Antidepressiva werken, maar hoe?


Wendelien Merens: 'Hopelijk lukt het in de toekomst om onderzoek te doen naar serotoninemanipulaties bij acuut depressieve mensen.'

'Hoewel antidepressiva op grote schaal worden voorgeschreven, is nog steeds niet bekend hoe ze precies werken', zegt klinisch psycholoog Wendelien Merens. Donderdag 6 december promoveert zij op een onderzoek naar serotoninemanipulaties bij depressieve mensen.

Depressie is een van de meest voorkomende volksziekten, ook in Nederland: naar schatting 850 duizend Nederlanders lijden eraan. Symptomen van de ziekte zijn onder andere een sombere stemming, problemen met slapen en eten en problemen met het geheugen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat serotonine een grote rol speelt bij het ontstaan, het voortbestaan en de behandeling van depressies. Om die reden krijgen depressieve mensen vaak antidepressiva voorgeschreven die het serotonineniveau weer laten stijgen, waardoor bij de meeste patiënten de stemming verbetert en de klachten afnemen.

Serotoninemanipulatie
Merens onderzocht de effecten van serotoninemanipulaties op stemming en cognitief functioneren bij mensen die hersteld of herstellende waren van een depressie. Het onderzoek bestond uit drie verschillende poten: een experiment waarin ze de serotonineactiviteit tijdelijk verhoogde, een experiment waarin ze die activiteit tijdelijk verlaagde en een literatuurstudie.

Dieetinterventie
In het eerste experiment onderzocht Merens de effecten van een dieetinterventie bij gezonde proefpersonen en bij proefpersonen die waren hersteld van een depressie. Het dieet bevatte het eiwit alfa-lactalbumine, dat rijk is aan tryptofaan (de bouwstof voor serotonine). Deze dieetinterventie zette aan tot een tijdelijke stijging van de serotonineactiviteit.

Geheugen
Na toediening van het eiwit nam Merens verschillende soorten testen af om het effect van de verhoogde serotonineactiviteit op stemming, cognitief functioneren en cortisolrespons na een stresstaak te meten. Uit de resultaten bleek dat een verhoogde serotonineactiviteit niet beschermt tegen de effecten van stress op stemming en cortisol. Wel werd een effect op het geheugen gevonden: alfa-lactalbumine verbeterde het abstract visueel geheugen en verstoorde het eenvoudig motorisch functioneren. Deze effecten traden zowel bij de herstelde depressieve patiënten als bij de gezonde controlegroep op.

Drankje
Bij het tweede experiment kregen patiënten die herstellende waren van een depressie en antidepressiva slikten een drankje dat allerlei aminozuren, behalve tryptofaan, bevatte. Deze methode wordt tryptofaandepletie genoemd. In dit experiment werden een hoge en een lage dosis toegediend en net als in het eerste experiment werden de effecten op stemming en cognitief functioneren onderzocht.

Gezichtsherkenning
Zowel de hoge dosis (90 procent) als de lage dosis (58 procent) resulteerde in een sterke daling van tryptofaan. De hoge dosis leidde tot een verstoring van het leervermogen en van geheugen en tevens tot een verslechtering van de stemming. Merens ontdekte dat die stemmingsrespons samenhing met de herkenning van verdrietige gezichten voorafgaand aan de testen. Dat tryptofaandepletie ook effect heeft op gezichtsherkenning bleek tevens uit een verslechtering in het herkennen van angstige gezichten na daling van de serotonineactiviteit.


Patiënten die een hoge dosis tryptofaandepletie hebben gekregen herkennen aanmerkelijk minder angstige gezichten dan patiënten die een lage dosis hebben gekregen. Het verschil is bij 30-40 procent en 70-80 procent intensiteit significant.

Vertraging
De ontdekking van Merens dat stemmingsrespons en gezichtsherkenning samenhangen ondersteunt de hypothese dat mensen die gevoelig zijn voor serotoninemanipulaties niet alleen met hun stemming kunnen reageren, maar ook met veranderingen in emotionele informatieverwerking. Die hypothese biedt een mogelijke verklaring voor de vertraging waarmee antidepressiva in werking treden: er zouden eerst cognitieve veranderingen (op het gebied van emotionele informatieverwerking) moeten plaatsvinden voordat de serotonineactiviteit kan stijgen.

Literatuurstudie
Naast de twee bovenstaande experimenten voerde Merens ook een literatuurstudie uit naar de effecten van serotoninemanipulaties op stemming en de verwerking van emotionele informatie. Met dit onderzoek bracht ze in kaart waar het onderzoek over dit onderwerp tot nu toe staat en wat eventuele vervolgstappen zouden kunnen zijn om de invloed van cognitieve veranderingen op het effect van antidepressiva te kunnen bepalen.

Aanbevelingen
Merens doet op basis van haar literatuurstudie twee belangrijke aanbevelingen om het onderzoek naar de rol van serotonine bij depressies verder te helpen: er moet onderzoek worden gedaan naar de lange termijneffecten van serotoninemanipulaties en er moet onderzoek worden gedaan naar serotoninemanipulaties bij acuut depressieve mensen, stelt Merens. 'Maar dat laatste is heel lastig. We hebben geprobeerd een onderzoek te starten bij depressieve patiënten die beginnen met antidepressiva maar dit is helaas niet van de grond gekomen omdat het erg moeilijk bleek om hiervoor patiënten te vinden. Hopelijk lukt dit in de toekomst alsnog.'

(4 december 2007/Jamie Tio)