Reünisten '57 starten fonds voor beste scriptie


Vlnr: mr. K. Blekxtoon, lid van het Comité 50 jaar het jaar 1957, prof.mr. P.F van der Heijden, rector magnificus van de Universiteit Leiden, prof.dr. R.B.Andeweg, vicevoorzitter van het Dagelijks Bestuur van het LUF en prof.dr. J.J.Rasker, praeses van het Jaar 1957 van het Leidsche Studenten Corps (LSC).
Een groep reünisten uit 1957 die tevens lid was van het Leids Studenten Corps, heeft 30.000 euro bijeen gebracht in een fonds. Doel is een aantal jaren achtereen 6000 euro uit te reiken voor de beste scriptie van een wisselende faculteit.

Voorbeeld
De reünisten kwamen op zaterdag 20 oktober bijeen in de Lorentzzaal van het Kamerlingh Onnesgebouw voor een feestelijk symposium. Tijdens deze viering werd de oorkonde behorend bij de instelling van het fonds, overhandigd aan rector magnificus prof.mr. Paul van der Heijden en prof.dr Rudy Andeweg, vicevoorzitter van het Leids Universiteits Fonds (LUF) dat het fonds gaat beheren. Het gaat Reünistenfonds Minerva 57 heten. De jury zal jaarlijks bestaan uit een commissie waarin vertegenwoordigd zijn: de universiteit, het LUF en een lid van het Comité 50 jaar het jaar 1957. Rector magnificus Van der Heijden zei te hopen dat het initiatief om een fonds voor de huidige studenten in het leven te roepen tot voorbeeld zal strekken voor andere jaarclubs.

Zwaar stempel


Ongeveer tachtig 57-igers kwamen naar de reünie. Het is duidelijk dat de fusie met de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden (VVSL) in 1957 nog niet had plaatsgevonden.
Het stempel dat deze generatie academici op Nederland heeft
gedrukt, is in enkele sectoren vrij groot, hoewel dat ook in proportie moet worden gezien. De Leidse universiteit, zo meldde Van der Heijden in zijn toespraak, telde in 1957 slechts 4542 studenten - nu 17.630. Dit op destijds 11 miljoen Nederlanders, nu bijna 17 miljoen. De faculteiten Geneeskunde, Wiskunde en natuurwetenschappen en Rechtsgeleerdheid telden de meeste studenten, respectievelijk iets meer of iets minder dan duizend. Uit de corpsleden van 1957 kwamen veel artsen en advocaten voort. Ronald van Beuge, spreker op het symposium en diplomaat, dacht dat de Leidse bijdrage aan de diplomatieke dienst zuinigjes was: hij kende vijf medestudenten uit zijn jaar die ervoor opteerden. Echter, toen hij de beschikking kreeg over harde cijfers bleek dat in de twee parallelklasjes van 1963/1964 tezamen zeventien van de 25 aankomende diplomaten uit Leiden afkomstig waren. Daarvan waren er veertien corpslid. Deze groep heeft tientallen jaren in hoge mate het diplomatieke gezicht van Nederland in de vreemde bepaald.

Willekeur


De reünisten kreeg een boekje mee met de toespraken en foto's uit de corpstijd.
Dat de studenten goed terecht komen mag een wonder heten. Dat was althans de toon van Cees Fasseur, een van de andere sprekers: 'De meeste studies waren slecht georganiseerd, het studieprogramma, bijvoorbeeld dat van rechten, was gehuld in een waas van geheimzinnigheid. Dure repetitoren vervingen de professoren. Op de nog vaak mondeling afgenomen tentamens en examens heerste willekeur, waarbij het uiterlijk voorkomen van de student, in het bijzonder van de meisjesstudenten, naam, familie en vooral de particuliere grilligheden van de examinator de ijkpunten waren.'

Na het symposium togen de 57-igers naar sociëteit Minerva om van een klassiek diner te genieten en ook daar cadeaus achter te laten.

(23 oktober 2007/CH)