Boekbespreking

Ik zou het zo weer doen. Terugblikken op proefschriften uit het tienjarige bestaan van het E.M. Meijers Instituut
Redactie: F.E. Mulder

Ik zou het zo weer doen is de feestbundel naar aanleiding van de tiende verjaardag van het E.M. Meijersinstituut, het onderzoeksinstituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. De bundel bestaat uit bijdragen van voormalige promovendi van wie een boek is verschenen in de Meijersreeks, de eigen reeks van het facultaire onderzoeksinstituut, die betrekking heeft op actuele rechtsgebieden.

Succesverhalen
De toon van de bundel Ik zou het zo weer doen ligt al in zijn aard besloten; hij staat vol succesverhalen. De promovendi die er in staan verkeerden dan ook op drie punten in een gelukkige positie: hun proefschrift kwam tot een goed einde, ze hielden zich bezig met een actueel onderwerp en hun proefschrift werd het waard gevonden opgenomen te worden in de Meijersreeks.

Toch hoogleraar
Het enige minder succesvolle verhaal komt van prof.mr. Rick Lawson, die zijn proefschrift treurig ingehaald zag worden door de werkelijkheid. Hij deed onderzoek naar de relatie tussen de Europese Unie en het EVRM, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat aanvankelijk los stond van de economisch gerichte Europese Unie. Maar er was beweging en hoe zou de Europese Unie het EVRM juridisch omarmen? Beide opties die Lawson onhaalbaar had geacht - toetreding tot het EVRM en een eigen grondrechtencatalogus - werden het, en dat was al duidelijk voor hij zijn proefschrift verdedigde. Het noopte hem tot een post scriptum. Maar Lawson is toch hoogleraar in Leiden geworden, wat toch tot troost moet strekken.

Geen windeieren
De titel van de bundel - Ik zou het zo weer doen - is een citaat van dr.mr. Rogier Raas, gepromoveerd op het Benelux Merkenrecht in relatie tot dat van EU. Wat hij  zegt is representatief voor alle promovendi in het boek: specialisten op een actueel rechtsgebied zijn gewild dus het schrijven van het proefschrift heeft hen geen windeieren gelegd. Voor niemand was het vinden van een baan een probleem. De onderwerpen die in de bundel langs komen zijn onder meer: mensenrechten, merkenrecht, bedrijfsrecht in Japan, culturele factoren in het strafproces, ontslagrecht, forensisch bewijs in het strafrecht, ict en pleegzorg.  

Superactueel
Soms bleek een onderwerp onverwacht súperactueel. Zo werd mr.dr. Lies Punselie na haar proefschrift over uithuisplaatsing van kinderen gebombardeerd tot veelgevraagd deskundige op dit gebied. 'Ik denk dat ik anders in de luwte zou zijn blijven werken', schrijft ze.
Iets vergelijkbaars overkwam prof.mr.dr. Siewert Lindenbergh met zijn proefschrift over smartengeld. Promotor prof.mr. Jac Hijma was niet bijster enthousiast over het onderwerp maar het bleek springlevend; Lindenbergh gaf op verzoek vele lezingen en cursussen over het onderwerp en kreeg verzoeken om advies tot uit de VS.

Niet erg
Aan alle promovendi werd gevraagd of ze in hun huidige beroep nog iets deden met hun proefschrift. Bij de meesten is dat het geval. En de enkeling bij wie het anders blijkt, vindt dat niet erg. Rogier Raas, de man van het citaat dat het tot titel van de bundel bracht, is een van hen. Gepromoveerd op het Benelux Merkenrecht houdt hij zich nu als advocaat en Leids hoogleraar voornamelijk bezig met het bank- en effectenrecht.

Een been in de praktijk
Interessant zijn de wetenschappers die met een been in de praktijk staan. Zoals mr.dr. Steven Hillebrink. Hij werkte al vóór zijn promotie over de zelfbeschikking van de Nederlandse Antillen en Aruba bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie mee aan de realisatie van de nieuwe status van Sint Maarten en de andere Antilliaanse eilanden.
Of dr.mr. Tycho de Graaf, die zijn proefschrift schreef over (ict)exoneraties in contracten en tegelijkertijd als advocaat werkzaam was. Hij werd vraagbaak op zijn onderzoeksgebied.

Weinig gezwoeg
In de bundel wordt weinig gerept over ellendig zwoegen op het proefschrift. Of de auteurs houden dat voor zichzelf. Maar dat is niet waarschijnlijk: de bundel presenteert wetenschappers die het monnikenwerk dat een proefschrift nou eenmaal is, leuk vinden. Velen zijn dan ook wetenschapper geworden of zijn het, naast een andere baan, gebleven.

En natuurlijk is er heimwee. Naar Witte Singel 103, de voormalige locatie van het E.M. Meijersinstituut. Een huiselijk en intiem pand dat weldadig om de promovendi heen viel.

(20 november 2007/CH)