemaal uit ervaring kennen, maar ook omdat onze herinnering wordt beïnvloed door de maatschappelijke omgeving waarin we leven. Het idee achter dit project is dat dit ook in de zeventiende eeuw het geval zal zijn geweest. We gaan daarom niet alleen onderzoeken hoe de 'publieke' herinneringen aan de Opstand zich ontwikkelden, maar ook kijken hoe de verhalen die mensen over de Opstand vertelden in de loop van de tijd veranderden. Pas als we beter weten wat er met zulke persoonlijke herinneringen gebeurde, kunnen we laten zien op welke manier individuele burgers zich gingen identificeren met de nieuwe 'nationale' identiteiten die zich in de loop van de zeventiende eeuw in de Lage Landen ontwikkelden.'
![]() |
Van oorzaak naar genezing van type 1 diabetes
Bart Roep wil de overstap maken van symptoombestrijding bij type 1 diabetes - zoals het bekende insulinespuiten - naar de uiteindelijke genezing met celtherapie.
'In de afgelopen tien, twintig jaar is duidelijk geworden hoe type 1 diabetes ontstaat', vertelt Roep. 'Nu kunnen we gaan werken aan het genezen.' Type 1 diabetes ontstaat - in tegenstelling tot de leefstijlziekte type 2 diabetes - door een vergissing van het afweersysteem. Daardoor vernietigt het afweersysteem de insulineproducerende cellen in de eilandjes van Langerhans. 'Ik wil bepaalde cellen van het afweersysteem, die uiteindelijk de rol van afweerdirigent gaan spelen, uit het lichaam van de patiënt halen. Vervolgens gaan we die cellen in het lab kweken in aanwezigheid van bepaalde stoffen: vitamine D3 of dexamethason. De verwachting is dat de cellen na terugplaatsing in het lichaam van de patiënt de verstoorde balans van het afweersysteem kunnen herstellen.' Als de ziekte nog niet gevorderd is en de patiënt nog insulineproducerende cellen overheeft, kunnen die zich na celtherapie gaan vermenigvuldigen en gaat de patiënt zelf weer insuline produceren. Zijn er geen insulineproducerende cellen meer over, dan zou een transplantatie van de eilandjes van Langerhans uitkomst kunnen bieden. Celtherapie moet er dan voor zorgen dat het afweersysteem de nieuwe cellen niet opnieuw vernietigt.
Volgens immunoloog Roep is het LUMC een goede locatie voor zijn onderzoek. 'We hebben vanuit het onderzoek van onder andere prof. dr. Cees Melief en prof. dr. Wim Fibbe veel ervaring op het gebied van celtherapie. Onze partner Sanquin kan daarnaast zorg dragen voor het kweken van de cellen. Ten slotte beschikken we over een grote diabetespoli waar we patiënten kunnen vinden die aan dit onderzoek willen deelnemen.'
(18 december 2007/SH)




