Zestig jaar huishouden tussen de Minervanen
![]() Rie Schild voor de deur van 't Heerenhoeckje, waar ze al zestig jaar vijf dagen per week komt aanfietsen. |
De een noemt haar Rie, de ander Maria. Ze is Maria Helena Adriana Schild, 84 jaar. Op 3 november viert ze haar zestigjarig jubileum als onorthodoxe huishoudster van 't Heerenhoeckje, Minervajongenshuis op Rapenburg 110.
Om half 10 drinken zeven van de tien studenten koffie met Rie Schild in het piepkleine huiskamertje van Rapenburg 110. Dat is van maandag tot met vrijdag vaste prik: Rie is er elke ochtend. Rie zelf zit op haar eigen stoel bij het koffiezetapparaat en schenkt in. Ze is gedienstig, maar wel met de nodige autoriteit. 'Het zijn goede jongens maar wel erg verwend. Je kunt merken dat ze thuis nooit wat hoeven doen. Ze moeten hier veel leren.'
Eigen taak
Dat 'leren' is verantwoordelijkheid dragen voor onder meer de eigen taak. De biervoorraad bijhouden, de huisfinanciën regelen of de huishoudvoorraad (schoonmaakmiddelen, koffie, thee) op peil houden. Verder moet iedereen die pannen gebruikt deze afwassen. Gebeurt dat niet, dan worden ze op de kamer van de betreffende student gezet. Als dat niet helpt en de schimmel zelfstandig over de randen kruipt, schakelt Rie de huisoudste in. Momenteel is dat Joost Loeb, masterstudent rechten.
'Leren' is ook afleren. Om een grote mond te hebben bijvoorbeeld. 'Sommigen vinden zich heel wat als ze net in Leiden zijn gaan studeren', zegt Rie, 'maar dat duurt niet zo lang.' Ze is niet bepaald op haar mondje gevallen en beschikt over een heel scala van uitspraken en kwalificaties waarmee ze zich door het leven in het Heerenhoeckje slaat en de jongens opvoedt. 'Ellendeling' is er een van, en 'van de ratten gevreten'.
Een tijdje spelen
Maar ze zegt ook vergoelijkend: 'Als ze pas uit huis zijn moeten de jongens ook een tijdje kunnen spelen.' Een beetje stoerdoenerij en uitgebreid proeven van het studentenleven, meer dan van de studie, hoort daarbij. Maar op een dag moeten de zaken wel in balans zijn.

Rie met haar jongens Wijsman, Loeb en Luckerhof. Geen voornamen...
Die opvatting vindt in het Heerenhoeckje volop steun. 'We houden elkaar wel enigszins in de gaten', zegt Joost Loeb. 'Een beetje beginnersvertraging is geen punt maar een huisgenoot die niks doet en geen enkel tentamen haalt wordt niet geaccepteerd.' Het komt niet vaak voor en vrijwel iedereen die op Rapenburg 110 heeft gewoond, is goed terecht gekomen.
Een dag per kamer
Maria Schild, geboren De Groen, kwam voor het eerst vlak na de oorlog op Rapenburg 110. Er was toen in het smalle, diepe pand een kleermakerij gevestigd. Ook woonden er twee studenten. Rie zelf woonde destijds op nummer 90. In 1947 werd Rie gevraagd om schoonmaakwerkzaamheden voor de studenten te doen. Ze zei 'ja' en zou het zestig jaar later nóg doen, zij het dat er uiteindelijk tien studenten woonden. Direct na de oorlog was er overigens nog geen Minerva - laat staan een Minervahuis - maar bestond er één studentenvereniging, de Leidse Civitas Academiae, voor alle studenten.
Rie beperkt de schoonmaakactiviteiten tot de gemeenschappelijke ruimtes. 'Als ik de kamers van de jongens zou doen, zou me dat een dag per kamer kosten', zegt ze. Inderdaad is door de deuren die her en der open staan te zien dat kamers eruitzien als ...eh... het cliché van een jongensstudentenkamer.
Altijd lol
Wat opvalt zijn Rie's optimisme en vrolijkheid, ook te zien op de foto's die in de vorm van collages de muren van de huiskamer en de zolder sieren: veel gekke outfits, gekke houdingen en gekke bekken. Gewoon altijd lol. Van gekke streken hield ze ook. Ze deed ooit eens alsof ze een dooie muis opat, uit protest tegen de broodresten die overal lagen en echte muizen aantrokken. 'Alleen het staartje hing nog uit mijn mond.' Het duurde even voor iedereen in de gaten had dat het een nepmuis was.
Toch heeft Rie ook leed gekend: ze werd bijvoorbeeld weduwe. 'Toen heb ik helemaal niets hoeven doen', vertelt ze. 'Twee jongens hebben alles voor me geregeld, ze weken geen seconde van mijn zijde.'
Bekende bewoners
![]() De oranje huisdas met een tekening van een wat jongere Rie. Deze beeltenis is overal te vinden: op het raam boven de voordeur, in huis op de muur en op de omslagen van de gedenkboeken. |
Prins Willem-Alexander woonde een stukje verderop. Hij kwam graag over de vloer. Rie: 'Belde ie op en zei ie: Met Van Buren. Maar ik zat er gelijk bovenop: hou op vent, ik weet heus wie je bent.'
Meisjes onder voorwaarden
Meisjes mogen van Rie in het Heerenhoeckje blijven slapen als sprake is van vaste verkering. Losse contacten kunnen wel worden geconsummeerd, mits de dames verdwenen zijn als Rie om 9 uur aankomt want die zet ze eruit. 'Hoepel op sloerie' is daarbij de gebruikelijke tekst. 'Desnoods gooi ik er ammoniak overheen', zegt ze ferm.
Veranderende tijdgeest
Rie heeft de tijden zien veranderen. 'Vroeger waren studenten echte heren', zegt ze. Ze wijst op de trainingsbroek van Joost Loeb, 'Zo'n broek zag je hier echt nooit.' Toch worden alle bewoners van Rapenburg 110 ook nu nog echte Heeren: als ze er drie à vier jaar wonen worden ze volgens een vast maar geheim ritueel tot 'Heer' bevorderd. Deze rite is trouwens niet het enige geheim. Wat is het verhaal achter de zwarte bh die om het bordje 'Koffie' in de huiskamer hangt? En voorts worden geen voornamen gebezigd, alleen achternamen. Of bijnamen. Alleen Rie is gewoon Rie. Of Maria.
Na haar zal het nooit meer worden zoals het was. 'De jongens zijn al aan het sparen voor mijn zes plankjes.'
Bekijk het fotoboek
(23 oktober 2007/CH)


