Boek
Korea

Edited by Remco E. Breuker
CNWS Publications, 2007, ISBN 978-90-5789-153-3, 380 pp. € 35,00
De hele geschiedenis door heeft het Koreaanse schiereiland gefunctioneerd als kruispunt tussen andere Oost-Aziatische landen en culturen. Vooral het belangrijke contact met de beschavingen van China en Mantsjoerije heeft gezorgd voor een originele kijk op de mens.
Tot voor kort werd de studie van Korea slechts gezien als een onderdeel van de studies van Japan en China. Pas de laatste paar decennia wordt de bestudering van Korea gezien als een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoeksgebied. Zo ging het ook in Leiden, waar Frits Vos hoogleraar Japans én Koreaans was. Koreaans kon in die tijd zelfs alleen maar gekozen worden na een propedeuse Japans. Na Vos’ emeritaat in 1983 duurde het nog meer dan een decennium voor Koreaans een zelfstandige opleiding met een eigen hoogleraar werd, zij het nog steeds verenigd met Japans in één instituut.
De eerste hoogleraar in Leiden die uitsluitend Korea in zijn opdracht meekreeg, is Boudewijn Walraven. Walraven is op 4 september 60 geworden en heeft ter gelegenheid van het voltooien van ‘vijf ronden’ (vijf keer twaalf jaar) deze bundel aangeboden gekregen; in de Oost-Aziatische culturen wordt het behalen van de leeftijd van 60 jaar gezien als een belangrijke mijlpaal omdat wie 60 wordt, vijf cycli van twaalf jaar heeft voltooid. Het is in Koreaanse wetenschappelijke kringen dan gebruikelijk een feestbundel aan te bieden.
Het onderzoek naar Korea heeft ook geprofiteerd van zijn voormalige inbedding in andere disciplines of regio’s. Koreapecialisten bevinden zich vaak in de omstandigheid dat ze zich moeten bezighouden met de eigenaardigheden van aangrenzende specialismen en daarbij krijgen zij nog eens te maken met andere methoden van aanpak. Dit ervaren ze eerder als een plus- dan een minpunt.
De verzameling essays in dit boek is een weerslag van de diversiteit van het onderzoek naar Korea als een regiostudie. De gekozen onderwerpen en de achtergrond van de personen die een bijdrage hebben geleverd, onthullen tegelijkertijd de diversiteit van de studie van Korea, de variëteit aan perspectieven, de fundamenteel interdisciplinaire aard en de overlap die mogelijk is met de naburige regiostudies.
Wat alle bijdragen verenigt, ondanks een ogenschijnlijke ongelijkwaardigheid bij de vraagstellingen vanuit verschillende contexten, is de waardering van de historische en contemporaine rol van Korea als een definieerbare gemeenschap die bijna letterlijk gesitueerd is in het midden van Oost-Azië: historisch, politiek, economisch en in andere sociale contexten.
(25 september 2007/SH)
