Leeuwen in Noord-Kameroen nomadisch
Voor het eerst hebben Leidse onderzoekers en studenten van het Centrum voor Milieuwetenschappen (CML) bewijs gevonden voor het bestaan van nomadische leeuwen in Noord-Kameroen. De leeuwen trekken in de regentijd mee met nomadische veeboeren.
Veerovende leeuwen
Het CML doet al sinds 1998 onderzoek naar de problematiek rond leeuwen die het vee in de buurt van verschillende nationale parken in Noord-Kameroen, belagen. Aan het onderzoek, dat wordt gecoördineerd door dr. Hans de Iongh, werken verschillende Leidse en Kameroenese onderzoekers en studenten mee. Door middel van interviews met de lokale bevolking wordt de schade door veerovende leeuwen ingeschat. Verder is een aantal leeuwen uitgerust met GPS-zenders waardoor hun bewegingen gevolgd kunnen worden.
|
|
Waza National Park
'Er deden al langer verhalen de ronde, dat sommige leeuwen uit het Waza National Park in de regentijd meetrekken met de kuddes van nomadische veeboeren van de Bororo-stam, maar bewijs hiervoor was nog niet gevonden', vertelt De Iongh. 'Nomadische leeuwen zijn wel al bekend van het Oost-Afrikaanse Serengetipark, waar ze de jaarlijkse trek van gnoes en ander wild volgen', zegt De Iongh. Deze leeuwen moeten niet verward worden met de zogenoemde nomadische leeuwen. Dat zijn mannelijke leeuwen die concurreren met territoriale leeuwen die heersen over groepen leeuwinnen en welpen. 'Het onderzoek met de GPS-zenders zal moeten uitwijzen welke leeuwen het park hebben verlaten en welke afstanden ze hebben afgelegd om met de kuddes mee te trekken.'
|
|
De Iongh: 'Belangrijke oorzaken van de aanvallen door leeuwen zijn de afnemende aantallen wilde herbivoren en de toenemende illegale begrazing door vee binnen de parkgrenzen.' Het onderzoek van het CML in het gebied ten zuiden van Waza heeft aangetoond dat de schade in een jaar kan oplopen tot bijna 700 koeien, ruim 700 schapen en 500 geiten. Deze dieren hebben een gezamenlijke geschatte waarde van 130.000 Amerikaanse dollars. 'De meeste aanvallen door leeuwen vinden in de droge tijd plaats op minder dan dertien kilometer van het park. Uit verhalen van de bevolking bleek dat in de natte tijd veeroof door leeuwen ook plaatsvindt op grotere afstand van het park, maar daarvoor bestond tot nu toe geen hard bewijs.'
Bromfiets
Het gerucht dat een koe gedood was op wel 40 kilometer buiten het park, was genoeg aanleiding voor het CML om nader onderzoek te doen. Samen met studenten Tim van Berkel en Tania Gutierrez reisden de CML-onderzoekers Barbara Croes en Ralph Buij per landcruiser, bromfiets en ten slotte te voet naar de plaats waar het gebeurd zou zijn: de afgelegen, ruige savannes ten zuiden van het nationaal park. Deze zone is niet beschermd. Het gebied wordt intensief gebruikt door lokale boeren, en in het regenseizoen als graasgrond voor de nomadische veeboeren.
Tchoudangol
De nomaden vertelden de onderzoekers dat leeuwen en gevlekte hyena's jaarlijks voor veel overlast zorgen. Bij het dorpje Tchoudangol had de nacht voor de komst van het onderzoeksteam nog een aanval plaatsgevonden door twee leeuwen. Een grote plas bloed, resten van de maaginhoud van een koe en een enorme zwerm vliegen wezen inderdaad op een recente aanval door een groot roofdier. Speurwerk van het team leverde vervolgens een aantal verse leeuwensporen op, duidelijk zichtbaar in de modder. Berekeningen met behulp van GPS bewezen dat de koe op 40 kilometer van het park gedood was. Volgens de bevolking werden regelmatig in de late avond leeuwen in de omgeving gezien of gehoord.
![]() |
![]() | |
| Een geit en een koe verwond door een leeuw. | ||
Waterpoelen
'Dat de leeuwen kiezen voor vee, is niet moeilijk te verklaren', volgens De Iongh. 'De overgebleven natuurlijke prooien van leeuwen, zoals kob- en paardantilopen, laten zich nog vrij makkelijk vangen in het droge seizoen rond de overgebleven waterpoelen. In het regenseizoen is dat anders, dan verspreiden de wilde antilopen zich en maken ze het de leeuwen lastiger.' Bovendien zijn de afgelopen jaren de prooidierpopulaties in het park sterk afgenomen door de activiteiten van stropers. Van de kobantilopen werden er in 1999 nog ruim 7000 geteld, dit jaar zijn er nog slechts 1700 waargenomen tijdens een luchttelling door het Wereld Natuur Fonds.
GPS-zenders
De onderzoekers hopen met behulp van de GPS-zenders duidelijk te krijgen of de bewegingen van de leeuwen inderdaad in verband te brengen zijn met de trekroutes van de nomaden. Wellicht leveren de twee leeuwen en twee leeuwinnen die nu met een GPS-halsband zijn uitgerust, verder bewijs voor de aanname dat sommige Waza-leeuwen een nieuwe manier van overleven gevonden hebben in een gebied waar ze sterk moeten concurreren met de bevolking. Waarschijnlijk zal het gedrag van deze leeuwen op den duur ook nadelige gevolgen hebben voor de toch al afnemende leeuwenpopulatie. Het team heeft aanwijzingen dat de lokale veehouders vergiftigd aas gebruiken om de leeuwen te doden. Het CML hoopt met het onderzoek oplossingen te vinden voor zowel de leeuwen als de veehouders die onder de situatie lijden. De Iongh: 'Mogelijke oplossingen op de korte termijn zijn het aanleggen en versterken van veeomheiningen langs de trekroutes van het vee, de inzet van waakhonden en compensatie voor geroofd vee. Op de lange termijn zal een toename van de natuurlijke prooi in het Waza-park de enige structurele oplossing zijn.'
(16 oktober 2007/SH)




