Speuren naar sporen op schelp
![]() Dubbele schelpen, schaal 1:1,5. De slijtsporen zeggen iets over het gebruik. |
Drs. Yvonne Lammers-Keijsers ging terug in de tijd door gebruiksvoorwerpen van schelp na te maken, van de pre-Columbiaanse bevolking. Daarna stelde ze proefondervindelijk vast hoe ze duizend jaar geleden werden gebruikt op
Indianen
In de tweede helft van de jaren negentig werden in Morel en Anse à la Gourde, twee archeologische sites op de Caribische eilandengroep Guadeloupe, opgravingen gedaan waarbij talloze artefacten van onder meer schelp naar boven kwamen. Ze behoorden toe aan Indianen die tussen 400 en 1200 na Christus de eilanden bewoonden.
Uit de opgravingen bleek dat de Indianen gebruiksvoorwerpen van schelpen maakten. Binnen de nog jonge Caribische archeologie was nog nauwelijks studie gedaan naar de functie van deze voorwerpen. Aan Lammers-Keijsers de taak om deze archeologische puzzel op te lossen.
Slijtage
Dat deed ze aan de hand van de gebruikssporenanalyse of functionele analyse, een steeds populairder wordende methode waarbij de slijtagesporen van voorwerpen microscopisch worden onderzocht. 'Tot voor kort werd zo'n analyse alleen toegepast op vuursteen', vertelt de archeoloog, 'maar de laatste tien jaar worden ook andere materialen, zoals been, gewei en koraal onderzocht. Nooit eerder werd een functionele analyse aan schelp uitgevoerd.'
Ze moest het team van onderzoekers, dat enthousiast aan het opgraven was geslagen, wel wijzen op het belang van de sporen. 'Archeologen hebben nogal de neiging om rücksichtslos te schrapen. Daarbij kunnen belangrijke sporen zoals kraslagen verloren gaan. Dat is zonde, want je kunt wel alleen naar de vorm van een voorwerp kijken en zeggen: het lijkt op een rasp, dus het zal wel een rasp zijn geweest. Maar aan de hand van gebruikssporenonderzoek kun je ten eerste zien of zo'n voorwerp überhaupt als rasp gebruikt werd, en ten tweede wat voor soort materialen er mee geraspt werden.'
![]() Yvonne Lammers-Keijsers: 'Archeologen hebben nogal de neiging om rücksichtslos te schrapen. Daarbij kunnen belangrijke sporen zoals kraslagen verloren gaan.' |
Om artefacten die zo oud zijn te kunnen interpreteren, is kijken door een microscoop niet voldoende. Wie goed inzicht wil krijgen in de functie van de voorwerpen, moet ermee experimenteren. Aangezien je niet kunt gaan hakken en stampen met originele artefacten, wordt een experimentele referentiecollectie gemaakt in de vorm van replica's van prehistorische werktuigen.
Hoewel ze geen ervaring had met schelp, lukte het vrij goed om de voorwerpen na te maken. Lammers-Keijsers: 'In het begin braken er nogal wat schelpen, maar al snel kreeg ik er handigheid in. Als kind deed ik al aan experimentele archeologie. Mijn zomervakanties en weekenden gingen op aan de jeugdbond voor geschiedenis, waar ik ook altijd in de weer was met materialen en werktuigen.'
Vervolgens ging ze experimenteren met de zelfgemaakte werktuigen door er vis en planten mee te bewerken. Dat deed ze voornamelijk in het Caribisch gebied zelf, omdat daar de juiste planten en andere materialen voorhanden zijn. De experimenten baseerde ze op etnohistorische en etnografische bronnen over de gebruiken van de Indianen. Die gaven inzicht in de daadwerkelijk uitgevoerde handelingen.
Identiteit
De promovenda trof grofweg twee soorten artefacten aan: ornamentele objecten en werktuigen. De eerste categorie bestond uit kralen, hangers en versieringen. De werktuigen bestonden onder andere uit tweekleppige schelpen en bijlen die werden gebruikt om planten te bewerken, of als vishaak of priem. 'Een opmerkelijk verschil met Europa is dat de voorwerpen niet op een gestandaardiseerde wijze werden vervaardigd. Daaruit kun je opmaken dat het dit volk louter om de functionaliteit ging. Het ontleende geen status of identiteit aan de voorwerpen.'
![]() Vis schubben met een dubbele schelp. |
Flexibel
De werktuigen laten zien dat het dagelijks leven voornamelijk bestond uit het bewerken van plantenvezels, twijgen, bast en hout en veel minder uit het verwerken van dierlijke producten. Dit was ook al gebleken uit etnografisch en historisch materiaal. De Indianen, afkomstig van het vaste land van Amerika, veranderden van vastelandbewoners naar eilandbewoners. Jagen en verzamelen maakte plaats voor visserij en tuinbouw. 'Het was een flexibel volk, en dat vind ik mooi. Ze pasten zich aan aan hun veranderende omgeving, maar hielden tegelijkertijd ook vast aan materialen en gewoonten uit de vastelandcultuur.'
Lammers noemt het bijzonder dat ze haar specialisme, de functionele analyse, kon toepassen op nieuw materiaal. Maar het heeft ook nadelen om een pionier te zijn. 'Ik miste de discussie. Ik praat graag met vakgenoten over mijn werk. Bij een zo jonge wetenschap als de Caribische archeologie is dat soms moeilijk. Maar dat komt wel. Ik ben er van overtuigd dat de Caribische archeologie aan het begin van een grote ontwikkeling staat.'
Yvonne Lammers-Keijsers: Tracing traces from present to past. A functional analysis of pre-Columbian shell and stone artefacts from Anse à la Gourde and Morel,
(4 december 2007/Marl Pluijmen)



